Staatsrecht
Werkgroep 1A!
!
1.a Waarom is het omschrijven van het begrip rechtsstaat aan de hand van essentiële
waarden een onjuiste benadering? (legaliteitseis, machtenscheiding, onafhankelijke rechter,
grondrechten) !
!
Scheltema probeert het begrip te definieren en te omschrijven. Hij neemt afstand van de klassieke
definitie en hij maakt een andere indeling. !
!
(1) Hij vindt een onjuiste benadering, omdat het volgens hem een leeg verzamelbegrip is
geworden en daardoor is het een beetje rommelig begrip geworden, waarvan niemand eigenlijk
meer weet wat het betekent. !
!
(2) Daarnaast is het moeilijk om over het begrip te spreken als je niet weet waar je het over hebt
en als je geen duidelijke handvaten hebt. Die handvaten hebben we wel, maar dat zijn geen
doelen op zichzelf, maar dat zijn de middelen. Het zijn middelen om de achterliggende beginselen
te verwezenlijken. Deze beginselen moet je waarborgen en beschermen aan de hand van een
aantal instrumenten, maar de instrumenten die we hebben hoeven niet per se de beste
instrumenten zijn. Er kunnen ook andere instrumenten gebruikt worden die even goed zijn en die
ook de beginselen waar kunnen maken. !
!
(3) Wat er onder de rechtsstaat wordt verstaan dat verschilt van tijd tot tijd (100 jaar geleden werd
er anders over gedacht dan nu) en van plaats tot plaats (in NL wordt er anders over gedacht dan
ergens anders in de wereld). De beginselen zijn er wel, maar ze worden dus verschillend
waargemaakt. !
!
1.b Op welke wijze kunnen de kenmerken worden gekoppeld aan de door Scheltema
onderscheiden waarden/beginselen. !
!
Rechtszekerheidsbeginsel
(1) Legaliteitseis: de overheid kan dus niet zomaar optreden zoals het haar goeddunkt, maar het
optreden moet berusten op een wettelijke grondslag. Ook moet de wet van te voren kenbaar zijn
gemaakt. Hieruit blijkt de voorzienbaarheid.!
!
(2) Onafhankelijke rechter: de overheid moet zich aan het recht houden en daar is een
onafhankelijke rechter nodig om dat te toetsen. !
!
(3) Grondrechten: de overheid moet ervoor zorgen dat de grondrechten worden gewaarborgd.
Het kenmerk van klassieke grondrechten is dat de burger wordt beschermd tegen de overheid en
daarom moet de overheid niets doen met klassieke grondrechten. De overheid moet van deze
rechten afblijven. !
!
Gelijkheidsbeginsel
(1) Legaliteitseis: regels behoren algemeen te zijn, voor iedereen te gelden. Waardoor je er voor
zorgt dat iedereen in beginsel op een gelijke manier behandeld wordt. !
!
(2) Machtenscheiding: als de wet wordt vastgesteld door het ene orgaan en de uitvoering van die
wet wordt overgelaten aan het andere orgaan, voorkom je dat een overheidsorgaan bepaalde
personen/groepen kan bevoordelen. De overheid moet alle burgers in alle gevallen gelijk
behandelen. !
!
Beginsel van dienende orgaan!
(1) Grondrechten: de overheid moet de grondrechten actief verwezenlijken om te garanderen dat
de mens een menswaardig bestaan kan leiden. Het creëren van een staatsvrije sfeer, waarin
burgers zich vrij kunnen ontplooien. De overheid heeft geen eigen belang, maar alleen een
algemeen belang wat zij moet behartigen. !
,Staatsrecht
!
1.c Welk beginsel dat door Scheltema wordt onderscheiden komt in de bij vraag 1a gegeven
kenmerken niet naar voren.!
!
Democratie ontbreekt, omdat Scheltema de democratie al als een deel van de rechtsstaat ziet.
Democratie is een fundamenteel beginsel van de rechtsstaat en er is geen rechtsstaat in te denken
zonder democratie. !
!
Democratie is bijna onvermijdelijk als je de relatie tussen overheid en burger wilt rechtvaardigen.
Democratie is dan een middel om dat te bewerkstelligen. !
!
Er is wel discussie over of democratie een beginsel is van een rechtsstaat, want: !
- Er kan een democratie zijn zonder rechtsstaat: Duitsland in 1933 en Frankrijk in de tijd van
Robbespiere. !
