9.1
De opkomst van industrie in midden 19 e eeuw bracht veel ellende: lange werktijden,
nauwelijks pauzes en het verrichten van arbeid in tochtige, niet-verwarmde, onhygiënische
ruimtes → hiervoor werden verschillende dingen bedacht:
Kinderwetje van van Houten (1874): bood minimale bescherming tegen de exploitatie
van kinderen (< 12) in fabrieken.
De Veiligheidswet (1895) en de Arbeidswet (1889).
het bovenstaande is allemaal verledentijd → de Veiligheidswet is vervangen door de
Arbowet en de Arbeidswet is vervangen door de Arbeidstijdenwet.
9.2
(Oude)Veiligheidswet: bestond voor een groot deel uit verbonden en gebonden →
veiligheidsvoorschriften die de werkgever in acht moest nemen.
Arbowet: gaat uit van doelvoorschriften die de werkgever voor zijn werknemers moet
bereiken.
Eerst schreef de wet precies voor wat de werkgever moest doen.
Later kreeg hij hier meer vrijheid in → al moet er dan wel een Arbocatalogus worden
opgesteld door werkgever en werknemers → hierin wordt uiteengezet welke middelen
er zijn om de arbeidsrisico’s te verminderen/ te voorkomen.
Arbocatalogi worden op bedrijfsniveau door werkgevers en vakbonden vastgesteld.
Verplichtingen werkgever: de werkgever moet een zo goed mogelijk
arbeidsomstandighedenbeleid voeren, mede gelet op de stand van de wetenschap en de
professionele dienstverlening → dit houdt in dat de werkgever de arbeid zodanig organiseert
dat daarvan geen nadelige invloed uitgaat op de veiligheid en gezondheid van de
werknemer.
Iedere werkgever is verplicht een risico-inventarisatie en -evaluatie op te stellen (RI&E)
(art. 5 lid 1 Arbowet).
Onderdeel van een RI&E is het plan van aanpak (art. 5 lid 3 Arbowet).
De werkgever is verplicht een beleid te voeren tot het ziekteverzuim van zijn
werknemers (art. 4 Arbowet).
Op verzoek van werknemer is de werkgever verplicht hem in de gelegenheid te stellen
periodiek een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan (art. 18 Arbowet).
Verplichtingen van de werknemers: ook werknemers hebben hun verantwoordelijkheid voor
wat betreft een veilig en gezond werkklimaat in de onderneming.
Bij de uitvoering van het arbobeleid werken werkgever en werknemer samen (=overleg
instemmingsrecht).
Inspectie SZW: is als toezichthouder belast met de handhaving van de Arbowet → dit kan
gebeuren door inspectiebezoeken, op eigen initiatief of op verzoek van anderen (bv. or).
Sancties: meestal wordt de zaak door middel van overleg geregeld, vaak krijgt de
werkgever een waarschuwing als een werkgever een overtreding is aangegaan.
Andere sancties zijn; art. 27 Arbowet, art. 28 Arbowet, art. 29 Arbowet of art. 32 e.v.
(er wordt een bestuurlijke boete opgelegd).
9.3
De Arbeidstijdenwet (ATW) heeft als uitgangspunt dat alle werkers in alle sectoren, ongeacht
of zijn in het bedrijfsleven of bij de overheid werkzaam zijn → de Arbeidstijdenwet en de
(oude) Arbeidswet hebben gemeen dat zij regels bevatten inzake de max. en de min.
rusttijden die werkgevers hun personeel moeten aanhouden.
De ATW geeft aparte regels voor 3 groepen werknemers die in een kwetsbare positie
verkeren dan de andere: