ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
AANTEKENINGEN
COLLEGE
1
Terug
naar
de
verwondering
Jonge
kinderen
construeren
hun
beeld
van
de
wereld,
versterkt
door
interne
bekrachtigers;
emoties
en
verwondering.
Later
worden
de
dingen
vanzelfsprekend
en
verliezen
we
de
verwondering
als
basis
voor
kennis,
omdat
we
denken
dat
we
dingen
al
begrijpen.
Het
menselijk
brein
en
cultuur
is
een
van
de
meest
complexe
dingen
die
we
kennen.
Over
het
algemeen
vinden
we
ontwikkeling
(te)
vanzelfsprekend,
en
zijn
de
verklaringen
oppervlakkig.
Waar
komt
die
ontwikkeling
vandaan?
De
meeste
mensen
zullen
zeggen
het
brein,
maar
waarom
werkt
het
brein
zoals
het
werkt?
Wat
leren
deze
clips
ons
over
leren
en
ontwikkeling?
-‐
Leren
begint
bij
wat
er
hier-‐en-‐nu
gebeurt,
een
concrete
situatie
met
concrete
emoties.
-‐
Leren
hangt
samen
met
emoties,
deze
twee
kun
je
nauwelijks
van
elkaar
scheiden.
Emotie
en
motivatie,
zijn
beide
dingen
die
je
in
beweging
zet,
ze
zijn
dan
ook
gelijk
aan
elkaar.
-‐
Leren
is
gestuurd
door
degene
die
leert.
-‐
Leren
is
een
interactief
proces,
het
is
iemand
als
een
volwassene
zoals
in
het
filmpje,
die
interactie
kan
sturen
waardoor
je
de
beste
leer
en
ontwikkelingsprocessen
krijgt.
-‐
Diep
leren
is
competentie-‐georiënteerd,
een
vertrekpunt
voor
het
nieuwe
leerproces.
Dat
betekent
dat
het
georiënteerd
is
door
het
belang
is
van
de
persoon
om
je
vaardigheden
te
verhogen.
Performance-‐oriëntatie
(bijvoorbeeld
het
behalen
van
een
tentamen)
tegenover
competentie-‐oriëntatie
(dieper
begrip
en
beheersing
nastreven)
Babytijd
(overzicht
1)
-‐
Zuigreflex:
‘pinknoise’,
volgens
een
zeer
vast
patroon.
-‐
Moro
reflex:
als
je
ineens
de
ondersteuning
van
het
hoofd
van
het
kind
weghaalt,
strekt
de
baby
zijn
armpjes
en
beetjes,
en
valt.
-‐
Rooting
reflex:
als
je
een
vingen
rond
de
mond
van
een
baby
houdt,
beweegt
de
baby
zich
naar
de
richting
van
de
prikkel
en
zal
de
baby
hier
op
gaan
zuigen.
Zuigreflex
samen
met
de
rootingreflex
maakt
borstvoeding
volgens
de
standaard
theorie.
-‐
Newborn
smile:
de
meeste
volwassen
reageren
bijna
reflexmatig
op
de
glimlach
van
een
baby.
Vanaf
de
newborn
smile
worden
de
gedragingen
op
sociaal
en
cultureel
gebied,
spiegelen
we
het
gedrag
van
de
kinderen.
Dus
als
je
met
een
jong
kind
praat
doe
je
dat
voortdurend.
Bij
een
newborn
smile
is
het
nog
een
reflexmatige
lach,
maar
krijgt
het
een
sociale
betekenis
door
de
reactie
van
de
ouder.
-‐
Social
smile:
de
ogen
van
de
baby
volgt
het
gezicht
van
de
volwassene
als
de
baby
lacht,
meestal
wanneer
de
volwassene
aandacht
geeft
aan
de
baby.
De
meeste
kinderen
maken
ook
geluid
bij
deze
lach.
-‐
Turn
taking;
een
heel
belangrijk
onderdeel
van
communicatie,
wat
inhoudt
dat
je
om
beurten
communiceert
en
niet
continu
luistert
naar
1
persoon.
COLLEGE
2
Borstvoeding
is
mogelijk
voor
de
baby
doordat
deze
kan
slikken
en
ademen
tegelijk.
Het
is
ook
een
sociaal
cultureel
proces
naast
een
biologische!
