Biologie samenvatting
Klas 5 – HAVO
H13: gaswisseling en uitscheiding
- Ademfrequentie: het aantal ademhalingen per minuut.
- Ademvolume: hoeveel lucht er in de longen gaat.
De longblaasjes liggen op het eisen van de luchtpijpvertakkingen. Je hebt er ongeveer 170 per mm3
- In de longblaasjes vind gaswisseling plaats van o2 en co2 met het bloed.
- Het zuurstof gaat via diffusie vanuit de longblaasjes de haarvaten in
Dode ruimte= ruimte waar geen gaswisseling plaats vind, de luchtwegen bijvoorbeeld.
Gunstige factoren voor gaswisseling zijn:
- Kleine diffusie afstand
- Het grote gezamenlijke oppervlakte van de longblaasjes
- Concentratie verschillen van o2 en co2.
Voor ademhaling gebruik je je ademhalingsspieren. (Zie bron 3 – blz 145)
- Het samentrekken van de middenrif zorgt voor inademing
- Bij diepe ademhaling gebruik je ook je:
o Tussenribspieren
o Nekspieren
- Buikspieren en tussenribspieren maken een snellere ademhaling mogelijk.
Bij uitademen spelen zwaartekracht en veerkracht van het middenrif een rol.
- Longvlies: vlies om je longen
- Borstvlies: vlies aan de binnenkant van je borstkast.
Tussen deze twee vliezen zit weefselvloeistof die de vliezen aan elkaar houd.
- De functie van het vloeistof is, dat de longen soepel langs de borstkast kunnen bewegen
Vitale capaciteit= hoeveelheid lucht die hij maximaal per in- en uitademing kan verversen
- Bron 4 – blz 146
Receptoren= zintuigcellen in de bloedbaan en in de hersenen
Het ademcentrum in de hersenstam verwerkt informatie uit receptoren voor onder andere de o2 en
co2 concentratie en de pH. Daarmee regelt het centrum frequentie en diepte van de longventilatie.
- (Zie bron 5 – blz 147)
De neusholte is bekleed met een slijmvlies
- Een dunne laag cellen die een kleverig slijm maken. Deze vangt stofdeeltjes,
ziekteverwekkers en stuifmeelkorrels op.
- Het is sowieso beter om door je neus te ademen, namelijk:
o Het voorkomt beschadiging van de tere longblaasjes
o De bloedvaatjes in de neusholte verwarmen de lucht en zo zit er ook gelijk meer
waterdamp in de.
Dit zorgt er dus voor de de longen beschermd zijn tegen kou en uitdroging.
Klas 5 – HAVO
H13: gaswisseling en uitscheiding
- Ademfrequentie: het aantal ademhalingen per minuut.
- Ademvolume: hoeveel lucht er in de longen gaat.
De longblaasjes liggen op het eisen van de luchtpijpvertakkingen. Je hebt er ongeveer 170 per mm3
- In de longblaasjes vind gaswisseling plaats van o2 en co2 met het bloed.
- Het zuurstof gaat via diffusie vanuit de longblaasjes de haarvaten in
Dode ruimte= ruimte waar geen gaswisseling plaats vind, de luchtwegen bijvoorbeeld.
Gunstige factoren voor gaswisseling zijn:
- Kleine diffusie afstand
- Het grote gezamenlijke oppervlakte van de longblaasjes
- Concentratie verschillen van o2 en co2.
Voor ademhaling gebruik je je ademhalingsspieren. (Zie bron 3 – blz 145)
- Het samentrekken van de middenrif zorgt voor inademing
- Bij diepe ademhaling gebruik je ook je:
o Tussenribspieren
o Nekspieren
- Buikspieren en tussenribspieren maken een snellere ademhaling mogelijk.
Bij uitademen spelen zwaartekracht en veerkracht van het middenrif een rol.
- Longvlies: vlies om je longen
- Borstvlies: vlies aan de binnenkant van je borstkast.
Tussen deze twee vliezen zit weefselvloeistof die de vliezen aan elkaar houd.
- De functie van het vloeistof is, dat de longen soepel langs de borstkast kunnen bewegen
Vitale capaciteit= hoeveelheid lucht die hij maximaal per in- en uitademing kan verversen
- Bron 4 – blz 146
Receptoren= zintuigcellen in de bloedbaan en in de hersenen
Het ademcentrum in de hersenstam verwerkt informatie uit receptoren voor onder andere de o2 en
co2 concentratie en de pH. Daarmee regelt het centrum frequentie en diepte van de longventilatie.
- (Zie bron 5 – blz 147)
De neusholte is bekleed met een slijmvlies
- Een dunne laag cellen die een kleverig slijm maken. Deze vangt stofdeeltjes,
ziekteverwekkers en stuifmeelkorrels op.
- Het is sowieso beter om door je neus te ademen, namelijk:
o Het voorkomt beschadiging van de tere longblaasjes
o De bloedvaatjes in de neusholte verwarmen de lucht en zo zit er ook gelijk meer
waterdamp in de.
Dit zorgt er dus voor de de longen beschermd zijn tegen kou en uitdroging.