Samenvatting C – cluster BDK Periode 1, boek: DOUMA
Hoofdstuk 1
Paragraaf 1.1
Leren schema boek blz. 11!!! (Zie hieronder)
Strategie = Een lange termijnplan over de functie van de organisatie in de
samenleving, waarin de organisatie aangeeft welke doelstellingen ze wil
bereiken.
- Ook Geeft de organisatie aan met welke middelen en langs welke
wegen ze die doelstellingen wil bereiken.
In deze definitie staan 5 punten centraal:
1) Een strategie is niets anders dan een plan
2) Dat plan heeft betrekking op de lange termijn
3) De strategie van een organisatie heeft betrekking op de functie van de
organisatie in de samenleving
4) De strategie geeft aan welke doelstellingen de organisatie wil bereiken
5) De strategie geeft ook aan met welke middelen en langs welke wegen
men die doelstellingen wil bereiken
Strategie wordt bewust van tevoren geformuleerd
- Niet iedereen daar mee eens, Henry Mintzberg onderscheidt naast
‘geplande strategieën’ ook spontante strategieën
Geplande strategie = Een strategie die bewust tevoren wordt
geformuleerd en vervolgens wordt uitgevoerd
Spontante strategie = Wordt niet van te voren bewust geformuleerd
- Kan je omschrijven als een patroon dat men achteraf in een reeks van
beslissingen die feitelijk zijn genomen, kan herkennen
- Er is door de organisatie dus geen plan gemaakt, maar er wordt meer
van geval tot geval besloten welke beslissingen genomen moeten
worden
Strategische beslissingen hebben altijd betrekking op de lange
termijn
Strategische beslissing = Onherroepelijke beslissingen die het wezen of
het karakter van de organisatie betreffen. Voorbeeld v&d: Afdeling
levensmiddelen sluiten
Operationele beslissingen = Beslissingen met een routinematig
karakter, die regelmatig (dagelijks, wekelijks) moeten worden genomen.
Voorbeeld v&d: Bestellen van artikelen
, Externe coördinatie = Dat de strategie van de organisatie moet
aangeven hoe haar activiteiten passen in het grotere geheel van de
samenleving
- Strategie heeft dus betrekking op de externe coördinatie
Interne coördinatie = De onderlinge afstemming van verschillende
activiteiten binnen de onderneming
Missie = Wordt ook wel de functie die de organisatie in de samenleving
vervult genoemd
Mission statement Zie box 1.1 blz. 17 boek!!!
Mission statement zoals in box 1.1. Duidelijke omschrijving van de
producten van de betrokken onderneming, van de afnemers op wie men
zich wil richten en op de technologie die men wil gebruiken
- De functie van de onderneming in de samenleving wordt hier dus
beschreven in termen van producten, markten en gebruikte
technologieën
Verschillende groepen participanten:
, 1) Management
2) Werknemers
3) Aandeelhouders
4) Verschaffers van vreemd vermogen
5) Afnemers
6) Leveranciers
Deze participanten hebben ieder hun eigen doelstellingen. Werknemers
zullen bijvoorbeeld interesse hebben in hoog inkomen, en uitdagend werk
en plezierige werkomgeving. Aandeelhouders juist eerder in bijvoorbeeld
dividend en waardestijging van hun aandelen
Continuïteit van de onderneming = Gemeenschappelijk element van
de groepen participanten. Als de onderneming ophoudt te bestaan,
verliezen werknemers hun baan, managers hun baan en hun reputatie en
aandeelhouders in de meeste gevallen hun bezit.
Doorlezen paragraaf 1.1.5 blz. 18 boek!!!
De omgeving van een organisatie speelt een belangrijke rol in het bepalen
van een strategie voor de organisatie.
Organisatie Omgeving Concurrenten Wel of niet te
beïnvloeden? Toekomstige concurrenten zijn niet te beïnvloeden, anderen
WEL! (Bijvoorbeeld in oligopolische marktsituaties)
Paragraaf 1.2
Businessunits = Ander woord voor werkmaatschappijen of
dochterondernemingen, omdat die woorden misschien een associatie
oproepen met een bepaalde juridische vorm.
Businessunit wordt geleid door een General manager, die een eigen
winstverantwoordelijkheid heeft en tenminste verantwoordelijk is voor
productie, marketing en de ontwikkeling van nieuwe producten.
- Daarbij hoort een administratief systeem, dat de financiële resultaten
van de werkmaatschappij vaststelt.
Concern = Een onderneming die uit meerdere businessunits bestaat
- Binnen een concern minstens 2 niveaus van strategie: Iedere
businessunit heeft een strategie en het concern als geheel heeft een
strategie Daarom: Businessunitstrategie en concernstrategie
Tussen de strategie van de businessunit en de strategie van een
concern zit een fundamenteel verschil Deze wordt veroorzaakt
doordat het primaire proces van inkoop, productie, verkoop en distributie
zich afspeelt op het niveau van de businessunit
Hiërarchie (Van boven naar beneden): Manager businessunit
Managers die verantwoordelijk zijn voor fundamentele gebieden
Verschil hoofdkantoor en businessunit van een concern heeft
belangrijke gevolgen voor de functie die deze 2 organisatorische
eenheden vervullen in de samenleving Een businessunit kan men
vergelijken met een kleine zelfstandige onderneming.
- Een concern kan men vergelijken met een verzameling van zulke kleine
zelfstandige ondernemingen.
Centrale vraag concernstrategie: Wat is de functie van het
hoofdkantoor?