(Tentamen)
Handelingssystemen
zijn
complexe
netwerken
van
elkaar
beïnvloedende
factoren,
niet
abstract
maar
concreet.
Newborn
smile
à
reactie
volwassene
à
rijping
brein
à
(cyclus)
ßà
Social
smile
/
brabbelen
=
turntaking
,Wat
verklaart
de
rijping
van
het
brein?
Biologische
factoren
plus
de
cyclische
beïnvloeding.
Theoretische
verdieping
Voorbeeld:
Het
proces
van
turntaking
als
fundamenteel
communicatieproces
-‐ Complexe
timing
in
beurten
en
beurtwisseling
-‐ Voorbeelden
van
wederzijdse
imitatie
in
communicatieprocessen
-‐ Voorbeeld
van
engagement
(lange
tijd
gefocust
op
moeder)
en
disengagement
(focust
op
camera)
bij
de
baby
-‐ Spontane
aanpassing
in
de
vorm
van
child-‐directed-‐speech:
o Gericht
op
nog
niet
sprekend
kind
§ Shorter
utterances
§ Many
complete
or
partial
repetitions;
ouders
hebben
de
neiging
om
korte
zinnetjes
of
herhalingen
van
woorden
te
spreken
§ Higher
pitch:
spontaan
hogere
toonhoogte
§ More
syntactic
simplifications:
allerlei
grammaticale
vereenvoudigingen
in
de
taal
die
ze
spreken,
aanpassen
aan
het
begripsniveau
van
iemand
die
nog
geen
taal
beheerst
§ Few
grammatical
errors:
mensen
maken
minder
fouten
en
hoeven
zich
dus
minder
te
herstellen
§ Focused
on
the
here-‐and-‐now:
op
wat
er
hier
en
nu
gebeur
§ Greater
degree
of
redundancy:
herhaling
§ Clearly
articulated
and
somewhat
slower:
trager
en
duidelijker
geactueerd
o Vrijwel
dezelfde
kenmerken
indien
gericht
op
sprekend
kind
§ Extra:
aanpassing
in
de
richting
van
de
zich
ontwikkelende
taal
van
het
kind
o Ook
iets
oudere
kinderen
vertonen
spontaan
child-‐directed-‐speech
als
ze
converseren
met
jongere
kinderen
of
baby’s
De
ontwikkeling
van
het
lidwoord
Niemand
controleert
zijn
lidwoorden,
waardoor
het
erg
interessant
is
om
hier
een
onderzoek
naar
te
doen.
Er
is
dan
ook
een
onderzoek
gedaan
naar
het
gebruik
van
lidwoorden
door
het
kind,
bij
een
30
tal
observaties,
waarbij
gekeken
werd
naar
correct
gebruikte
lidwoorden.
Dit
werd
gedaan
bij
een
Duits,
Frans
en
Nederlands
kind.
Dit
volgt
meestal
een
s-‐vormige
index
curve,
het
is
dus
geen
lineair
proces!
Het
bevat
ontwikkelingssprongen,
die
bij
elke
ontwikkeling
en
per
elk
kind
verschillen,
dit
kun
je
niet
gaan
middelen
want
hierdoor
ontstaat
een
verkeerd
beeld
Dit
is
vergeleken
met
het
gebruik
van
lidwoorden
bij
de
volwassene,
bij
de
taal
die
ze
gebruiken
naar
het
kind.
Deze
curve
komt
overeen
met
het
minimale
gebruik
van
het
kind,
wat
tegelijk
oploopt
bij
het
Frans
sprekende
kind.
Bij
het
Duits
sprekende
kind
is
er
bij
de
moeder
een
snellere
stijging
dan
bij
het
kind,
waardoor
de
moeder
zich
aanpast
en
het
kind
wel
kan
bij
blijven.
Bij
het
Nederlandse
kind,
zie
je
dat
er
enorme
verschillen
zijn
tussen
ouders
en
kinderen
onderling.
Het
heeft
bijna
nauwelijks
iets
te
maken
met
de
taal
die
ze
naar
elkaar
spreken.
We
kunnen
hier
uit
leren
dat
elk
individueel
proces
samen
met
de
omgeving
een
proces
van
unieke
adaptatie
is,
elk
kind
en
omgeving
zoekt
naar
die
manier
die
als
ware
het
beste
functioneert.
