Gynaecologie & Oogheelkunde
30. Anatomie Gynaecologie: vrouwelijke geslachtsorganen (3.1)
De vrouwelijke geslachtsorganen bestaan uit:
- Inwendige geslachtsorganen:
o Linker en rechter ovarium.
o Linker en rechter tuba uterina: salphinx.
o Uterus.
o Vagina.
- Uitwendige geslachtsorganen:
o Linker en rechter labium majus: huid met talgkliertjes,
zweetkliertjes, haren, vet en pigment.
o Linker en rechter labium minus: slijmvlies met zwelweefsel,
waardoor de labia wijder komen te staan in opgewonden toestand.
Dit zwelweefsel zit ook om urethra en zorgt hierdoor mede voor
continentie van urine.
o Clitoris: slijmvlies met zwelweefsel.
o (Opening vagina, opening urethra, schaamheuvel = subcutaan vet).
De ruimte tussen beiden labia majora wordt vulva genoemd.
De ruimte tussen beide labia minora, waarin ook de urethra uitmondt, heet het
vestibulum.
De inwendige
vrouwelijke
geslachtsorganen zijn gelegen in
het bekken:
- Os coxae: os ileum, os ischium, os pubis (verbonden door
symfyse).
- Het bekken staat 60⁰ gebogen: kijk je vaginaal, kijk je dus tegen de
bekkenbodem aan.
- Op het bekken zitten allerlei spieren en ligamenten. Delen van de
bekkenbodemspieren lopen om de urethra, vagina en het rectum heen:
sfincters. Je kunt deze sfincters dus trainen door je bekkenbodemspieren te
trainen.
- Belangrijkste bekkenbodemspier: m. levator ani.
- Urethra en vagina lopen recht door de bekkenbodemspieren heen. Het
rectum maakt er vlak boven een hoek van 90⁰: let dus op met het rectaal
inbrengen van dingen, want dit kan niet heel ver, tegen de knik aan steek
je door de rectumwand heen.
, Omschrijf van de vrouwelijke geslachtorganen de t.o.v. de omgeving.
Uterus
De uterus ligt in het kleine bekken: achter de blaas, voor het rectum.
De punt van de uterus (cervix) steekt iets uit in de vagina: portio.
De grens tussen cervix en vagina wordt bepaald door de plaats van de overgang
van het (kubische) cervix-epitheel in het plaveiselepitheel van de vagina.
Normaliter ligt de gehele uterus t.o.v. de vagina naar voren gekanteld:
anteversie.
Het corpus van de uterus ligt t.o.v. de cervix sterk naar voren geknikt: anteflexie.
Aan weerszijden monden op de grens tussen fundus en corpus de beide tubae
uterina in de uterus uit. De plaats waar de tuba in de uterus uitmondt, wordt de
tubahoek genoemd,
Tuba uterina
De tuba verbindt de uterusholte (mediaal) met de peritoneaalholte (lateraal).
Door de open verbinding met de buikholte kunnen opstijgende genitale infecties
peritonitis veroorzaken.
Ophangsysteem van het ovarium, de tuba en de uterus
Het grootste gedeelte van het corpus en de gehele fundus van de uterus, de
gehele tuba en het ovarium liggen intraperitoneaal.
Het peritoneum dat de uterus aan de voorzijde en de achterzijde bedekt, zet zich
opzij van de uterus voort als een peritoneaal dubbelblad met tussen de twee
peritoneumbladen een wisselende hoeveelheid bindweefsel, bloedvaten,
lymfevaten en zenuwen: ligamentum latum.
Het bindweefsel met de bloedvaten, lymfevaten en zenuwen tussen de twee
peritoneumlagen heet het parametrium.
Aan de bovenzijde verloopt door het ligamentum latum de tuba uterina (dit deel
van het ligamentum latum heet de mesosalphinx).
Aan de achterzijde is het ovarium door een eigen plooi aan het ligamentum latum
verbonden (dit deel van het ligamentum latum heet mesovarium).
Aan weerszijden eindigt het ligamentum latum op de bekken-zijwand. Aan de
onderzijde eindigt het in een verbrede basis op de bodem van de
peritoneaalholte.
Door elk ligamentum latum verlopen twee andere ligamenten:
- Ligamentum rotundum / ligamentum teres uteri: verbinding uterus
en voorste buikwand. Van tubahoek naar de buikwand, hier doorheen en
uitstralend in het labium majus. Dit ligament steunt de uterus naar
lateraal.
Een bloeding in de uteruswand kan via het ligamentum rotundum
uitzakken naar de labia majora.
- Ligamentum ovarii proprium: van tubahoek naar het ovarium. Dit
ligament verankert het ovarium aan de uterus.
Vanaf de laterale zijde van het ovarium verloopt een peritoneumplooi naar de
bekken-zijwand: ligamentum suspensorium ovarii. Hierin bevinden zich een
deel van de voedende vaten van het ovarium.
Dit is eigenlijk ook niet echt een ligament, want het is geen bindweefsel. Het is
peritoneum dat als een soort meso over de a. en v. ovarica heen ligt (dus niet
aan trekken!).
, Het onderste deel van het corpus en de cervix liggen subperitoneaal. Van de
cervix en het onderste deel van het corpus verlopen, door de sub-peritoneale
ruimte, bindweefselschotten naar de bekken-zijwand (= laterale bekkenwand).
Deze bindweefselschotten zetten zich voort door de bekkenbodemspier (m.
levator ani) tot in het perineum en de regio van de bilspieren. Deze
bindweefselschotten worden onderling met elkaar verbonden door
dwarsschotten. Dit gehele bindweefselapparaat (bindweefsel en vetweefsel met
daarin opgenomen de ureters, bloedvaten en zenuwen) boven de bekkenboden
wordt het ligamentum cardinale (of: paracolpium) genoemd.
Dit ligament wordt ook wel gezien als de sub-peritoneale voortzetting van het
ligamentum latum. Eigenlijk is het dus niet echt een ligament.
Bij een zwangere uterus, groeit deze naar boven toe. De ligamenten komen
hierdoor op rek: bandenpijn.
Belangrijke topografische relaties
Behalve de a. uterina bevindt zich in het ligamentum cardinale een uitgebreide
veneuze plexus aan weerszijden van de cervix. Deze veneuze plexus reikt echter
niet tot aan de bekkenbodem, zodat het onderste gedeelte van het ligamentum
cardinale relatief vaatarm is. Bij ingrepen in dit gebied zal een chirurg dan ook
voor en achter het ligamentum cardinale de diepte in prepareren om vervolgens
een ´tunnel´ onder het vaatrijke (veneuze plexus en a. uterina) deel te maken en
zo dit vaatrijke deel te kunnen omvatten en evt. af te klemmen. Het vaatrijke
deel van het ligamentum cardinale wordt ook wel het ´web´ genoemd.
De ureter zal in het verloop van de nier (dorsaal) naar de blaas (ventraal) de
cervix van de uterus moeten passeren. Dit gebeurt altijd op korte afstand van de
cervix (<1cm) en caudaal van de a. uterina.
Bij het afklemmen van het ´web´ dient altijd eerst de ureter geïdentificeerd te
worden.
Buikholte
Achter de uterus breidt de buikholte zich tussen de achterzijde van het
ligamentum cardinale enerzijds en het rectum en sacrum anderzijds uit naar
onder: excavatio recto-uterina of ruimte van Douglas / cavum Douglasi.