Inhoud
Communicatieproces..............................................................................................................................2
Communicatiemodellen en -theorieën...................................................................................................3
Strategische opties voor het communicatiebeleid.................................................................................6
Communicatiedomeinen en toepassingsgebieden...............................................................................10
1
, Communicatieproces
1.1 ZBMO-model
ZBMO-model= communicatiemodel.
Zender= zendt de boodschap.
Ontvanger= ontvangt de boodschap.
Boodschap= het bericht dat de ontvanger naar de zender verstuurd.
Medium= de manier waarop de boodschap wordt verstuurd, zoals een tv-commercial.
(En)coderen= datgene dat de zender duidelijk wil maken, omzetten in een boodschap (idee
commercial).
Decoderen= het interpreteren van de boodschap door de ontvanger. Bijvoorbeeld: de ontvanger
vindt de reclame grappig.
Redundantie= overdosis aan communicatie. Bijvoorbeeld: een reclame die constant op tv is
Interne ruis= boodschap is onduidelijk.
Externe ruis= omgeving is storend. Bijvoorbeeld: mensen praten erdoorheen.
Feedback/terugkoppeling= mening van de ontvanger over de boodschap.
1.2 communicati evormen
Intrapersoonlijke communicatie= communiceren met jezelf. Bijvoorbeeld: in jezelf praten.
Interpersoonlijke communicatie= zender en één of meer ontvangers. Meestal kent de zender de
ontvangers en er wordt meestal gereageerd op de zender. Bijvoorbeeld: telefoongesprek.
Groepscommunicatie= groepslid wil het gedrag van andere groepsleden beïnvloeden met zijn
communicatie. Bijvoorbeeld: in de Tweede Kamer.
2