1
Theorieën en psychopathologie
Hoofdstuk 1, 9 en 11 tot en met 17
1
,HOOFDSTUK 1: OVER KLINISCHE PSYCHOLOGIE EN
‘ABNORMAAL’ GEDRAG
Blz. 21 tot 53
Toepassingsgerichte disciplines: Basisdisciplines:
1. Klinische en gezondheidspsychologie 1. Functieleer
2. Arbeids- en organisatiepsychologie 2. Ontwikkelingspsychologie
3. Onderwijspsychologie 3. Sociale psychologie
4. Persoonlijkheidspsychologie
5. Methodenleer
Klinische psychologie houdt zich bezig met de toepassing van psychologische
kennis bij de diagnostiek en behandeling van psychische problemen.
Individuele persoon: afwijkend gedrag (drinken), afwijkende gedachten
(dwang), afwijkende belevingen (angst). Meestal combinatie van deze
afwijkingen.
Relaties met anderen: moeder overbezorgd om haar kinderen, man agressief
tegen zijn vrouw.
Maar juist niet met hele goede prestaties bijv. (hoogbegaafdheid) tenzij dat dan
weer invloed heeft op de persoon doordat hij daarom gepest wordt.
Wat is abnormaal gedrag? Ten minste 1 van deze aspecten: 2 tentamenvragen
hierover
Seligman, Walker en Rosenhan (2011) onderscheiden 7 factoren die bepalen of
gedrag als ‘abnormaal’ of pathologisch wordt beschouwd
1. Persoonlijk lijden
Bij veel psychische stoornissen lijdt de persoon erg onder zijn problemen. Wie
depressief is, voelt zich ellendig, leeg en futloos en voelt zich nog beroerder als hij
denkt aan de volgende dag. Persoonlijk lijden is echter geen voldoende voorwaarde
om van pathologie te kunnen spreken.
2. De (dis)functionaliteit van het gedrag
De mate waarin gedrag het dagelijks functioneren en het welbevinden aantast,
bepaalt voor een groot deel de beoordeling van (ab)normaliteit. Zo kunnen angsten
zo heftig zijn dat iemand zijn huis niet meer uit durft. Of door het gedrag van een
alcoholist kunnen ernstige problemen in zijn gezin ontstaan.
3. Irrationeel en onbegrijpelijk gedrag
Iemand met boulimia, eet zich eerst vol en kotst het daarna weer uit. Dit zal voor
veel mensen volkomen zinloos en onbegrijpelijk zijn. het zal vaak tot de conclusie
leiden dat er sprake is van abnormaal gedrag.
4. Onvoorspelbaarheid en controleverlies
Het gedrag is ontremd of iemand loopt schreeuwend over straat. Maar net als bij de
andere aspecten geldt ook hier dat onvoorspelbaarheid en controleverlies op zich
geen voldoende redenen zijn om een psychische stoornis te veronderstellen!
5. Opvallend en onconventioneel gedrag
Gedrag dat sterk afwijkt van de wijze waarop mensen zich zelf gedragen, zullen zij
eerder abnormaal vinden. Iemand die met een keurig kapsel en nette kleren door
het leven gaat, vindt iemand met groen haar en piercings snel afkeurend. Opvallend
2
, of onconventioneel gedrag mag dan afwijkend of zeldzaam zijn, het hoeft nog niet
als ‘gestoord’ te worden beoordeeld.
6. Gedrag dat een ongemakkelijk gevoel bij anderen teweegbrengt
Het gaat hier vooral om sociale verwachtingen. Als iemand slaapt op straat,
beschouw je dit al gauw als abnormaal want ‘slapen doe je in een bed’.
7. Het overtreden van morele normen
Vaak gaat het om wat goed is en fout, waarbij ‘slechte’ gedragingen als abnormaal
worden gezien. (stelen, geweld, liegen)
Wanneer heb je een stoornis volgens DSM?
Actueel lijden
Onvermogen te functioneren op een of meerdere gebieden
Significant toegenomen kans om dood te gaan, om pijn te lijden of
persoonlijke vrijheid te verliezen (zwaar middelengebruik, suïcide, verslaving)
Bij stoornissen moet worden uitgesloten dat:
Het niet een verwachte en cultureel aanvaarde reactie is (rouwen na de dood,
tenzij het rouwen een paar jaar duurt). Soms is het een normale reactie in de
situatie of (sub)cultuur
Dat langdurig ‘afwijkend gedrag’ niet voortbloeit uit het behoren tot een
politieke, religieuze of seksuele minderheid (bijv. mensen die strijden voor
acceptatie van homo’s, hebben geen stoornis).
Het geen gedragingen zijn die samenhangen met de religieuze overtuiging of
etnische achtergrond van een persoon (in Afrika is het niet raar om na het
overlijden van iemand met deze overledene te spreken of deze zelfs te zien
of te horen)
o Als een hulpverlener onvoldoende bekend is met religieuze of etnische
achtergrond van cliënten:
o Fout-positieve diagnose gedragingen en belevingen van cliënt
worden ten onrechte opgevat als een symptoom van
psychopathologie.
o Fout-negatieve diagnose de hulpverlener denkt dat de
gedragingen normaal (cultuurgebonden) zijn. Terwijl dat niet zo is, het
zijn wèl echte symptomen.
Het afwijkende gedrag moet niet voortkomen uit een persoonlijk conflict
tussen individu en maatschappij (excentrieke kunstenaars die in hun werk ‘de
meest individuele expressie van de meest individuele emotie’ leggen,
moeten niet als mentaal gestoorde worden beschouwd.
Modellen over het onderscheid tussen ‘normaal’ en ‘abnormaal’.
Het statistisch model
Het medisch of ziektemodel
Het leer- of onderwijsmodel
Het statistisch model
Van abnormaliteit wordt gesproken bij extreem lage of extreem hoge scores op
schalen waarmee deze eigenschappen betrouwbaar en valide worden gemeten.
Binnen dit model heeft ‘abnormaal’ uitsluitend een statistische betekenis.
Menselijke eigenschappen zijn min of meer normaal verdeeld
3