Lezen
Paragraaf 1: leesvaardigheid, herhaling
➢ 6 leesstrategieën:
○ Oriënterend lezen: onderwerpen vaststellen, bepalen of de tekst
bruikbaar/interessant is.
○ Globaal lezen: Deelonderwerpen vaststellen.
○ Intensief lezen: Helemaal begrijpen en hoofdzaken vinden.
○ Zoekend lezen: Bruikbare info vinden.
○ Kritisch lezen: De betrouwbaarheid en argumentatie beoordelen.
○ Studerend lezen: Inhoud onthouden.
➢ 5 schrijfdoelen:
○ Amuseren: lezers vermaken.
○ Informeren: Kennis overbrengen, vaak in een uiteenzetting.
○ Opiniëren: Schrijver geeft gelegenheid de lezer een mening te laten
vormen.
○ Overtuigen: De auteur wil de lezers zijn mening vertellen en ze het laten
overnemen.
○ Activeren: De auteur wil de lezer ergens toe zetten.
➢ Bij een beschouwende tekst zet je mensen aan het denken.
➢ Teksten bestaan uit 3 onderdelen, eerst een inleiding waarmee de aandacht
wordt getrokken en de vraag- of probleemstelling wordt vastgesteld. Daarna
volgt het middenstuk waarin de deelonderwerpen worden verteld en uitgelegd.
Als laatst heb je het slot, hierin vind je de conclusie en soms een samenvatting.
➢ 7 tekststructuren:
Inleiding Midden Slot
Argumentatie Stelling/standpunt (tegen)argumenten Herhaling stelling
(tegen heeft een
weerlegging)
Aspecten Onderwerp Diverse aspecten Samenvatting
Probleem/oplossing probleem Gevolgen/ Beste oplossing/sv/
oorzaken/ aanbeveling
oplossingen
Verklaring Bepaald kenmerk/vb/ samenvatting
verschijnsel reden/
verklaring/oorzaak
Verleden/heden/ onderwerp vergelijking conclusie/
toekomst vroeger en nu voorspelling
toekomst
voordelen/nadelen Vraag of stelling voor- en nadelen afweging/conclusie
Vraag/antwoord Vraag Antwoord sv of conclusie
Paragraaf 2: Mengvormen van tekstsoorten
➢ Er bestaan teksten waarbij soorten gemengd worden. Hierbij heeft de schrijver
meer dan 1 schrijfdoel.
○ Bij dit soort teksten heb je een hoofdtekst zoals een betogende tekst
maar komen er activerende elementen in voor.
➢ Je kan bepalen welke mengvorm het is met dit stappenplan
○ Wat is het hoofddoel? Denk hierbij ook aan de hoofdgedachte (als dit
een mening is weet je dat je een betogende tekst hebt).
Paragraaf 1: leesvaardigheid, herhaling
➢ 6 leesstrategieën:
○ Oriënterend lezen: onderwerpen vaststellen, bepalen of de tekst
bruikbaar/interessant is.
○ Globaal lezen: Deelonderwerpen vaststellen.
○ Intensief lezen: Helemaal begrijpen en hoofdzaken vinden.
○ Zoekend lezen: Bruikbare info vinden.
○ Kritisch lezen: De betrouwbaarheid en argumentatie beoordelen.
○ Studerend lezen: Inhoud onthouden.
➢ 5 schrijfdoelen:
○ Amuseren: lezers vermaken.
○ Informeren: Kennis overbrengen, vaak in een uiteenzetting.
○ Opiniëren: Schrijver geeft gelegenheid de lezer een mening te laten
vormen.
○ Overtuigen: De auteur wil de lezers zijn mening vertellen en ze het laten
overnemen.
○ Activeren: De auteur wil de lezer ergens toe zetten.
➢ Bij een beschouwende tekst zet je mensen aan het denken.
➢ Teksten bestaan uit 3 onderdelen, eerst een inleiding waarmee de aandacht
wordt getrokken en de vraag- of probleemstelling wordt vastgesteld. Daarna
volgt het middenstuk waarin de deelonderwerpen worden verteld en uitgelegd.
Als laatst heb je het slot, hierin vind je de conclusie en soms een samenvatting.
➢ 7 tekststructuren:
Inleiding Midden Slot
Argumentatie Stelling/standpunt (tegen)argumenten Herhaling stelling
(tegen heeft een
weerlegging)
Aspecten Onderwerp Diverse aspecten Samenvatting
Probleem/oplossing probleem Gevolgen/ Beste oplossing/sv/
oorzaken/ aanbeveling
oplossingen
Verklaring Bepaald kenmerk/vb/ samenvatting
verschijnsel reden/
verklaring/oorzaak
Verleden/heden/ onderwerp vergelijking conclusie/
toekomst vroeger en nu voorspelling
toekomst
voordelen/nadelen Vraag of stelling voor- en nadelen afweging/conclusie
Vraag/antwoord Vraag Antwoord sv of conclusie
Paragraaf 2: Mengvormen van tekstsoorten
➢ Er bestaan teksten waarbij soorten gemengd worden. Hierbij heeft de schrijver
meer dan 1 schrijfdoel.
○ Bij dit soort teksten heb je een hoofdtekst zoals een betogende tekst
maar komen er activerende elementen in voor.
➢ Je kan bepalen welke mengvorm het is met dit stappenplan
○ Wat is het hoofddoel? Denk hierbij ook aan de hoofdgedachte (als dit
een mening is weet je dat je een betogende tekst hebt).