- ily/ly begin je mee =bijwoord -> bijvoeglijk naamwoord -> samenstelling
- past simple = altijd iets die aanleid tot de verledentijd
- past continuous = iets uit het verleden benoemen (was playing)
- past simple voor voltooide acties zijn in het verleden
- past continuous voor onvoltooide acties in het verleden
- past perfect simple= had +voltooid deelwoord
- als er een zin twee of meer handelingen/gebeurtenissen zijn die in het verleden plaats
vonden, dan krijgt de handeling/gebeurtenis die het verste weg ligt in het verleden de past
perfect
- past perfect continuous = had + been ww van ing
- future perfect = je doet een voorspelling voor de toekomst die dan afgerond is
- future continuois = je doet een voorspelling voor iets wat in de toekomst gaat gebeuren
Ml unit 2
C blz 15 betekenis
- Growing market = groeiende markt
- Developing market = opkomende markt
- Expanding market = uitbeidende markt
- Declining market = afnemende markt
- Questionnaire = vragenlijst
- Focus group = focus groep
- Promotion = promotie
- Survey = enquête
- Market sector = marktsector
- Market research = markt onderzoek
- Market segment = marktsegement
- Market niche = niche markt
- International market = internationale markt
- Overseas market = overzees markt
- Domestic market = binnenlandse markt
- Wordwide market = wereldwijde markt
- Launch a product = lanceer een product
- Introduce a product = introduceer een product
- Bring out a product = een product op de markt brengen
- Withdraw a product = product terugtrekken
- Special offer = speciale anbieding
- Free sample = gratis monster
- Discount = korting
- Slogan = slogan
- Retailer = detailhandelaar
- Distributor = distributeur
, - Wholesaler = groothandelaar
- Exporter = exporteur/ uitvoerder
Als 2 zelfstandignaamworden samen komen verteld de eerst over de tweede wat voor soort het is.
Zelfstantignaamwoord+zelstandignaamword kan worden veranderd dat de tweede
zelfstandignaamwoord het onderwerp wordt.
Zelfstandig naamwoord + zelfstandig naamwoord kan ook worden dat de zin wordt herformuleerd
met behulp van een voorzetsel.
Het eerste zelfstandig naamwoord is meestal enkelfout.
Soms gaan er 3 of meer zelfstandig naamwoorden samen.
Zelfstandig naamwoorden kunnen worden versterkt door bijvoeglijk naamwoorden en bijwoorden.
Ml unit 12
Handig schema:
Make
To launch a bit (een bod doen/een bod afwijzen)
Reject
To make a bid
A acquisition (een bod doen/ een aanschaf doen)
To take a stake (om inzet te nemen/een aandeel verkopen)
Sell
Een aantal werkwoorden worden gebruikt om voorstellingen te doen. Dit heeft de mate van
zekerheid van de spreker aan. Will/won’t= 100%, must/can’t= 80%, should= 60%,
may/could have= 40%, might= 20%
Een voorwaardelijke verklaring bevat een vermoeden over hoe iets in de toekomst uit zal pakken.
De future perfect en de future continuous voorspellen wat er in de toekomst zal worden uitgevoerd
of zal worden bereikt.
Er zijn een aantal uitdrukkingen die waarschijnlijk gaan gebeuren die vallen onder: about to, bound
to, going to.
Deze woorden worden gebruikt om de toekomst te bespreken: certain, probale, possible, inlikely of
impossible.
Er zijn een aantal succesvolle tijdfasen die gebruikt kunnen worden om over de toekomst te praten.