Oefenen VP 3.3
1.
Een zorgvrager met pijn moet 6 mg pethidine toegediend krijgen.
Er is aanwezig een ampul van 5 ml, waarop staat 20 mg/ml.
Hoeveel ml moet je injecteren?
-------------------------------------------
2.
Een zorgvrager krijgt Librium: 3 x dgs 0,5 tablet + 1 x dgs 1 tablet
Hoeveel tabletten Librium moet je bestellen voor 1 week?
------------------------------------------
3.
Carla Z. moet vreselijk hoesten. De arts geeft de opdracht Promethazine te geven 0,5 mg/kg.
Carla weegt 16 kg. Je hebt een flacon van 2 mg/ml
Hoeveel ml. promethazine-oplossing geef je?
------------------------------------------
4.
De bloedsuikerwaarden van mevrouw V. zijn ontregeld. Je moet haar daarom 150 IE Mixtard 30/70®
toedienen. Je hebt een injectieflacon Mixtard 30/70® die 50 IE/ml bevat.
Hoeveel ml Mixtard 30/70® geef je?
------------------------------------------
5.
Je moet 2,5 liter Lyorthol-oplossing maken met een sterkte van 4%.
Hoeveel ml zuivere Lyorthol heb je nodig?
Hoeveel water voeg je toe?
------------------------------------------
6.
Mw Groen krijgt 3 liter zuurstof per minuut. De inhoud van de cilinder is 5 liter. De druk (bar) is 210.
Hoeveel uur + minuten is er aan zuurstof?
------------------------------------------
, 7.
Meneer is benauwd als gevolg van COPD.
Hij krijgt 3 liter zuurstof per minuut.
Je hebt de beschikking over een cilinder van 10 liter.
De manometer staat op 220 bar. Het is nu 21.30 uur.
De technische dienst komt morgenvroeg 8.00 uur de volgende fles brengen.
Hoeveel liter zuurstof is er over?
------------------------------------------
8.
De heer S. wordt met spoed opgenomen.
Er wordt uitdroging bij hem geconstateerd.
Hij krijgt een infuus.
De arts schrijft 2,5 liter Natrium/Glucose per 22 uur voor.
Wat is de druppelsnelheid per minuut?
------------------------------------------
9.
Een volwassen zorgvrager krijgt 3 x per dag 1 mg Morfine per subcutane injectie toegediend.
Je hebt in voorraad flesjes van 2 mg/ml.
Hoeveel ml spuit je per keer?
------------------------------------------
10. Je moet een kind met een epileptisch insult Rivotril druppels per os geven. De dosering is 3 mg.
Je hebt in voorraad een oplossing van 0,5 mg per druppel.
Hoeveel druppels moet je toedienen?
------------------------------------------
11.
Mevrouw de Boer weegt 79 kg. Zij heeft een lengte van 1.71 meter.
Wat is haar BMI afgerond op een heel getal ?
------------------------------------------
12.
Je beschikt over een Hibitane oplossing van 40% en je moet een
5 dl oplossing maken van Hibitane 10%.
Hoeveel ml Hibitane 40% heb je dan nodig?
------------------------------------------
1.
Een zorgvrager met pijn moet 6 mg pethidine toegediend krijgen.
Er is aanwezig een ampul van 5 ml, waarop staat 20 mg/ml.
Hoeveel ml moet je injecteren?
-------------------------------------------
2.
Een zorgvrager krijgt Librium: 3 x dgs 0,5 tablet + 1 x dgs 1 tablet
Hoeveel tabletten Librium moet je bestellen voor 1 week?
------------------------------------------
3.
Carla Z. moet vreselijk hoesten. De arts geeft de opdracht Promethazine te geven 0,5 mg/kg.
Carla weegt 16 kg. Je hebt een flacon van 2 mg/ml
Hoeveel ml. promethazine-oplossing geef je?
------------------------------------------
4.
De bloedsuikerwaarden van mevrouw V. zijn ontregeld. Je moet haar daarom 150 IE Mixtard 30/70®
toedienen. Je hebt een injectieflacon Mixtard 30/70® die 50 IE/ml bevat.
Hoeveel ml Mixtard 30/70® geef je?
------------------------------------------
5.
Je moet 2,5 liter Lyorthol-oplossing maken met een sterkte van 4%.
Hoeveel ml zuivere Lyorthol heb je nodig?
Hoeveel water voeg je toe?
------------------------------------------
6.
Mw Groen krijgt 3 liter zuurstof per minuut. De inhoud van de cilinder is 5 liter. De druk (bar) is 210.
Hoeveel uur + minuten is er aan zuurstof?
------------------------------------------
, 7.
Meneer is benauwd als gevolg van COPD.
Hij krijgt 3 liter zuurstof per minuut.
Je hebt de beschikking over een cilinder van 10 liter.
De manometer staat op 220 bar. Het is nu 21.30 uur.
De technische dienst komt morgenvroeg 8.00 uur de volgende fles brengen.
Hoeveel liter zuurstof is er over?
------------------------------------------
8.
De heer S. wordt met spoed opgenomen.
Er wordt uitdroging bij hem geconstateerd.
Hij krijgt een infuus.
De arts schrijft 2,5 liter Natrium/Glucose per 22 uur voor.
Wat is de druppelsnelheid per minuut?
------------------------------------------
9.
Een volwassen zorgvrager krijgt 3 x per dag 1 mg Morfine per subcutane injectie toegediend.
Je hebt in voorraad flesjes van 2 mg/ml.
Hoeveel ml spuit je per keer?
------------------------------------------
10. Je moet een kind met een epileptisch insult Rivotril druppels per os geven. De dosering is 3 mg.
Je hebt in voorraad een oplossing van 0,5 mg per druppel.
Hoeveel druppels moet je toedienen?
------------------------------------------
11.
Mevrouw de Boer weegt 79 kg. Zij heeft een lengte van 1.71 meter.
Wat is haar BMI afgerond op een heel getal ?
------------------------------------------
12.
Je beschikt over een Hibitane oplossing van 40% en je moet een
5 dl oplossing maken van Hibitane 10%.
Hoeveel ml Hibitane 40% heb je dan nodig?
------------------------------------------