Natuur en techniek samenvatting:
Vaatbundels: transportsysteem waarmee planten water en
voedingstoffen van het ene deel van de plant naar de andere plant kunnen
brengen.
Hoofgroepen planten met eenvoudige bouw: wieren en mossen: geen
vaatbundels
Hoofdgroepen planten met een complexe bouw: paardenstaarten, varens,
zaadplanten: wel vaatbundels.
Zaad is groter dan sporen en bevat een embryonaal plantje met voedsel
voor de kiemperiode.
Zaadplantje wordt kiemplantje met wortel, stengel en bladeren
Hoofdgroep subgroepen
en
Wieren
(algen)
Mossen
Paardenstaart
en
Varens
Zaadplanten Coniferen (naaktzadigen)
Bloemplanten (bedektzadigen)
soort omgeving voortplanting
Wieren Geen wortels, Fotosynthese Leven beste in vochtige
(algen) stengels, bladeren Geen omgeving
vaatbundel
Mossen Haartjes aan de Geen Landplanten, wel Sporendragers/
bodem vaatbundel vochtig sporenkapsels
Paardenstaart Wortels, bladeren vaatbundels Drogere landleven sporen
en en gelede stengel Wortelstok en wortelstok
met eivormige
s
p
o
r
e
n
d
r
a
g
, e
r
Varens Wortelstok, vaatbundels Droger landleven sporen
veernervige Onderkant bladeren
bladeren, stengels sporendragers
Zaadplante Bladeren, stengels, vaatbundel Droog landleven zaden
n wortels
Coniferen Geen bloemen en Zaden Naaktzadig naaldbomen
vruchten ontwikkelen tot
(kegeldrager) houtachtige
schubben van
kegels(dennena
ppel)
Bloemplanten Bloemen en Na bestuiving bedektzadige Loofbomen, struiken,
vruchten vindt Kruidachtige plant
Bevruchting
Vruchten: droog of plaats
sappig
Vruchten
Tomaat of kastanje belangrijke
Rol in
zaadverspreidin
g
Worte Steng Blader Vaat- Spore Zade bloem Vrucht kegels
ls els en Bund n n en en
els
Wieren x
Mossen haartj x
es
Paardensta x x x x x
arten
Varens x x x x x
Coniferen x x x x x x
bloemplant x x x x x x x
en
Bevruchting bloemplanten:
Na bestuiving vindt bevruchting plaats in het vruchtbeginsel van de
bloem. De zaad kan zich ontwikkelen in het vruchtbeginsel. Het
vruchtbeginsel groeit uit tot een vrucht met daarin het rijpe zaad.
Bedektzadigen
Korstmos heeft een samenlevingsvorm tussen een alg en een schimmel:
Geen mos
, Symbiose: beide organismen hebben voordeel van het de
samenlevingsvorm
Voorwaarden plant groeien:
Licht
Koolstofdioxide
Zuurstof
Water
Voedingszouten
Warmte
Bladgroenkorrels vangen zonne-energie op en zet dit om in energierijke
suikers. Zo maakt de plant eigen voedsel.
Suikers zijn bouwstoffen voor opbouw eigen weefsels
Suiker is ook brandstof
Verbranding van suikers is omgekeerde proces van fotosynthese met
zuurstof verbrand tot koolstofdioxide en water.
Functie wortels:
Verankeren
Stevigheid
Opslaan reserve voedsel
Functie stengels
Draagt bladeren, zodat ze een goede plaats kunnen innemen ten
opzichte van het licht
Stevigheid
In groene stengel vindt fotosynthese plaats
Transport water en voedingstoffen
Vaatbundels:
Tussen de bastvaten en houtvaten zit een dun laagje cellen: cambium.
Het cambium vormt de bast en houtvaten
Bastvaten:
dichtbij buitenkant stengel,
vervoert suikers vanuit de bladeren naar de rest
Houtvaten:
meer in het midden van de stengel.
Vervoeren water en zouten vanuit de wortels omhoog.
