K8P1B
Evenwicht vinden in het omgaan met normen en waarden van de
zorgvrager en/of mantelzorger en/of naasten versus de eigen normen en
waarden.
‘De verpleegkundige staat voor de opgave om te gaan met wensen, belangen en mogelijkheden van de
zorgvrager of de mantelzorger en/of naasten terwijl deze kunnen indruisen of moeilijk te verenigen zijn met de
eigen belevingswereld en/ of de eigen, professionele zienswijze. De mbo-verpleegkundige heeft vraaggericht
werken als uitgangspunt maar zal hierbij wel rekening houden met beperkingen van de zorgvrager en haar
professionele inschatting van het realiteitsgehalte van de wensen van de zorgvrager en of de mantelzorger en/of
naasten. Zij moet zich daarbij bewust zijn van de invloed die haar eigen normen en waarden spelen bij het
maken van afwegingen en dat haar eigen veronderstellingen, idealen, verwachtingen, waarden en normen
kunnen verschillen van die van de zorgvrager en of de mantelzorger en/of naasten. De mbo-verpleegkundige
maakt de (culturele) verschillen, misverstanden en gevoelige onderwerpen bespreekbaar op een respectvolle en
niet veroordelende wijze. Zij zal de overwegingen, opties en gevolgen doornemen met de zorgvrager en hen
helpen een keuze te maken. In het geval van zwaarwegende beslissingen zal zij deze afweging samen met
andere disciplines en met haar leidinggevende maken. Ze evalueert regelmatig de geboden zorg en streeft
openheid na. Ze zoekt in dat geval naar een oplossing waar alle partijen zich zo veel mogelijk in kunnen vinden.
Ze kent de grenzen van haar professionele bemoeienis en weet haar eigen grenzen hierbij goed te bewaken en
kan moreel reflecteren op voorkomende dilemma´s in de dagelijkse zorgverlening.’
De situatie
Op de afdeling verblijft een 56 jarige man van Turkse komaf. Dhr is gediagnosticeerd met
neurocognitieve schade en een stoornis in het schizofreniespectrum. Dhr is de nederlandse taal door
de neurocognitieve schade verleerd.
Dhr. loopt gedurende een nachtdienst rond over de afdeling. Ik probeer dhr. meerdere malen naar zijn
bed te begeleiden om te gaan slapen. Dhr loopt mee naar zijn kamer en gaat op bed liggen maar
zodra ik de kamer verlaat loopt dhr weer achter mij aan de kamer uit. Ik besluit dhr. even te laten. Op
een gegeven moment gaat dhr. liggen op een bank in de algemene woonkamer. Hier valt dhr. snel in
slaap. Ik ga naar dhr. toe, wek hem en begeleid hem wederom naar zijn kamer. Hier gebeurt
hetzelfde als eerder. Zodra ik de kamer verlaat verlaat dhr. hem ook. Echter gaat dhr. dit keer bijna
linea recta naar de bank in de woonkamer en gaat weer liggen. Waarop ik dhr. weer terug naar zijn
kamer begeleid. Weer verlaat dhr. bijna direct zijn kamer om wederom plaats te nemen op de bank in
de woonkamer.
Formuleer het dilemma
Blijf ik dhr. naar zijn bed begeleiden of laat ik hem slapen waar hij in slaap valt.
Welke belangen spelen mee en voor wie
Van mijzelf: Ik vind dat je s’nachts in/op bed hoort te slapen. Dit is mijn norm.
Van de cliënt: Dhr. wilt en/of kan niet in bed slapen. Dit is een aanname van mij aangezien het door
de taalbarrière en dhr zijn ziektebeeld niet mogelijk is om op dat moment uit te vragen. Misschien
heeft dhr. als norm om op de bank te slapen.
Afweging en keuze
Als ik dhr. telkens maar terug naar zijn bed blijf begeleiden kan dit misschien irritatie bij dhr. gaan
opwekken. Ook is het af te vragen wat de mogelijke meerwaarden zal zijn van het ‘verplicht’ in bed
slapen ten opzichte van bijvoorbeeld op de bank. De ligpositie is niet optimaal op de bank waar dhr.