K8P1B
Afwegen of vasthouden aan de afspraken in het verpleegplan versus flexibel
omgaan met veranderende behoefte van de zorgvrager.
‘De verpleegkundige staat voor de opgave om te gaan met een (vaak) veranderende vraag en behoefte van de
zorgvrager. Zij observeert zorgvuldig en vraagt, indien mogelijk, door om te achterhalen of de behoefte echt
veranderd is of dat er andere redenen aan ten grondslag liggen. De mbo verpleegkundige schat tevens in of de
veranderende behoefte eenmalig of structureel is. Op basis van deze informatie maakt zij de afweging of het
verpleegplan en de vorm van begeleiding al dan niet aangepast moeten worden. In overleg met haar
leidinggevende zoekt de mbo-verpleegkundige naar een optimaal evenwicht tussen flexibiliteit en continuïteit van
het verpleegplan.’
De situatie
Op de afdeling verblijft sinds kort een 69 jarige man. Dhr heeft uitgebreide vasculaire neurocognitieve
schade met gedragsstoornissen. Ook heeft dhr. in het verleden een of meerdere CVA’s gehad. Mede
hierdoor heeft dhr. last van impulsdoorbraken en een slecht visus. Wanneer dhr. zijn spullen niet kan
vinden of ‘nee’ krijgt te horen op een vraag kan hij uiterst boos reageren. Dit gaat dan gepaard met
een erg luid stemvolume en veel gescheld. Ook kan dhr. dan in de persoonlijke ruimte van personen
gaan staan om dreigend over te komen. De boosheid van dhr. kan dan ook een lange tijd aanhouden.
Dhr. komt tijdens een nachtdienst rond 06:00 naar het personeelskantoor gewandeld. Dhr. groet mij
en mijn collega vriendelijk en wat slaperig goedemorgen. Dhr. geeft aan dat hij niet meer kan slapen
en dat hij met honger is wakker geworden. Dhr. vraagt hierop of hij een bord havermout zou kunnen
krijgen.
Ik ben op de hoogte van dhr. zijn benaderingsplan, hierin staat dat dhr. zijn ontbijt nuttigt wanneer de
keuken ‘open’ is.
Formuleer het dilemma
Geef ik dhr. een bord havermout of laat ik hem wachten tot de keuken ‘open’ is zoals staat
beschreven in zijn verpleegplan.
Welke belangen spelen er mee en voor wie
Van de cliënt: Dhr. heeft honger en wil graag wat eten.
Van mijzelf: Ik wil geen confrontatie aangaan om een bord havermout.
Afweging en keuze
Als ik dhr. niet zijn havermout geef, waar dhr. vriendelijk om vraagt, kan hij omslaan in zijn gedrag en
uiterst boos reageren. Dhr. kan dan erg uitbundig gaan worden in zijn taalgebruik en volume waar
anderen cliënten van wakker worden. Ook doet dit dhr. zijn eigen gemoedstoestand niet ten goede.