Depressie bij kinderen en jeugd
• Factoren bij het kind/de jongere zelf:
• Genetische factoren: kinderen van depressieve ouders hebben een grotere kans om zelf
ook depressief te worden.
• Temperament: introverte kinderen hebben meer kans op een depressie omdat zij
negatieve gevoelens eerder binnen houden dan dat ze deze met anderen delen;
extraverte kinderen kunnen aan de andere kant ook sneller somber worden, omdat ze
vaker afgewezen worden vanwege druk en lastig gedrag.
• Een negatieve manier van denken: kinderen die als gevolg van eerdere nare ervaringen
een negatieve manier van denken hebben ontwikkeld, hebben de neiging om nieuwe
ervaringen eerder als negatief te zien.
• Hechtingsproblemen: kinderen hebben een onveilige hechting aan hun ouders of
verzorgers.
• Puberteit en vrouwelijk geslacht: tijdens de puberteit neemt het vóórkomen van
depressie bij jeugdigen sterk toe en bij meisjes is de toename nog sterker; vrouwelijk
geslacht is dus naast de puberteit een risicofactor.
• Eerdere depressies: kinderen die al eerder last hebben gehad van een depressie, hebben
een vergrote kans deze weer te krijgen.
, Omgevingsfactoren
• Ziekte of psychische problemen bij een ouder of gezinslid: als een gezinslid psychische problem
of een ziekte heeft, kan dat veel aanpassing van het gezin vragen; een kind kan zich bezwaard
voelen aan te geven dat het met hem- of haarzelf minder goed gaat; hij/zij houdt dan negatie
gevoelens binnen.
• Opvoedingsstijl en affectiviteit: een onderdrukkende of afwijzende opvoeding vergroot het ris
op een depressie voor een kind. Overbescherming aan de andere kant ook: dat geeft de
boodschap af dat het kind het niet alleen kan.
• Seksueel misbruik en mishandeling: dit geeft het kind het gevoel dat ze niet meetellen en
ondergeschikt zijn aan het belang van de dader; daarnaast roept het angst en pijn op.
• Pesten: anderen onderwerpen ook dan het kind aan hun eigen behoeften, en hebben geen oo
voor het kind.
• Culturele conflicten: kinderen die opgegroeid zijn in een cultuur waar andere gewoontes en
waarden gelden dan de cultuur waar het kind thans in leeft; zij kunnen in een conflict komen
wat belangrijk is en wie ze zijn; dit kan aan het ontstaan van een depressie bijdragen.
• Factoren bij het kind/de jongere zelf:
• Genetische factoren: kinderen van depressieve ouders hebben een grotere kans om zelf
ook depressief te worden.
• Temperament: introverte kinderen hebben meer kans op een depressie omdat zij
negatieve gevoelens eerder binnen houden dan dat ze deze met anderen delen;
extraverte kinderen kunnen aan de andere kant ook sneller somber worden, omdat ze
vaker afgewezen worden vanwege druk en lastig gedrag.
• Een negatieve manier van denken: kinderen die als gevolg van eerdere nare ervaringen
een negatieve manier van denken hebben ontwikkeld, hebben de neiging om nieuwe
ervaringen eerder als negatief te zien.
• Hechtingsproblemen: kinderen hebben een onveilige hechting aan hun ouders of
verzorgers.
• Puberteit en vrouwelijk geslacht: tijdens de puberteit neemt het vóórkomen van
depressie bij jeugdigen sterk toe en bij meisjes is de toename nog sterker; vrouwelijk
geslacht is dus naast de puberteit een risicofactor.
• Eerdere depressies: kinderen die al eerder last hebben gehad van een depressie, hebben
een vergrote kans deze weer te krijgen.
, Omgevingsfactoren
• Ziekte of psychische problemen bij een ouder of gezinslid: als een gezinslid psychische problem
of een ziekte heeft, kan dat veel aanpassing van het gezin vragen; een kind kan zich bezwaard
voelen aan te geven dat het met hem- of haarzelf minder goed gaat; hij/zij houdt dan negatie
gevoelens binnen.
• Opvoedingsstijl en affectiviteit: een onderdrukkende of afwijzende opvoeding vergroot het ris
op een depressie voor een kind. Overbescherming aan de andere kant ook: dat geeft de
boodschap af dat het kind het niet alleen kan.
• Seksueel misbruik en mishandeling: dit geeft het kind het gevoel dat ze niet meetellen en
ondergeschikt zijn aan het belang van de dader; daarnaast roept het angst en pijn op.
• Pesten: anderen onderwerpen ook dan het kind aan hun eigen behoeften, en hebben geen oo
voor het kind.
• Culturele conflicten: kinderen die opgegroeid zijn in een cultuur waar andere gewoontes en
waarden gelden dan de cultuur waar het kind thans in leeft; zij kunnen in een conflict komen
wat belangrijk is en wie ze zijn; dit kan aan het ontstaan van een depressie bijdragen.