6.1
Elektriciteit, dat is een deel van onze 21-eeuwse levens. Apparaten zoals:
telefoon, tv, lamp etc. werken op elektrische energie die in de Energiecentrales
wordt opgewekt, door het verzetten van verschillende soorten energie ( Gas,
kolen, wind, etc.) naar elektronische energie. Spanningsbronnen zijn bronnen
voor elektronische apparaten zoals: accu telefoon, stopcontact
ventilator. Spanningsbron heeft 2 polen (aansluitpunten), plus- en minpool. De
Spanning van de spanningsbron bepaald hoeveel energie het spanningsbron
kan leveren. Spanning symbool is U, de eenheid van spanning is volt V. Elk
elektronisch apparaat hebt zijn eigen aantal volt nodig, te hoog/te laag kan de
apparaat beschadigen. De Ventilator werkt alleen op 230 V dat zou hij van de
stopcontact kunnen krijgen maar niet van een telefoon accu want die levert
precies zo veel volt als de telefoon nodig heeft (3,7 V). Sommige apparaten
hebben meer volt nodig dan spreek je niet van Volt maar Kilovolt kV. Spanning
meten kun je met een voltmeter, zo kan je zien van een spanningsbron
meetbereik(maximale waarde) is.
6.2
Een draad werkt als volgt; Elektrische stroom moet vervoert woorden naar een
apparaat, de stroom gaat via de snoer die gemaakt is van een geleider( stof dat
elektriciteit gemakkelijk geleid bijv. koper, goud water etc.). het is omringd
door een laag kunststof (isolator) zodat je de snoer kan vasthouden. Om een
elektronisch apparaat te laten werken heb je een stroomkring nodig (dat via
een apparaat hele tijd + en – geladen stroom verwisseld). Als dat gebeurd heb
je een gesloten stroomkring en je apparaat gaat werken. Grootte van
elektronische stroom noem je stroomsterkte (symbool ‘I’ eenheid ‘ampère’ A).
Het stroomsterkte hangt af van spanning, het geld ook af van hoeveel een
batterij spanning kan opwekken en
hoeveel een apparaat kan doorlaten.
Bijvoorbeeld een telefoon laad bij 1 A =
1000 mA,.
Je kan stroomsterkte meten met een
ampèremeter door het in de