HC 1
Experimenteel onderzoek
- Oorzaak-gevolg
- Gecontroleerde methode van waarneming
- Gecreëerde situatie, kunstmatig, manipulatie
Niet-experimenteel onderzoek
- Paraplubegrip
- Beschrijvend onderzoek bijv.
- Om verschijnselen, kenmerken, meningen vast te stellen
- Natuurlijk mogelijke omgeving
- Geen oorzaak gevolg
HC2
Experiment
- = Een methode om een causaal verband te toetsen
- Doel: opsporen causaal verband
- Kenmerk: manipulatie van een aspect uit de werkelijkheid
- Variabelen: eigenschap van objecten die kunnen verschillen
● X = onafhankelijke variabele (gemanipuleerd)
● Y = afhankelijke variabele (gemeten)
- X heeft een effect op Y
- Controlegroep ervaart experimentele stimulus niet
● Geobserveerd verschil afhankelijke variabele (Y) is toe te schrijven aan de
experimentele stimulus
- Causaal verband tussen X en Y
- Hypothese = een stelling/verwachting (meetbaar)
● Geeft een richting aan (een onderzoeksvraag niet)
● Op basis van empirische gegevens kan je een hypothese accepteren of
verwerpen
Voorwaarden voor causaliteit
- Covariatie (Zonder X geen Y / als X verandert, verandert Y ook)
- Tijdsvolgorde (X gaat vooraf aan Y)
- Geen schijnbaar causaal verband (verband dat door een andere variabele verklaard
kan worden)
, Correlationeel verband
- Associatief verband/samenhang
- Geen oorzaak
- Treden tegelijkertijd op
Operationaliseren
- Meetbaar maken van concepten die je onderzoekt
- Hoe worden begrippen uit de vraagstelling precies gemeten of gemanipuleerd?
- Validiteit
Meetniveaus
- Nominaal
● Classificatie
● Belg/Nederlander/Duitser, geslacht
- Ordinaal
● Rangorde (geen interval/nulpunt)
● Weinig/gemiddeld/veel
- Interval
● Rangorde met gelijke intervallen (geen natuurlijk nulpunt)
● Temperatuur in °C, jaartallen, kloktijden
● Kan een gemiddelde uitrekenen
● Statistische toets mogelijk
- Ratio
● Rangorde met gelijke intervallen en een natuurlijk nulpunt
● Lengte, leeftijd, temperatuur in K
● Statistische toets mogelijk
- Je kan altijd een meetniveau naar beneden, maar nooit omhoog
- Belangrijke keuze voor meetniveau voor een statistische toets
HC3
Empirische cyclus (De Groot, 1968)
1. Observatiefase
- De onderzoeker construeert een probleem
- Bijvoorbeeld onderzoeken die elkaar tegenspreken/appel uit de boom vallen
Newton
Experimenteel onderzoek
- Oorzaak-gevolg
- Gecontroleerde methode van waarneming
- Gecreëerde situatie, kunstmatig, manipulatie
Niet-experimenteel onderzoek
- Paraplubegrip
- Beschrijvend onderzoek bijv.
- Om verschijnselen, kenmerken, meningen vast te stellen
- Natuurlijk mogelijke omgeving
- Geen oorzaak gevolg
HC2
Experiment
- = Een methode om een causaal verband te toetsen
- Doel: opsporen causaal verband
- Kenmerk: manipulatie van een aspect uit de werkelijkheid
- Variabelen: eigenschap van objecten die kunnen verschillen
● X = onafhankelijke variabele (gemanipuleerd)
● Y = afhankelijke variabele (gemeten)
- X heeft een effect op Y
- Controlegroep ervaart experimentele stimulus niet
● Geobserveerd verschil afhankelijke variabele (Y) is toe te schrijven aan de
experimentele stimulus
- Causaal verband tussen X en Y
- Hypothese = een stelling/verwachting (meetbaar)
● Geeft een richting aan (een onderzoeksvraag niet)
● Op basis van empirische gegevens kan je een hypothese accepteren of
verwerpen
Voorwaarden voor causaliteit
- Covariatie (Zonder X geen Y / als X verandert, verandert Y ook)
- Tijdsvolgorde (X gaat vooraf aan Y)
- Geen schijnbaar causaal verband (verband dat door een andere variabele verklaard
kan worden)
, Correlationeel verband
- Associatief verband/samenhang
- Geen oorzaak
- Treden tegelijkertijd op
Operationaliseren
- Meetbaar maken van concepten die je onderzoekt
- Hoe worden begrippen uit de vraagstelling precies gemeten of gemanipuleerd?
- Validiteit
Meetniveaus
- Nominaal
● Classificatie
● Belg/Nederlander/Duitser, geslacht
- Ordinaal
● Rangorde (geen interval/nulpunt)
● Weinig/gemiddeld/veel
- Interval
● Rangorde met gelijke intervallen (geen natuurlijk nulpunt)
● Temperatuur in °C, jaartallen, kloktijden
● Kan een gemiddelde uitrekenen
● Statistische toets mogelijk
- Ratio
● Rangorde met gelijke intervallen en een natuurlijk nulpunt
● Lengte, leeftijd, temperatuur in K
● Statistische toets mogelijk
- Je kan altijd een meetniveau naar beneden, maar nooit omhoog
- Belangrijke keuze voor meetniveau voor een statistische toets
HC3
Empirische cyclus (De Groot, 1968)
1. Observatiefase
- De onderzoeker construeert een probleem
- Bijvoorbeeld onderzoeken die elkaar tegenspreken/appel uit de boom vallen
Newton