Literatuur & College – Week 1
Affectieve processen (emotie, stress, stemming, etc.) evalueren belangrijkheid van een
stimulus (voor evolutionaire reactie) op subjectief, gedrag of fysiologisch niveau.
Klinische heterogeniteit: dezelfde stoornis kan hele andere symptomen geven bij mensen.
Multifinaliteit: risicofactor kan leiden tot meerdere stoornissen.
Divergent trajectories: risicofactor kan leiden tot verschillende symptomen.
Emotionele reactiviteit: reactie die relevant is voor doel.
- Modal model: situatie aandacht appraisal reactie.
- Problemen in intensiteit, duur, frequentie of type.
Emotionele regulatie: doel activeren om emotieproces te beïnvloeden (extrinsiek = voor
emoties van ander).
- Procesmodel: emotieregulatie kan via situatieselectie, situatiemodificatie attentional
deployment, reappraisal en responsmodulatie.
- Bij keuze/toepassing van strategie is dit relevant: effectiviteit, resources en
intensiteit van emotie.
o Goal shielding: emotieregulatie-doel beschermen van concurrerende doelen.
o Goal flexibiliteit: regulatie aanpassen als situatie verandert.
- Problemen in bewustzijn, doelen of strategieën.
o Alexithymie: emoties niet goed kunnen herkennen en beschrijven.
o Emotionele misregulatie: strategie geen match met situatie.
Trans-diagnostische benadering: focust op processen voor etiologie en behouden van
symptomen over meerdere stoornissen (handiger voor heterogeniteit en comorbiditeit).
- Factoren kunnen distaal zijn (genetisch of omgeving; geen directe oorzaak) en
proximaal (bv. hyperactieve amygdala, biases of neuroticisme).
o Distaal kan leiden tot proximaal door:
Omgeving-reacties te vormen (bv. aandacht-bias door misbruik).
Overtuigingen en zelfbeeld vormen.
Conditioneren en observationeel leren.
o Moderators bepalen tot welke symptomen/stoornissen de proximale
factoren leiden (bv. bedreigende omgeving).
- Er blijft echter moeite met multifinaliteit en divergent trajectories.
, Intermediate fenotype: neuro-cognitieve en affectieve processen causaal gelinkt aan
ontwikkeling van symptomen (erfelijk = endofenotype).
Bij dependent stressors speel je een rol (bv. interpersoonlijk conflict).
Bij independent niet veroorzaakt door individu (bv. trauma).
Precision medicine: integreren van klinische data met andere patiënt-info om subtypes van
ziekte te ontdekken en categorisatie te verbeteren (bv. om te onntdekken dat ‘mentale’
stoornissen eigenlijk ‘breincircuit’ stoornissen zijn).