- Er kan een rechtsstaat zijn zonder democratie: Nederland vóór 1848 (het instellen van de
ministeriële verantwoordelijkheid): de Koning mocht zelf alle besluiten tekenen, dus als hij wat
wilde dan gebeurde dat ook. De ministers hadden niets te zeggen en diende slechts de Koning.
Dat was niet helemaal democratisch, maar aan de overige eisen werd wel voldaan. !
!
1.d Volgens Scheltema zijn er verschillende middelen denkbaar om de door hem genoemde
beginselen te realiseren. Geef enkele alternatieven voor de hierboven genoemde
instrumenten/kenmerken die geschikt zouden kunnen zijn, om de door Scheltema
onderscheiden beginselen te realiseren. (TENTAMENVRAAG) !
!
(1) Rechtszekerheid: wetgeving is zo ontzettend complex geworden, maar soms wil de burgers
alleen maar van de overheid (of gemeente) weten wat hij wel of niet mag doen. De overheid neemt
een standpunt/rechtsoordeel in: dit is hoe de wet in elkaar zit in jouw geval, dit is wat voor jou
geldt. !
!
(2) Gelijkheidsbeginsel: overheidshandelen altijd baseren op algemene regels. !
!
(3) Dienende overheid: de burger mag niet onevenredig nadeling benadeeld worden door
genomen maatregelen. !
!
(4) Democratiebeginsel: niet alleen verkiezingen houden, maar gebruik maken van referenda.
Verkiezingen zouden ook uitgebreid kunnen worden. !
!
2. argument voor en tegen het opnemen van democratische rechtstaat in de grondwet. !
!
Argumenten voor: !
Als je iets in de Grondwet vastlegd dan erken je in feite dat Nederland een democratische
rechtsstaat is. De Grondwet is een lastig te wijzigen document en dat is zo, omdat wij vinden dat
de Grondwet een basis document is van de Nederlandse staat. Alle staatsorganen zullen daarnaar
moeten handelen en het biedt dus een extra waarborg voor het democratische rechtsstatelijke
gehalte van de Nederlandse overheid. !
!
Argumenten tegen: !
De Grondwet bevat concrete normen die kunnen worden toegepast, gehandhaaft en waar
beperkingen aan kunnen worden aangebracht. Democratie is een algemene open bepaling en
daarvan weten we niet zo goed wat ermee wordt bedoeld en je kan er een hele open invulling aan
geven. Door het implementeren van vage begrippen zal de Grondwet zijn kracht en waarde
kunnen verliezen uiteindelijk. !
3a. In welke laag moeten we het bovenstaande gebruik van het woord plaatsen en wat
maakt het uit? (Bezuinigen op gesubsidieerde rechtsbijstand en voorwaarden voor toegang
tot de rechter).!
, Staatsrecht
!
Lagen van de rechtsstaat: !
- Laag 1: grondidee !
- Laag 2: rechtsbeginselen !
- Laag 3: staatsinrichting/wettelijke regelingen!
- Laag 4: gedrag/regels/rechtsbeslissingen !
!
(1) Grondidee: binden van de staatsmacht (overheid) aan de regels van het recht. Deze laag is
niet te wijzigen. !
!
(2) Rechtsbeginselen: uitwerkingen van een aantal rechtsbeginselen, deze hebben we al eerder
gezien bij Scheltema. Deze laag is niet te wijzigen. !
!
(3) Staatsinrichting/wettelijke regelingen: organisatie van de staat. Deze laag is tijd en plaats
gebonden en is te wijzigen. !
!
(4) Gedrag/regels/rechtsbeslissingen: concrete invulling door middel van uitvoeringsbesluiten,
de praktische uitwerking. Deze laag is tijd en plaats gebonden en is te wijzigen.!
!
Wanneer in laag 3 en 4 iets wordt gewijzigd, betekent dat niet dat dat afbreuk doet aan de
beginselen in laag 1 en 2. !
!
'Bezuinigen op gesubsidieerde rechtsbijstand en voorwaarden voor toegang tot de rechter' richt
zich op de derde laag, omdat het een beperking is op gelijke kansen (gelijkheidsbeginsel). Als je
hier wat aan gaat veranderen, dan verander je iets in de manier waarop het gelijkheidsbeginsel
gewaarborgd zal worden. Maar door iets in de derde laag aan te passen, zullen de eerste twee
lagen niet aangepast worden. !
