Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Gedragswetenschappen periode 1.1 + leerdoelen

Rating
-
Sold
-
Pages
34
Uploaded on
17-10-2021
Written in
2021/2022

Samenvatting van alle leerdoelen uit periode 1.1.

Institution
Course

Content preview

SAMENVATTING GEDRAGSWETENSCHAPPEN
Leerdoelen week 1
 Aangeven waar de psychologische wetenschap zich op richt;
 Beschrijven waarom kennis van de psychologie belangrijk is voor
verpleegkundigen;
 Aangeven wat de systematiek in de psychologie is wat betreft het verkrijgen van
kennis;
 De geschiedenis van de psychologie in hoofdlijnen weergeven;
 Beschrijven wat de nature-nurture kwestie inhoudt en wat de huidige opvattingen
hieromtrent zijn;
 Aangeven wat er onder een ‘stroming’ in de psychologie wordt verstaan.

Sociologie -> gedrag van (groepen) mensen, onderzoekt maatschappelijke
vraagstukken, nadruk op invloed omgeving
Psychologie -> gedrag van individuele mens, nadruk op emoties, denken en
gedrag
Beiden zijn wetenschappelijke studies; verkrijging van kennis is op systematische
manier

Nature -> gedrag en ontwikkeling van de mens zijn vooral aangeboren, gestuurd
en beïnvloed door biologische factoren
Nurture -> gedrag en ontwikkeling van de mens wordt gestuurd en beïnvloed
door omgevings- en ervaringsfactoren
Vormen beiden een mix voor gedrag

Stromingen psychologie;
 Psychoanalyse/ psychodynamische (word gekeken naar de vroege jeugd)
 Behaviorisme
 Cognitieve psychologie (word gekeken naar gedachtes)
 Systeembenadering (word gekeken naar naasten bijv. gezin, vrienden)
 Biologische benadering
 Integratieve benadering

Belangrijkheid psychologie voor verpleegkunde;
Door psychologie leer je hoe patiënten zich gedragen en waarom ze dit doen en
deze kennis is noodzakelijk voor verplegen. Hierdoor kan je op gedrag goed
inspelen en begeleiden.

In Leipzig, 1879, is Wilhelm Wundt gestart met het doen van experimenten op
het gebied psychologie.

Leerdoelen week 2
 De verschillende uitgangspunten van de psychodynamische benaderingen
beschrijven;
 De theorie van Freud en het driftmodel van de psychodynamische benaderingen
beschrijven;
 De ontwikkelingsfasen van het Id, Ego en Superego uitleggen;
 Uitleggen wat er onder afweermechanismen verstaan wordt, en weet de
verschillende mechanismen, en kan deze mechanismen koppelen aan patiënten
gedrag;
 De begrippen overdracht en tegenoverdracht uitleggen en koppelen aan
verpleegkundige zorgverlening;
 Verschillende therapieën, therapeutische technieken en houdingsaspecten
noemen behorende bij het driftmodel;
 Beschrijven wat er onder de zelfpsychologie van Kohut en Stern verstaan wordt;

,  Beschrijven hoe de psychodynamische benaderingen terug te zien zijn in de
context van zorg & welzijn en jeugdzorg (o.a. ‘holding’);
 Beschrijven welke kanttekeningen er zijn geplaatst bij de psychodynamische
theorieën en methodes.




Sigmund Freud, 1856- 1939, -> grondlegger van psychologische theorieën,
ontwikkelde psychoanalyse
Freud behandelde mensen met hysterie, concentreerde op het innerlijk van de
patiënt. Hij vond dat alles, ook de meest onbenullige gedachtes een betekenis
had.
Freud kwam erachter dat patiënten zaken blokkeren bij hun zelf dat sommige
zaken onbewust worden gehouden waardoor de patiënt problemen ervaart ->
ondersteund de patiënt hierin toe te laten in onbewuste

Freud gebruikte als eerste hypnose om onbewuste conflicten boven water te
halen, later gebruikte hij ‘vrije associatie’ = in een veilige sfeer, ontspannend
liggend alles vertellen. De onbewuste zaken konden ook via dromen voorkomen

Psychodynamische therapie -> probeert onbewuste en moeilijk te hanteren
wensen, motieven, gevoelens en gedachtes bewust te maken en proberen de
patiënt te leren ze te hanteren
De problemen stammen vaak uit de vroege kindertijd, hoewel ook latere
gebeurtenissen sporen kunnen achterlaten