Dit
hoeft
niet
altijd
de
beste
manier
te
zijn,
maar
die
ze
gezamenlijk
‘afspreken’
en
in
stand
houden.
Het
is
een
sterk
????
van
adaptatie
naar
elkaar.
Pas
dus
op
wanneer
je
groepsgemiddelden
gaat
vergelijken!
Want
je
kunt
enorme
fouten
maken.
Vaak
lijkt
geen
enkele
van
deze
gemiddelde
curve
op
een
individuele
curve.
Terug
naar
de
concrete
verschijnselen
Ontwikkelingsmijlpalen:
het
verwerven
van
een
belangrijke
vaardigheid,
van
liggen
naar
lopen.
Lopen
is
niet
alleen
lopen,
maar
een
enorme
vergroting
van
de
exploreerbare
wereld.
In
het
filmpje
probeert
de
baby
voor
uit
te
komen
met
zijn
beentjes
terwijl
hij
ligt,
maar
komt
geen
stap
verder.
Het
zijn
hele
sterke
autonome
processen,
ze
zijn
erg
gemotiveerd,
waar
veel
energie
aan
wordt
besteed
door
de
baby.
In
het
tweede
filmpje
, leert
de
baby
zitten,
waardoor
hij
zijn
hoofd
los
van
zijn
romp
kan
bewegen,
waardoor
de
leefwereld
enorm
wordt
vergroot.
Volwassenen
helpen
kinderen
om
hun
actieradius
te
vergroten,
een
heel
belangrijk
principe,
omdat
het
kind
het
zelfstandig
nog
niet
kan
uitvoeren.
Maar
waar
het
wel
aan
toe
is.
Volwassen
exploreren
binnen
welke
ruimte
kinderen
de
bepaalde
activiteit
kunnen
doen,
meestal
dat
gene
waar
het
kind
net
aan
toe
is
(en
niet
ineens
leren
lopen
als
het
alleen
nog
maar
kan
liggen).
Genoemd:
de
zone
van
de
naaste
ontwikkeling:
inschatting
hoeveel
hulp
je
moet
geven
aan
iemand.
Lopen
is
eigenlijk
het
voorkomen
van
vallen;
het
evenwichtsprobleem.
Je
wilt
namelijk
voorkomen
dat
je
(voorover!)
valt,
waardoor
je
je
voeten
blijft
verplaatsen.
Een
baby
exploreert
altijd
zijn
ontwikkelingsmogelijkheden,
waardoor
de
baby
het
lopen
uitvind.
Kruipen
is
namelijk
al
een
uitstekende
veilige
manier
om
je
snel
te
bewegen.
Emoties
zijn
hele
sterke
zelfbekrachtigers;
als
je
iets
leert
en
je
denkt
heee
ik
snap
het,
is
dit
een
betere
manier
dan
stampen.
Mensen
zijn
de
enige
diersoort
die
wijst
en
de
betekenis
kent.
Bij
baby’s,
zal
deze
niet
kijken
naar
de
vinger
maar
naar
de
richting
waar
de
vinger
naar
toe
wijst.
Wij
zijn
dus
geboren
met
het
begrip
van
gedeelde
aandacht.
Babytijd
(overzicht
2)
• Habituatie:
verveling
is
een
signaal
voor
dat
bepaalde
stimulatie/informatie
al
lang
genoeg
is
verwerkt.
Armpjes
wijden
is
een
typische
aandachtresponse.
• Imitatie
van
anderen:
valt
onder
complexe
reactieprocessen.
James-‐lange
paradox:
we
zijn
verdrietig
omdat
we
huilen
en
niet
andersom.
• Visueel
volgen:
fundamenteel
leermechanisme
wat
wij
ook
vaak
gebruiken
tijdens
het
college.
Bij
nieuwe
of
de
suggestie
van
nieuwe
informatie,
de
ogen
in
die
richting.
• Circulaire
reacties
en
emoties:
we
zijn
gefascineerd
bij
actie
en
reactie
van
iets
wat
wij
doen,
wat
maar
doorgaat.
• Object
permanentie
en
verwondering:
een
kind
denkt:
ik
zie
een
voorwerp
niet,
het
voorwerp
is
er
niet.
• Baby
objectpermanentie
vroeg
à
voorwerp
wordt
achter
een
papiertje
verstopt
en
baby
kijkt
weg
(klassiek)
• Baby
objectpermanentie
AnotB
à
kind
kijkt
naar
waar
deze
het
voor
het
laatste
zag.
Een
kind
van
2
geeft
het
zoeken
snel
op
als
dit
niet
meteen
lukt.
Een
baby
heeft
objectpermanentie
als
het
weet
dat
het
verstopt
kan
worden.
AnotB
error
betekent
dat
je
2
doekjes
hebt,
laat
zien
wat
er
onder
het
ene
ziet
en
haalt
het
weg,
daarna
let
je
op
dat
het
kind
goed
oplet
wanneer
je
het
voorwerp
onder
het
ene
doekje
weghaalt
en
onder
het
andere
doekje
stopt,
en
kijkt
welk
doekje
het
kind
pakt.
• Social
refereancing
is
een
ontwikkelingsproces
waarbij
je
de
reactie
van
de
oudere
op
jouw
handelen
gebruikt
als
evaluatie.
• Anticiperend
grijpen/reiken:
Een
voorwerp
komt
naar
de
baby
toe,
de
baby
begint
te
grijpen,
maar
vervolgens
stopt
het
voorwerp,
en
de
baby
stopt
bij
waar
het
voorwerp
had
moeten
komen
(voor
zijn
gezicht).
Dit
rekent
het
brein
automatisch
voor
uit.
Ruimtewaarneming
is
dus
complex
bij
baby’s,
ook
al
kan
deze
het
niet
uit
leggen.
• Visual
clif:
als
een
baby
niet
over
een
glazen
plaat
kruipt
neemt
de
baby
dus
diepte
waar.
Bij
het
eerste
filmpje
zat
het
kind
al
op
de
clif,
bij
het
tweede
filmpje
werd
het
kind
richting
de
clif
gezet
en
deze
begon
met
de
kruipactie.
COLLEGE
3
Wat
zeggen
lidwoorden?
Individuele
curves
vertellen
je
hoe
ontwikkeling
plaatsvindt.
Heel
vaak
in
een
s-‐
vormige
curve.
Gemiddelden
vertellen
je
wat
je
ongeveer
kunt
verwachten
op
een
bepaalde
leeftijd.
AANTEKENINGEN
COLLEGE
1
Terug
naar
de
verwondering
Jonge
kinderen
construeren
hun
beeld
van
de
wereld,
versterkt
door
interne
bekrachtigers;
emoties
en
verwondering.
Later
worden
de
dingen
vanzelfsprekend
en
verliezen
we
de
verwondering
als
basis
voor
kennis,
omdat
we
denken
dat
we
dingen
al
begrijpen.
Het
menselijk
brein
en
cultuur
is
een
van
de
meest
complexe
dingen
die
we
kennen.
Over
het
algemeen
vinden
we
ontwikkeling
(te)
vanzelfsprekend,
en
zijn
de
verklaringen
oppervlakkig.
Waar
komt
die
ontwikkeling
vandaan?
De
meeste
mensen
zullen
zeggen
het
brein,
maar
waarom
werkt
het
brein
zoals
het
werkt?
Wat
leren
deze
clips
ons
over
leren
en
ontwikkeling?
-‐
Leren
begint
bij
wat
er
hier-‐en-‐nu
gebeurt,
een
concrete
situatie
met
concrete
emoties.
-‐
Leren
hangt
samen
met
emoties,
deze
twee
kun
je
nauwelijks
van
elkaar
scheiden.
Emotie
en
motivatie,
zijn
beide
dingen
die
je
in
beweging
zet,
ze
zijn
dan
ook
gelijk
aan
elkaar.
-‐
Leren
is
gestuurd
door
degene
die
leert.
-‐
Leren
is
een
interactief
proces,
het
is
iemand
als
een
volwassene
zoals
in
het
filmpje,
die
interactie
kan
sturen
waardoor
je
de
beste
leer
en
ontwikkelingsprocessen
krijgt.
-‐
Diep
leren
is
competentie-‐georiënteerd,
een
vertrekpunt
voor
het
nieuwe
leerproces.
Dat
betekent
dat
het
georiënteerd
is
door
het
belang
is
van
de
persoon
om
je
vaardigheden
te
verhogen.
Performance-‐oriëntatie
(bijvoorbeeld
het
behalen
van
een
tentamen)
tegenover
competentie-‐oriëntatie
(dieper
begrip
en
beheersing
nastreven)
Babytijd
(overzicht
1)
-‐
Zuigreflex:
‘pinknoise’,
volgens
een
zeer
vast
patroon.
-‐
Moro
reflex:
als
je
ineens
de
ondersteuning
van
het
hoofd
van
het
kind
weghaalt,
strekt
de
baby
zijn
armpjes
en
beetjes,
en
valt.
-‐
Rooting
reflex:
als
je
een
vingen
rond
de
mond
van
een
baby
houdt,
beweegt
de
baby
zich
naar
de
richting
van
de
prikkel
en
zal
de
baby
hier
op
gaan
zuigen.
Zuigreflex
samen
met
de
rootingreflex
maakt
borstvoeding
volgens
de
standaard
theorie.
-‐
Newborn
smile:
de
meeste
volwassen
reageren
bijna
reflexmatig
op
de
glimlach
van
een
baby.
Vanaf
de
newborn
smile
worden
de
gedragingen
op
sociaal
en
cultureel
gebied,
spiegelen
we
het
gedrag
van
de
kinderen.
Dus
als
je
met
een
jong
kind
praat
doe
je
dat
voortdurend.
Bij
een
newborn
smile
is
het
nog
een
reflexmatige
lach,
maar
krijgt
het
een
sociale
betekenis
door
de
reactie
van
de
ouder.
-‐
Social
smile:
de
ogen
van
de
baby
volgt
het
gezicht
van
de
volwassene
als
de
baby
lacht,
meestal
wanneer
de
volwassene
aandacht
geeft
aan
de
baby.
De
meeste
kinderen
maken
ook
geluid
bij
deze
lach.
-‐
Turn
taking;
een
heel
belangrijk
onderdeel
van
communicatie,
wat
inhoudt
dat
je
om
beurten
communiceert
en
niet
continu
luistert
naar
1
persoon.
COLLEGE
2
Borstvoeding
is
mogelijk
voor
de
baby
doordat
deze
kan
slikken
en
ademen
tegelijk.
Het
is
ook
een
sociaal
cultureel
proces
naast
een
biologische!
(Tentamen)
Handelingssystemen
zijn
complexe
netwerken
van
elkaar
beïnvloedende
factoren,
niet
abstract
maar
concreet.
Newborn
smile
à
reactie
volwassene
à
rijping
brein
à
(cyclus)
ßà
Social
smile
/
brabbelen
=
turntaking
,Wat
verklaart
de
rijping
van
het
brein?
Biologische
factoren
plus
de
cyclische
beïnvloeding.
Theoretische
verdieping
Voorbeeld:
Het
proces
van
turntaking
als
fundamenteel
communicatieproces
-‐ Complexe
timing
in
beurten
en
beurtwisseling
-‐ Voorbeelden
van
wederzijdse
imitatie
in
communicatieprocessen
-‐ Voorbeeld
van
engagement
(lange
tijd
gefocust
op
moeder)
en
disengagement
(focust
op
camera)
bij
de
baby
-‐ Spontane
aanpassing
in
de
vorm
van
child-‐directed-‐speech:
o Gericht
op
nog
niet
sprekend
kind
§ Shorter
utterances
§ Many
complete
or
partial
repetitions;
ouders
hebben
de
neiging
om
korte
zinnetjes
of
herhalingen
van
woorden
te
spreken
§ Higher
pitch:
spontaan
hogere
toonhoogte
§ More
syntactic
simplifications:
allerlei
grammaticale
vereenvoudigingen
in
de
taal
die
ze
spreken,
aanpassen
aan
het
begripsniveau
van
iemand
die
nog
geen
taal
beheerst
§ Few
grammatical
errors:
mensen
maken
minder
fouten
en
hoeven
zich
dus
minder
te
herstellen
§ Focused
on
the
here-‐and-‐now:
op
wat
er
hier
en
nu
gebeur
§ Greater
degree
of
redundancy:
herhaling
§ Clearly
articulated
and
somewhat
slower:
trager
en
duidelijker
geactueerd
o Vrijwel
dezelfde
kenmerken
indien
gericht
op
sprekend
kind
§ Extra:
aanpassing
in
de
richting
van
de
zich
ontwikkelende
taal
van
het
kind
o Ook
iets
oudere
kinderen
vertonen
spontaan
child-‐directed-‐speech
als
ze
converseren
met
jongere
kinderen
of
baby’s
De
ontwikkeling
van
het
lidwoord
Niemand
controleert
zijn
lidwoorden,
waardoor
het
erg
interessant
is
om
hier
een
onderzoek
naar
te
doen.
