Hoorcollege 1
Wat is voorkennis?
Epidemiologie
- Hoevaak komen de klachten voor per jaar?
- Welke ziekten zie je het meeste bij deze bepaalde klachten?
- Het aantal nieuwe ziektegevallen over een bepaalde periode, ‘incidentie’.
- Hoeveel mensen hebben de ziekten in een jaar, ‘prevalentie’.
Ervaring
- Uw eigen ervaringen (leven en/of werk)
- Uw eigen competenties (kennis, vaardigheden, houding)
Volgorde diagnose stellen:
Anamnese –> lichamelijk onderzoek –> diagnose –> prognose –> behandeling
De anamnese (gesprek)
- Hoe gaat het?
- Heeft u koorts?
- Worden de klachten ook erger bij … ?
Lichamelijk onderzoek
Algemeen:
- Kijken (inspectie)
- Voelen (palpatie)
- Kloppen (percussie)
- Luisteren (auscultatie)
Bij de buik:
- Kijken (inspectie)
- Luisteren (auscultatie)
- Kloppen (percussie)
- Voelen (palpatie)
Na een lichamelijk onderzoek kan er nog een aanvullend onderzoek gedaan worden:
- Bloedonderzoek
- Beeldvormend -> CT, MRI, Echo, scopie
- Functioneel -> longfunctie, ECG
, - Combinatie -> PET - CT
- Pathologie
Cytologie = cel onderzoek
Histologie = weefselonderzoek (verkregen door een biopt)
MRI = magnetisch
CT = Röntgen
Pathologie = afdeling in het ziekenhuis die veel aanvullende onderzoeken doen.
Pathofysiologie = verandering in de anatomie
Verklarende diagnose = diagnose met een kop en een staart.
Diagnose stellen (waarschijnlijkheidsdiagnose)
Klinisch beeld (wat zijn de klachten / info van de patiënt) -> differentiaal diagnose (wat zou
het kunnen zijn) -> waarschijnlijkheidsdiagnose (uiteindelijke diagnose(s))
Niveau van een diagnose (de diepgang):
Symptoom diagnose
- Eén keer hoofdpijn, een keertje verkouden.
Syndroom diagnose
- Een aantal klachten en lichamelijke bevindingen bij elkaar.
- Klinisch beeld: hartfalen, depressie
Verklarende diagnose
- Er is een verklaring waarom er symptomen zijn
- Etiologische rij: infectie, genetisch, enz.
- Verklaringsmodellen
- Multifactorieel model
Prognose (mogelijke toekomst / gevolgen)
Op welke gebieden kun je naar de toekomst kijken?
- Somatisch (lichamelijk)
- Psychisch
- Sociaal (gezin, werk, omgeving)
- Financieel
- Existentieel (geloof, kernwaarden)
- Maatschappelijk
Voorbeelden:
- Iemand heeft een hartinfarct gehad, wat kan er veranderen voor hem of haar?
- Iemand heeft Covid gehad, wat kan er veranderen voor hem of haar?
- Iemand is ernstig ziek, hoelang leeft diegene nog?
, Behandeling
Doelen:
- Curatief = genezen
- Symptomatisch = tegen de pijn
- Preventief = voorkomen (primair, secundair en tertiair)
- Palliatief = gericht op welzijn en comfort
Primaire preventie = niet roken anders krijg je COPD
Secundaire preventie = je hebt COPD, stop met roken (opsporen van probleem)
Tertiaire preventie = Iemand heeft al COPD en je wil erger voorkomen
Mogelijkheden:
- Gesprekken en begeleiding
- Fysiotherapie, ergotherapie, diëtiste, psycholoog
- Coach, maatschappelijk werker
- Medicatie, chirurgie, radiotherapie
- Verpleegkundige zorg
Elke behandeling kent een voordelige werking en bijwerkingen / complicaties.
Diagnose Doel van de behandeling
Oorzaken / pathofysiologie Curatief (genezend)
Klinisch beeld Symptomatisch
Mogelijke gevolgen Preventie
Kwaliteit van leven Palliatief