3e niveau die te onderscheiden is: Divisie
Hoofdstuk 1
Paragraaf 1.1
Leren schema boek blz. 11!!! (Zie hieronder)
Strategie = Een lange termijnplan over de functie van de organisatie in de
samenleving, waarin de organisatie aangeeft welke doelstellingen ze wil
bereiken.
- Ook Geeft de organisatie aan met welke middelen en langs welke
wegen ze die doelstellingen wil bereiken.
In deze definitie staan 5 punten centraal:
1) Een strategie is niets anders dan een plan
2) Dat plan heeft betrekking op de lange termijn
3) De strategie van een organisatie heeft betrekking op de functie van de
organisatie in de samenleving
4) De strategie geeft aan welke doelstellingen de organisatie wil bereiken
5) De strategie geeft ook aan met welke middelen en langs welke wegen
men die doelstellingen wil bereiken
Strategie wordt bewust van tevoren geformuleerd
- Niet iedereen daar mee eens, Henry Mintzberg onderscheidt naast
‘geplande strategieën’ ook spontante strategieën
Geplande strategie = Een strategie die bewust tevoren wordt
geformuleerd en vervolgens wordt uitgevoerd
Spontante strategie = Wordt niet van te voren bewust geformuleerd
- Kan je omschrijven als een patroon dat men achteraf in een reeks van
beslissingen die feitelijk zijn genomen, kan herkennen
- Er is door de organisatie dus geen plan gemaakt, maar er wordt meer
van geval tot geval besloten welke beslissingen genomen moeten
worden
Strategische beslissingen hebben altijd betrekking op de lange
termijn
Strategische beslissing = Onherroepelijke beslissingen die het wezen of
het karakter van de organisatie betreffen. Voorbeeld v&d: Afdeling
levensmiddelen sluiten
Operationele beslissingen = Beslissingen met een routinematig
karakter, die regelmatig (dagelijks, wekelijks) moeten worden genomen.
Voorbeeld v&d: Bestellen van artikelen
, Externe coördinatie = Dat de strategie van de organisatie moet
aangeven hoe haar activiteiten passen in het grotere geheel van de
samenleving
- Strategie heeft dus betrekking op de externe coördinatie
Interne coördinatie = De onderlinge afstemming van verschillende
activiteiten binnen de onderneming
Missie = Wordt ook wel de functie die de organisatie in de samenleving
vervult genoemd
Mission statement Zie box 1.1 blz. 17 boek!!!
Mission statement zoals in box 1.1. Duidelijke omschrijving van de
producten van de betrokken onderneming, van de afnemers op wie men
zich wil richten en op de technologie die men wil gebruiken
- De functie van de onderneming in de samenleving wordt hier dus
beschreven in termen van producten, markten en gebruikte
technologieën
Verschillende groepen participanten:
, 1) Management
2) Werknemers
3) Aandeelhouders
4) Verschaffers van vreemd vermogen
5) Afnemers
6) Leveranciers
Deze participanten hebben ieder hun eigen doelstellingen. Werknemers
zullen bijvoorbeeld interesse hebben in hoog inkomen, en uitdagend werk
en plezierige werkomgeving. Aandeelhouders juist eerder in bijvoorbeeld
dividend en waardestijging van hun aandelen
Continuïteit van de onderneming = Gemeenschappelijk element van
de groepen participanten. Als de onderneming ophoudt te bestaan,
verliezen werknemers hun baan, managers hun baan en hun reputatie en
aandeelhouders in de meeste gevallen hun bezit.
Doorlezen paragraaf 1.1.5 blz. 18 boek!!!
De omgeving van een organisatie speelt een belangrijke rol in het bepalen
van een strategie voor de organisatie.
Organisatie Omgeving Concurrenten Wel of niet te
beïnvloeden? Toekomstige concurrenten zijn niet te beïnvloeden, anderen
WEL! (Bijvoorbeeld in oligopolische marktsituaties)
Paragraaf 1.2
Businessunits = Ander woord voor werkmaatschappijen of
dochterondernemingen, omdat die woorden misschien een associatie
oproepen met een bepaalde juridische vorm.
Businessunit wordt geleid door een General manager, die een eigen
winstverantwoordelijkheid heeft en tenminste verantwoordelijk is voor
productie, marketing en de ontwikkeling van nieuwe producten.
- Daarbij hoort een administratief systeem, dat de financiële resultaten
van de werkmaatschappij vaststelt.
Concern = Een onderneming die uit meerdere businessunits bestaat
- Binnen een concern minstens 2 niveaus van strategie: Iedere
businessunit heeft een strategie en het concern als geheel heeft een
strategie Daarom: Businessunitstrategie en concernstrategie
Tussen de strategie van de businessunit en de strategie van een
concern zit een fundamenteel verschil Deze wordt veroorzaakt
doordat het primaire proces van inkoop, productie, verkoop en distributie
zich afspeelt op het niveau van de businessunit
Hiërarchie (Van boven naar beneden): Manager businessunit
Managers die verantwoordelijk zijn voor fundamentele gebieden
Verschil hoofdkantoor en businessunit van een concern heeft
belangrijke gevolgen voor de functie die deze 2 organisatorische
eenheden vervullen in de samenleving Een businessunit kan men
vergelijken met een kleine zelfstandige onderneming.
- Een concern kan men vergelijken met een verzameling van zulke kleine
zelfstandige ondernemingen.
Centrale vraag concernstrategie: Wat is de functie van het
hoofdkantoor?
3e niveau die te onderscheiden is: Divisie