Er
is
dan
ook
een
onderzoek
gedaan
naar
het
gebruik
van
lidwoorden
door
het
kind,
bij
een
30
tal
observaties,
waarbij
gekeken
werd
naar
correct
gebruikte
lidwoorden.
Dit
werd
gedaan
bij
een
Duits,
Frans
en
Nederlands
kind.
Dit
volgt
meestal
een
s-‐vormige
index
curve,
het
is
dus
geen
lineair
proces!
Het
bevat
ontwikkelingssprongen,
die
bij
elke
ontwikkeling
en
per
elk
kind
verschillen,
dit
kun
je
niet
gaan
middelen
want
hierdoor
ontstaat
een
verkeerd
beeld
Dit
is
vergeleken
met
het
gebruik
van
lidwoorden
bij
de
volwassene,
bij
de
taal
die
ze
gebruiken
naar
het
kind.
Deze
curve
komt
overeen
met
het
minimale
gebruik
van
het
kind,
wat
tegelijk
oploopt
bij
het
Frans
sprekende
kind.
Bij
het
Duits
sprekende
kind
is
er
bij
de
moeder
een
snellere
stijging
dan
bij
het
kind,
waardoor
de
moeder
zich
aanpast
en
het
kind
wel
kan
bij
blijven.
Bij
het
Nederlandse
kind,
zie
je
dat
er
enorme
verschillen
zijn
tussen
ouders
en
kinderen
onderling.
Het
heeft
bijna
nauwelijks
iets
te
maken
met
de
taal
die
ze
naar
elkaar
spreken.
We
kunnen
hier
uit
leren
dat
elk
individueel
proces
samen
met
de
omgeving
een
proces
van
unieke
adaptatie
is,
elk
kind
en
omgeving
zoekt
naar
die
manier
die
als
ware
het
beste
functioneert.
Dit
hoeft
niet
altijd
de
beste
manier
te
zijn,
maar
die
ze
gezamenlijk
‘afspreken’
en
in
stand
houden.
Het
is
een
sterk
????
van
adaptatie
naar
elkaar.
Pas
dus
op
wanneer
je
groepsgemiddelden
gaat
vergelijken!
Want
je
kunt
enorme
fouten
maken.
Vaak
lijkt
geen
enkele
van
deze
gemiddelde
curve
op
een
individuele
curve.
Terug
naar
de
concrete
verschijnselen
Ontwikkelingsmijlpalen:
het
verwerven
van
een
belangrijke
vaardigheid,
van
liggen
naar
lopen.
Lopen
is
niet
alleen
lopen,
maar
een
enorme
vergroting
van
de
exploreerbare
wereld.
In
het
filmpje
probeert
de
baby
voor
uit
te
komen
met
zijn
beentjes
terwijl
hij
ligt,
maar
komt
geen
stap
verder.
Het
zijn
hele
sterke
autonome
processen,
ze
zijn
erg
gemotiveerd,
waar
veel
energie
aan
wordt
besteed
door
de
baby.
In
het
tweede
filmpje
, leert
de
baby
zitten,
waardoor
hij
zijn
hoofd
los
van
zijn
romp
kan
bewegen,
waardoor
de
leefwereld
enorm
wordt
vergroot.
Volwassenen
helpen
kinderen
om
hun
actieradius
te
vergroten,
een
heel
belangrijk
principe,
omdat
het
kind
het
zelfstandig
nog
niet
kan
uitvoeren.
Maar
waar
het
wel
aan
toe
is.
Volwassen
exploreren
binnen
welke
ruimte
kinderen
de
bepaalde
activiteit
kunnen
doen,
meestal
dat
gene
waar
het
kind
net
aan
toe
is
(en
niet
ineens
leren
lopen
als
het
alleen
nog
maar
kan
liggen).
Genoemd:
de
zone
van
de
naaste
ontwikkeling:
inschatting
hoeveel
hulp
je
moet
geven
aan
iemand.
Lopen
is
eigenlijk
het
voorkomen
van
vallen;
het
evenwichtsprobleem.
Je
wilt
namelijk
voorkomen
dat
je
(voorover!)
valt,
waardoor
je
je
voeten
blijft
verplaatsen.
Een
baby
exploreert
altijd
zijn
ontwikkelingsmogelijkheden,
waardoor
de
baby
het
lopen
uitvind.
Kruipen
is
namelijk
al
een
uitstekende
veilige
manier
om
je
snel
te
bewegen.
Emoties
zijn
hele
sterke
zelfbekrachtigers;
als
je
iets
leert
en
je
denkt
heee
ik
snap
het,
is
dit
een
betere
manier
dan
stampen.
Mensen
zijn
de
enige
diersoort
die
wijst
en
de
betekenis
kent.
Bij
baby’s,
zal
deze
niet
kijken
naar
de
vinger
maar
naar
de
richting
waar
de
vinger
naar
toe
wijst.
Wij
zijn
dus
geboren
met
het
begrip
van
gedeelde
aandacht.
Babytijd
(overzicht
2)
• Habituatie:
verveling
is
een
signaal
voor
dat
bepaalde
stimulatie/informatie
al
lang
genoeg
is
verwerkt.
Armpjes
wijden
is
een
typische
aandachtresponse.
• Imitatie
van
anderen:
valt
onder
complexe
reactieprocessen.
James-‐lange
paradox:
we
zijn
verdrietig
omdat
we
huilen
en
niet
andersom.
• Visueel
volgen:
fundamenteel
leermechanisme
wat
wij
ook
vaak
gebruiken
tijdens
het
college.
Bij
nieuwe
of
de
suggestie
van
nieuwe
informatie,
de
ogen
in
die
richting.
• Circulaire
reacties
en
emoties:
we
zijn
gefascineerd
bij
actie
en
reactie
van
iets
wat
wij
doen,
wat
maar
doorgaat.
• Object
permanentie
en
verwondering:
een
kind
denkt:
ik
zie
een
voorwerp
niet,
het
voorwerp
is
er
niet.
• Baby
objectpermanentie
vroeg
à
voorwerp
wordt
achter
een
papiertje
verstopt
en
baby
kijkt
weg
(klassiek)
• Baby
objectpermanentie
AnotB
à
kind
kijkt
naar
waar
deze
het
voor
het
laatste
zag.
Een
kind
van
2
geeft
het
zoeken
snel
op
als
dit
niet
meteen
lukt.
Een
baby
heeft
objectpermanentie
als
het
weet
dat
het
verstopt
kan
worden.
AnotB
error
betekent
dat
je
2
doekjes
hebt,
laat
zien
wat
er
onder
het
ene
ziet
en
haalt
het
weg,
daarna
let
je
op
dat
het
kind
goed
oplet
wanneer
je
het
voorwerp
onder
het
ene
doekje
weghaalt
en
onder
het
andere
doekje
stopt,
en
kijkt
welk
doekje
het
kind
pakt.
• Social
refereancing
is
een
ontwikkelingsproces
waarbij
je
de
reactie
van
de
oudere
op
jouw
handelen
gebruikt
als
evaluatie.
• Anticiperend
grijpen/reiken:
Een
voorwerp
komt
naar
de
baby
toe,
de
baby
begint
te
grijpen,
maar
vervolgens
stopt
het
voorwerp,
en
de
baby
stopt
bij
waar
het
voorwerp
had
moeten
komen
(voor
zijn
gezicht).
Dit
rekent
het
brein
automatisch
voor
uit.
Ruimtewaarneming
is
dus
complex
bij
baby’s,
ook
al
kan
deze
het
niet
uit
leggen.
• Visual
clif:
als
een
baby
niet
over
een
glazen
plaat
kruipt
neemt
de
baby
dus
diepte
waar.
Bij
het
eerste
filmpje
zat
het
kind
al
op
de
clif,
bij
het
tweede
filmpje
werd
het
kind
richting
de
clif
gezet
en
deze
begon
met
de
kruipactie.
COLLEGE
3
Wat
zeggen
lidwoorden?
Individuele
curves
vertellen
je
hoe
ontwikkeling
plaatsvindt.
Heel
vaak
in
een
s-‐
vormige
curve.
Gemiddelden
vertellen
je
wat
je
ongeveer
kunt
verwachten
op
een
bepaalde
leeftijd.