Het herhalen van vroegere gedragspatronen en problemen bij personen die daar
niets mee te maken hebben = ‘overdacht’; we dragen iets van vroeger over op
de situatie waarin we nu leven -> gebeurt meestal onbewust

Met het onbewuste en het onderbewuste worden geestelijke processen
zoals gedachten en gevoelens bedoeld die niet, of niet onmiddellijk, voor
het bewustzijn toegankelijk zijn, en die niettemin iemands gedrag kunnen
beïnvloeden

4 modellen
1. Driftmodel -> accent op verdrongen problemen uit de kindertijd die terug
te voeren zijn op seksuele en agressieve driften
2. Objectrelatiemodel -> nadruk op eerste relaties in de vroege kindertijd en
manier waarop deze relaties onszelf zijn geworden
3. Zelfpyschologisch model -> accent op tekorten. Tekorten uit de kindertijd
leiden tot zwakke identiteit en zwak zelfgevoel
4. Interactioneel model -> nadruk op problematische conflicten tussen
mensen

Driftmodel => stelt dat de mens wordt voortgeschreven door seksuele en
agressieve conflicten
Levensdrift ‘eros’= Eros of levensinstinct helpt je om te overleven; het stuurt
levens ondersteunende activiteiten zoals ademhaling, eten en seks.
Doodsdrift ‘thanatos’ = Thanatos of het doodsinstinct beslaat een reeks
destructieve krachten die in alle mensen aanwezig zijn (Freud, 1920). Wanneer
deze energie naar buiten wordt gericht wordt het uitgedrukt in agressie en
geweld.

,Driften = is het id
Het id is de enige component van persoonlijkheid
die aanwezig is vanaf de geboorte. Dit aspect van
persoonlijkheid is volledig onbewust en omvat het
instinctieve en primitieve gedrag. Het id houdt zich
bezig met het primaire proces denken, dat primitief,
onlogisch, irrationeel en fantasierijk is. Deze vorm van
proces denken heeft geen begrip voor de objectieve
werkelijkheid en is egoïstisch aard. Hoewel mensen
uiteindelijk leren om het id te beheersen, blijft dit deel
van de persoonlijkheid detzelfde oerkracht gedurende
het hele leven. Het id blijft infantiel in zijn functie
gedurende je hele leven en verandert niet met tijd of
ervaring, omdat het niet in contact staat met de
buitenwereld. Het id wordt niet beïnvloed door de realiteit, de logica of de
alledaagse wereld, omdat het opereert binnen het onbewuste deel van de geest.

Het superego is het aspect van persoonlijkheid met al onze geïnternaliseerde
morele normen en idealen die we van ouders en de samenleving krijgen. Het
superego biedt richtlijnen voor het maken van oordelen. Het superego werkt om
ons gedrag te perfectioneren en beschaafd te maken. Het helpt alle
onaanvaardbare neigingen van het id te onderdrukken en worstelt om het ego te
laten handelen op grond van idealistische normen in plaats van op realistische
principes. Het superego is aanwezig in het bewuste, pre-bewuste en onbewuste.

De functie van het superego is om de impulsen van de id te controleren, vooral
die welke de maatschappij verbiedt, zoals seks en agressie. Het heeft ook de
functie om het ego te overtuigen om zich te richten op moralistische doelen in
plaats van alleen maar op realistische doelen en om te streven naar perfectie.

Te sterke superego zijn gevoelig voor depressie

De ontwikkelingsfasen van es, ego, superego
 Orale fase (0 – 1,5 jaar)
Is ook: liefde en aandacht. Continu zoeken naar de bevrediging.

 Anale fase (1,5 – 3 jaar)
Controle over eigen ontlasting en gedrag. Hierin ontwikkelt het ego.
Koppigheidsfase, evenwicht vinden tussen eigen wil en wat kan. Ouders te
streng/ te slap: problemen met netheid, autoriteit, regels, gierigheid,
creativiteit, etc.

 De fallische fase (3-6 jaar)
Hierin staat het gedragsverschil centraal. Kleuters zijn gefascineerd door
het verschil. Kleuters kunnen jaloers zijn op verschillende banden. Zoals
tussen de ouders, willen hier graag tussen horen.
Oedipus/ Electra complex staat centraal:
- Rivaliteit wordt opgelost door identificatie (vorming superego)
-Belangrijk: vaderfiguur moet aanwezig zijn: regels stellen en liefhebben.
Onvoldoende identificatie: kan gevolgen hebben voor rolgedrag en
relatievorming.

 De latentiefase (6-12 jaar)

, Rustige periode, persoonlijkheid is gevormd, gericht op schoolgang en
leeftijdsgenoten.

 De genitale fase (12-23 jaar)
Driften en conflicten weer actiever bij het aangaan van volwassen rollen,
dit onder invloed van hormonen en culturele verwachtingen.


Afweermechanismen (beschermingsmechanismen) = onderbewust zetelen,
angstige herinneringen, impulsen en conflicten. Als het misgaat in de kindertijd,
ontwikkel je in de volwassenheid vaak minder goede aanpassingsstrategieën. Het
gebruiken van afweermechanisme zorgt dat je je minder angstig voelt. Het
nadeel is dat het veel energie kost. Afweermechanismes vertekenen de realiteit,
het wordt een probleem als andere persoonlijke ontwikkelingen erdoor
geblokkeerd worden.

Afweermechanismen:
 Verdringen -> angstige gedachten en impulsen worden weggestopt maar
ze blijven wel invloed uitoefenen. Het blijft opgepropt in het onderbewuste
en zal er op een ander moment op een minder gezonde manier uit komen.
 Ontkenning -> feitelijke zaken worden ontkend omdat ze beangstigend
zijn. Het ego kan de werkelijke emoties niet hanteren.
 Reactieformatie (omgekeerd gedrag) -> je kunt er een belangrijke relatie
mee in stand houden en je hoeft je negatieve gevoelens hierbij niet los te
laten. Je superego is gerustgesteld. Door het gedrag te overdrijven raak je
soms toch wat van je boze impulsen kwijt. Reactieformatie komt ook voor
bij verboden gevoelens van liefde. Doordat je het eng vindt om je
aangetrokken te voelen tot iemand ga je juist erg nukkig doen, om zo
iemand af te stoten.
 Isolering -> een gebeurtenis wordt wel geregistreerd maar je gevoel wordt
afgesplitst. Zo nu en dan komt het er wel uit en raak je overspoeld. Dit
gedrag is vaak bij mensen die net te horen hebben gekregen dat ze ernstig
ziek zijn.
 Projectie (van onacceptabele kenmerken bij jezelf naar een ander) -> het
vertekenen van de realiteit.
 Splitsing -> iemand wordt gezien als helemaal goed, helemaal slecht of
afwisselend tussen goed en slecht. Het superego keurt bijvoorbeeld
negatieve gedachtes over de eigen partner af, omdat dat tegen de moraal
ingaat. (Alles is goed of alles is slecht)
 Rationalisatie -> een impuls die eigenlijk wordt afgekeurd (door het
superego) toch uitgeleefd en vervolgens goed gepraat. Fout gedrag
proberen recht te breien.
 Verplaatsing (van woede op baas naar partner) -> een impuls wat gericht
is op iemand, uiten bij iemand anders. Bijvoorbeeld: je boosheid naar een
collega niet durven uiten, maar als je thuiskomt boos worden op je partner.
 Sublimatie (omzetten in maatschappelijke geaccepteerd gedrag) -> het
ego kanaliseert hierbij je behoeften op zo’n manier dat iedereen tevreden
is, zowel jijzelf (es en superego) als je omgeving. Seksuele driften kun je
uiten door mooie dingen te creëren, voor andere te gaan zorgen of door
kunstwerken te maken.
 Afweer en weerstand -> afweren heeft te maken met het afweren van
gevoelens in de patiënt zelf. Weerstand is het verzet tegen de therapie of
tegen een gesprek over je eigen functioneren. Weerstand is naar buiten
gericht, afweer is gericht op het weghouden van eigen conflict.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
October 17, 2021
Number of pages
34
Written in
2021/2022
Type
SUMMARY

Subjects

$8.98
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
esradasdemir

Get to know the seller

Seller avatar
esradasdemir Hogeschool Windesheim
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
1
Member since
4 year
Number of followers
1
Documents
6
Last sold
4 year ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions