Spierfysiologie → Werking van spieren op microniveau.
Een spier wordt geactiveerd vanuit het centrale zenuwstelsel.
Motorisch neuron → Een zenuwvezel die de motoriek kan aansturen.
Sarcolemma → Spiervezelmembraan
Celkern → Hier wordt van alles geregeld voor de cel
Mitochondriën → Zorgen voor energievoorziening
Myofibrillen → Bestaat uit lange eiwitstructuren die draden zijn.
Sarcotubilair systeem → Buisjes voor impulsgeleiding.
Spiervezel binnenin:
Binnenin myofibrillen heb je myofilamenten.
Myofilamenten:
- Actine (dun)
→ Met bindingsplaats voor myosinekoppen
- Myosine (dik)
+ Staart
+ Koppen
→ Deze kunnen binden aan de actinefilamenten.
Doordat de dunne en dikke draden tussen elkaar in zitten en naar binnen getrokken worden
kun je een verkorting van de spier krijgen.
Sarcomeer → De eenheid waarbinnen contractie plaatsvindt
→ Heel klein stukje van spiervezel.
Sarcotubulaire systeem → Buizenstelsel dat ervoor zorgt dat de prikkel van die
zenuwvezel, die op de spiervezelmembraan gekomen is, dat ie naar binnen gaat
in die spiervezel.
T-tubuli → Transversale buisjes
- Staan dwars op het membraan
- Brengt het over op een longitudinaal systeem (sarcoplasmatisch reticulum)
Sarcoplasmatisch reticulum
- Longitudinaal = in de lengte richting
- Grote voorraad calcium
+ Wordt afgegeven op moment van prikkel
Spiercontractie bestaat uit 4 fasen
4 fasen → Sliding filament theory
Fase 1 - Excitatie:
Excitatie
- Prikkeling sarcolemma (=spiervezelmembraan) door zenuwvezel
en
- Voortgeleiding prikkel langs membranen van de T-tubuli
Fase 2 - Latentietijd
Een spier wordt geactiveerd vanuit het centrale zenuwstelsel.
Motorisch neuron → Een zenuwvezel die de motoriek kan aansturen.
Sarcolemma → Spiervezelmembraan
Celkern → Hier wordt van alles geregeld voor de cel
Mitochondriën → Zorgen voor energievoorziening
Myofibrillen → Bestaat uit lange eiwitstructuren die draden zijn.
Sarcotubilair systeem → Buisjes voor impulsgeleiding.
Spiervezel binnenin:
Binnenin myofibrillen heb je myofilamenten.
Myofilamenten:
- Actine (dun)
→ Met bindingsplaats voor myosinekoppen
- Myosine (dik)
+ Staart
+ Koppen
→ Deze kunnen binden aan de actinefilamenten.
Doordat de dunne en dikke draden tussen elkaar in zitten en naar binnen getrokken worden
kun je een verkorting van de spier krijgen.
Sarcomeer → De eenheid waarbinnen contractie plaatsvindt
→ Heel klein stukje van spiervezel.
Sarcotubulaire systeem → Buizenstelsel dat ervoor zorgt dat de prikkel van die
zenuwvezel, die op de spiervezelmembraan gekomen is, dat ie naar binnen gaat
in die spiervezel.
T-tubuli → Transversale buisjes
- Staan dwars op het membraan
- Brengt het over op een longitudinaal systeem (sarcoplasmatisch reticulum)
Sarcoplasmatisch reticulum
- Longitudinaal = in de lengte richting
- Grote voorraad calcium
+ Wordt afgegeven op moment van prikkel
Spiercontractie bestaat uit 4 fasen
4 fasen → Sliding filament theory
Fase 1 - Excitatie:
Excitatie
- Prikkeling sarcolemma (=spiervezelmembraan) door zenuwvezel
en
- Voortgeleiding prikkel langs membranen van de T-tubuli
Fase 2 - Latentietijd