Maatschappijleer
1 verschil en verdraagzaamheid
Pluriforme samenleving → een land waarin mensen van verschillende sociale klassen, godsdiensten
en levensstijlen samenleven.
Communicatiemiddelen > erg belangrijk in de middeleeuwen
Morele geografie → het dicht op elkaar leven van mensen op een klein grondgebied heeft een grote
invloed op de manier waarop mensen met elkaar omgaan.
Pragmatische keuze → het profijt weegt zwaarder dan de principes van het geloof.
Tolerantie → bereidheid om dingen te verdragen die ergernis kunnen oproepen
Principiële kant → volgens een overtuiging of principe.
Pacificatiedemocratie → staatsvorm waarbij de leiders ondanks hun meningsverschillen de
bereidheid vertonen om samen te werken
Conformisme → het verlangen om zich aan te passen aan de opvattingen en gedragingen van de
meerderheid in de samenleving.
Polarisatie → het veroorzaken van een conflict of het versterken van tegenstellingen tussen partijen
of bevolkingsgroepen.
Sociale cohesie → het vertrouwen van burgers in elkaar en in de overheid.
, 2 cultuur en identiteit
Cultuur → alle normen, waarden en alle andere aangeleerde kenmerken die de leden van een groep
of samenleving met elkaar gemeen hebben en als vanzelfsprekend beschouwen
Cultuur kan veranderen
- religieuze verandering > vroeger vs. nu
- rechten van kwetsbare groepen worden beter beschermd
- slavernij is niet meer
Functie van cultuur > cultuur behoort tot een groot deel van je eigen identiteit
Gemeenschappelijk referentiekader → geheel aan kenmerken, ervaringen, kennis en ideeën waaruit
een mens denkt en handelt > sociale bril
Iedere groep heeft zijn eigen soort cultuur, maar om de hele samenleving te laten functioneren is er
een dominante cultuur → het geheel van normen, waarden en kenmerken dat door de meeste
mensen binnen een samenleving wordt geaccepteerd
Ook zijn er groepen met specifieke normen en waarden, subcultuur → wijkt af van de dominante
cultuur
Ook zijn sommige mensen het ergens niet mee eens, die vormen de tegencultuur → die zich
verzetten tegen de dominante cultuur of daar zelfs een bedreiging voor vormen
Socialisatie → het proces waarbij iemand bewust en onbewust normen, waarden en andere culturele
kenmerken van zijn groep krijg aangeleerd
Zorgt ervoor dat de cultuur blijft bestaan
Via imitatie → het gedrag nadoen van andere
Gebeurt vooral bij jonge kinderen
Vind plaats binnen socialiserende instituties
Sportclubs, vriendengroep, school, media, verenigingen en de overheid
Door middel van sociale controle → de manier waarop mensen andere stimuleren of dwingen zich
aan de geldende normen te houden
Hierop komen positieve en negatieve sancties
Er is ook nog formeel (wat is vastgelegd > diploma) en informele (wat niet in de regels staat >
duimpje omhoog)
Groepsidentificatie
Onze persoonlijkheid bestaat ook uit sociale elementen. Wie wij zijn is deels aangeleerd
maar ook deels aangeboren
Dimensies van Hofstede > dimensies waarin cultuur van elkaar verschilt
1. Machtsafstand > hoe de macht verdeeld is in een land
Kleine machtsafstand → baas staat niet veel hoger en gaan vriendelijk met elkaar
om
Grote machtsafstand → de baas praat amper met je en je hebt alleen een zakelijke
relatie
2. Individualisme vs. collectivisme >
Individualistisch → waar mensen vooral los zijn en niet veel met elkaar hebben
Collectivistisch → bij een sterke hechte groep horen
3. Masculiniteit vs. feminiteit > de verhouding tussen mannen en vrouwen in een land
Masculiene samenleving → waar de man de kostverdiener is en de vrouw thuisblijft
Feminiene samenleving → waar mannen en vrouwen gelijk behandeld worden
4. Onzekerheidsvermijding > de mate van angst voor de toekomst