!
b. Volgens de WRR vergt de rechtsstaat permanente aandacht omdat de samenleving
steeds aan verandering onderhavig is. Op welke verschuivingen en veranderingen in de
samenleving wijst de WRR en hoe veranderen zij concreet het denken over de rechtstaat.
Geef waar mogelijk, concrete voorbeelden. !
!
(1) Verschuiving in de verhouding tussen staatsmachten: eerst was er een bepaalde afstand
tussen de drie machten, maar in de loop van de tijd zijn deze drie machten verstrengeld geraakt.
Niet een scheiding, maar een evenwicht van machten. Bijv. rechter die recht maakt, de regering
die eigenlijk als uitvoerende macht functioneert, maar ook wetsvoorstellen kan indienen. Rechter
vult leemte in de wet. De rechter begint dus een steeds belangrijkere rol te spelen. !
!
(2) Toenemende druk op de overheid: heeft rechtstreeks invloed op het beginsel van de
dienende overheid. meer eisen aan de overheid gesteld. Zij wordt constant bevraagd en soms
overvraagd. Hierdoor zwakkere binding van het overheidshandelen met het recht. Dit komt door de
langere keten van de juridische basis van een wet en de feitelijk uitgevoerde taken. Door
bijvoorbeeld delegatie van wetgeving is er niet meer alleen een directe, maar ook een indirecte
binding. !
!
(3) Internationalisering: door internationale verdragen is er een internationale rechtsorde
ontstaan. De supranationale rechtsorde heeft directe werking in onze nationale rechtsstaat.
Internationaal en nationaal recht staat meer met elkaar verweven, het nationale recht wordt minder
belangrijk. De organen op nationaal niveau zullen ook minder belangrijk worden. De idee van
evenwichtige machtenscheiding is niet te vinden in de internationale rechtsorde. Dit is van invloed
op de werking van het nationale recht gezien de rechtstreekse doorwerking. Rechter moet zich bij
het toepassen van wetgeving houden aan het internationale recht (zowel wetgeving en rechtspraak
is sterk toegenomen). Hierbij is rechtszekerheid en democratie tot op zekere hoogte in het geding.!
!
Werkgroep 1A!
!
1.a Waarom is het omschrijven van het begrip rechtsstaat aan de hand van essentiële
waarden een onjuiste benadering? (legaliteitseis, machtenscheiding, onafhankelijke rechter,
grondrechten) !
!
Scheltema probeert het begrip te definieren en te omschrijven. Hij neemt afstand van de klassieke
definitie en hij maakt een andere indeling. !
!
(1) Hij vindt een onjuiste benadering, omdat het volgens hem een leeg verzamelbegrip is
geworden en daardoor is het een beetje rommelig begrip geworden, waarvan niemand eigenlijk
meer weet wat het betekent. !
!
(2) Daarnaast is het moeilijk om over het begrip te spreken als je niet weet waar je het over hebt
en als je geen duidelijke handvaten hebt. Die handvaten hebben we wel, maar dat zijn geen
doelen op zichzelf, maar dat zijn de middelen. Het zijn middelen om de achterliggende beginselen
te verwezenlijken. Deze beginselen moet je waarborgen en beschermen aan de hand van een
aantal instrumenten, maar de instrumenten die we hebben hoeven niet per se de beste
instrumenten zijn. Er kunnen ook andere instrumenten gebruikt worden die even goed zijn en die
ook de beginselen waar kunnen maken. !
!
(3) Wat er onder de rechtsstaat wordt verstaan dat verschilt van tijd tot tijd (100 jaar geleden werd
er anders over gedacht dan nu) en van plaats tot plaats (in NL wordt er anders over gedacht dan
ergens anders in de wereld). De beginselen zijn er wel, maar ze worden dus verschillend
waargemaakt. !
!
1.b Op welke wijze kunnen de kenmerken worden gekoppeld aan de door Scheltema
onderscheiden waarden/beginselen. !
!
Rechtszekerheidsbeginsel
(1) Legaliteitseis: de overheid kan dus niet zomaar optreden zoals het haar goeddunkt, maar het
optreden moet berusten op een wettelijke grondslag. Ook moet de wet van te voren kenbaar zijn
gemaakt. Hieruit blijkt de voorzienbaarheid.!
!
(2) Onafhankelijke rechter: de overheid moet zich aan het recht houden en daar is een
onafhankelijke rechter nodig om dat te toetsen. !
!
(3) Grondrechten: de overheid moet ervoor zorgen dat de grondrechten worden gewaarborgd.
Het kenmerk van klassieke grondrechten is dat de burger wordt beschermd tegen de overheid en
daarom moet de overheid niets doen met klassieke grondrechten. De overheid moet van deze
rechten afblijven. !
!
Gelijkheidsbeginsel
(1) Legaliteitseis: regels behoren algemeen te zijn, voor iedereen te gelden. Waardoor je er voor
zorgt dat iedereen in beginsel op een gelijke manier behandeld wordt. !
!
(2) Machtenscheiding: als de wet wordt vastgesteld door het ene orgaan en de uitvoering van die
wet wordt overgelaten aan het andere orgaan, voorkom je dat een overheidsorgaan bepaalde
personen/groepen kan bevoordelen. De overheid moet alle burgers in alle gevallen gelijk
behandelen. !
!
Beginsel van dienende orgaan!
(1) Grondrechten: de overheid moet de grondrechten actief verwezenlijken om te garanderen dat
de mens een menswaardig bestaan kan leiden. Het creëren van een staatsvrije sfeer, waarin
burgers zich vrij kunnen ontplooien. De overheid heeft geen eigen belang, maar alleen een
algemeen belang wat zij moet behartigen. !
,Staatsrecht
!
1.c Welk beginsel dat door Scheltema wordt onderscheiden komt in de bij vraag 1a gegeven
kenmerken niet naar voren.!
!
Democratie ontbreekt, omdat Scheltema de democratie al als een deel van de rechtsstaat ziet.
Democratie is een fundamenteel beginsel van de rechtsstaat en er is geen rechtsstaat in te denken
zonder democratie. !
!
Democratie is bijna onvermijdelijk als je de relatie tussen overheid en burger wilt rechtvaardigen.
Democratie is dan een middel om dat te bewerkstelligen. !
!
Er is wel discussie over of democratie een beginsel is van een rechtsstaat, want: !
- Er kan een democratie zijn zonder rechtsstaat: Duitsland in 1933 en Frankrijk in de tijd van
Robbespiere. !
- Er kan een rechtsstaat zijn zonder democratie: Nederland vóór 1848 (het instellen van de
ministeriële verantwoordelijkheid): de Koning mocht zelf alle besluiten tekenen, dus als hij wat
wilde dan gebeurde dat ook. De ministers hadden niets te zeggen en diende slechts de Koning.
Dat was niet helemaal democratisch, maar aan de overige eisen werd wel voldaan. !
!
1.d Volgens Scheltema zijn er verschillende middelen denkbaar om de door hem genoemde
beginselen te realiseren. Geef enkele alternatieven voor de hierboven genoemde
instrumenten/kenmerken die geschikt zouden kunnen zijn, om de door Scheltema
onderscheiden beginselen te realiseren. (TENTAMENVRAAG) !
!
(1) Rechtszekerheid: wetgeving is zo ontzettend complex geworden, maar soms wil de burgers
alleen maar van de overheid (of gemeente) weten wat hij wel of niet mag doen. De overheid neemt
een standpunt/rechtsoordeel in: dit is hoe de wet in elkaar zit in jouw geval, dit is wat voor jou
geldt. !
!
(2) Gelijkheidsbeginsel: overheidshandelen altijd baseren op algemene regels. !
!
(3) Dienende overheid: de burger mag niet onevenredig nadeling benadeeld worden door
genomen maatregelen. !
!
(4) Democratiebeginsel: niet alleen verkiezingen houden, maar gebruik maken van referenda.
Verkiezingen zouden ook uitgebreid kunnen worden. !
!
2. argument voor en tegen het opnemen van democratische rechtstaat in de grondwet. !
!
Argumenten voor: !
Als je iets in de Grondwet vastlegd dan erken je in feite dat Nederland een democratische
rechtsstaat is. De Grondwet is een lastig te wijzigen document en dat is zo, omdat wij vinden dat
de Grondwet een basis document is van de Nederlandse staat. Alle staatsorganen zullen daarnaar
moeten handelen en het biedt dus een extra waarborg voor het democratische rechtsstatelijke
gehalte van de Nederlandse overheid. !
!
Argumenten tegen: !
De Grondwet bevat concrete normen die kunnen worden toegepast, gehandhaaft en waar
beperkingen aan kunnen worden aangebracht. Democratie is een algemene open bepaling en
daarvan weten we niet zo goed wat ermee wordt bedoeld en je kan er een hele open invulling aan
geven. Door het implementeren van vage begrippen zal de Grondwet zijn kracht en waarde
kunnen verliezen uiteindelijk. !
3a. In welke laag moeten we het bovenstaande gebruik van het woord plaatsen en wat
maakt het uit? (Bezuinigen op gesubsidieerde rechtsbijstand en voorwaarden voor toegang
tot de rechter).!
, Staatsrecht
!
Lagen van de rechtsstaat: !
- Laag 1: grondidee !
- Laag 2: rechtsbeginselen !
- Laag 3: staatsinrichting/wettelijke regelingen!
- Laag 4: gedrag/regels/rechtsbeslissingen !
!
(1) Grondidee: binden van de staatsmacht (overheid) aan de regels van het recht. Deze laag is
niet te wijzigen. !
!
(2) Rechtsbeginselen: uitwerkingen van een aantal rechtsbeginselen, deze hebben we al eerder
gezien bij Scheltema. Deze laag is niet te wijzigen. !
!
(3) Staatsinrichting/wettelijke regelingen: organisatie van de staat. Deze laag is tijd en plaats
gebonden en is te wijzigen. !
!
(4) Gedrag/regels/rechtsbeslissingen: concrete invulling door middel van uitvoeringsbesluiten,
de praktische uitwerking. Deze laag is tijd en plaats gebonden en is te wijzigen.!
!
Wanneer in laag 3 en 4 iets wordt gewijzigd, betekent dat niet dat dat afbreuk doet aan de
beginselen in laag 1 en 2. !
!
'Bezuinigen op gesubsidieerde rechtsbijstand en voorwaarden voor toegang tot de rechter' richt
zich op de derde laag, omdat het een beperking is op gelijke kansen (gelijkheidsbeginsel). Als je
hier wat aan gaat veranderen, dan verander je iets in de manier waarop het gelijkheidsbeginsel
gewaarborgd zal worden. Maar door iets in de derde laag aan te passen, zullen de eerste twee
lagen niet aangepast worden. !
!
b. Volgens de WRR vergt de rechtsstaat permanente aandacht omdat de samenleving
steeds aan verandering onderhavig is. Op welke verschuivingen en veranderingen in de
samenleving wijst de WRR en hoe veranderen zij concreet het denken over de rechtstaat.
Geef waar mogelijk, concrete voorbeelden. !
!
(1) Verschuiving in de verhouding tussen staatsmachten: eerst was er een bepaalde afstand
tussen de drie machten, maar in de loop van de tijd zijn deze drie machten verstrengeld geraakt.
Niet een scheiding, maar een evenwicht van machten. Bijv. rechter die recht maakt, de regering
die eigenlijk als uitvoerende macht functioneert, maar ook wetsvoorstellen kan indienen. Rechter
vult leemte in de wet. De rechter begint dus een steeds belangrijkere rol te spelen. !
!
(2) Toenemende druk op de overheid: heeft rechtstreeks invloed op het beginsel van de
dienende overheid. meer eisen aan de overheid gesteld. Zij wordt constant bevraagd en soms
overvraagd. Hierdoor zwakkere binding van het overheidshandelen met het recht. Dit komt door de
langere keten van de juridische basis van een wet en de feitelijk uitgevoerde taken. Door
bijvoorbeeld delegatie van wetgeving is er niet meer alleen een directe, maar ook een indirecte
binding. !
!
(3) Internationalisering: door internationale verdragen is er een internationale rechtsorde
ontstaan. De supranationale rechtsorde heeft directe werking in onze nationale rechtsstaat.
Internationaal en nationaal recht staat meer met elkaar verweven, het nationale recht wordt minder
belangrijk. De organen op nationaal niveau zullen ook minder belangrijk worden. De idee van
evenwichtige machtenscheiding is niet te vinden in de internationale rechtsorde. Dit is van invloed
op de werking van het nationale recht gezien de rechtstreekse doorwerking. Rechter moet zich bij
het toepassen van wetgeving houden aan het internationale recht (zowel wetgeving en rechtspraak
is sterk toegenomen). Hierbij is rechtszekerheid en democratie tot op zekere hoogte in het geding.!
!