Verstevigd met houtstof
Vormen de ringen van de boom
Spar: naalden individueel aan takken
Den: baalden in paren aan takken
Vaatbundels: transportsysteem waarmee planten water en
voedingstoffen van het ene deel van de plant naar de andere plant kunnen
brengen.
Hoofgroepen planten met eenvoudige bouw: wieren en mossen: geen
vaatbundels
Hoofdgroepen planten met een complexe bouw: paardenstaarten, varens,
zaadplanten: wel vaatbundels.
Zaad is groter dan sporen en bevat een embryonaal plantje met voedsel
voor de kiemperiode.
Zaadplantje wordt kiemplantje met wortel, stengel en bladeren
Hoofdgroep subgroepen
en
Wieren
(algen)
Mossen
Paardenstaart
en
Varens
Zaadplanten Coniferen (naaktzadigen)
Bloemplanten (bedektzadigen)
soort omgeving voortplanting
Wieren Geen wortels, Fotosynthese Leven beste in vochtige
(algen) stengels, bladeren Geen omgeving
vaatbundel
Mossen Haartjes aan de Geen Landplanten, wel Sporendragers/
bodem vaatbundel vochtig sporenkapsels
Paardenstaart Wortels, bladeren vaatbundels Drogere landleven sporen
en en gelede stengel Wortelstok en wortelstok
met eivormige
s
p
o
r
e
n
d
r
a
g
, e
r
Varens Wortelstok, vaatbundels Droger landleven sporen
veernervige Onderkant bladeren
bladeren, stengels sporendragers
Zaadplante Bladeren, stengels, vaatbundel Droog landleven zaden
n wortels
Coniferen Geen bloemen en Zaden Naaktzadig naaldbomen
vruchten ontwikkelen tot
(kegeldrager) houtachtige
schubben van
kegels(dennena
ppel)
Bloemplanten Bloemen en Na bestuiving bedektzadige Loofbomen, struiken,
vruchten vindt Kruidachtige plant
Bevruchting
Vruchten: droog of plaats
sappig
Vruchten
Tomaat of kastanje belangrijke
Rol in
zaadverspreidin
g
Worte Steng Blader Vaat- Spore Zade bloem Vrucht kegels
ls els en Bund n n en en
els
Wieren x
Mossen haartj x
es
Paardensta x x x x x
arten
Varens x x x x x
Coniferen x x x x x x
bloemplant x x x x x x x
en
Bevruchting bloemplanten:
Na bestuiving vindt bevruchting plaats in het vruchtbeginsel van de
bloem. De zaad kan zich ontwikkelen in het vruchtbeginsel. Het
vruchtbeginsel groeit uit tot een vrucht met daarin het rijpe zaad.
Bedektzadigen
Korstmos heeft een samenlevingsvorm tussen een alg en een schimmel:
Geen mos
, Symbiose: beide organismen hebben voordeel van het de
samenlevingsvorm
Voorwaarden plant groeien:
Licht
Koolstofdioxide
Zuurstof
Water
Voedingszouten
Warmte
Bladgroenkorrels vangen zonne-energie op en zet dit om in energierijke
suikers. Zo maakt de plant eigen voedsel.
Suikers zijn bouwstoffen voor opbouw eigen weefsels
Suiker is ook brandstof
Verbranding van suikers is omgekeerde proces van fotosynthese met
zuurstof verbrand tot koolstofdioxide en water.
Functie wortels:
Verankeren
Stevigheid
Opslaan reserve voedsel
Functie stengels
Draagt bladeren, zodat ze een goede plaats kunnen innemen ten
opzichte van het licht
Stevigheid
In groene stengel vindt fotosynthese plaats
Transport water en voedingstoffen
Vaatbundels:
Tussen de bastvaten en houtvaten zit een dun laagje cellen: cambium.
Het cambium vormt de bast en houtvaten
Bastvaten:
dichtbij buitenkant stengel,
vervoert suikers vanuit de bladeren naar de rest
Houtvaten:
meer in het midden van de stengel.
Vervoeren water en zouten vanuit de wortels omhoog.
Verstevigd met houtstof
Vormen de ringen van de boom
Spar: naalden individueel aan takken
Den: baalden in paren aan takken