Proprioceptie → Je lichaamshouding en beweging ‘voelen’.
Respons → Re-actie. Informatie die (van buiten) komt.
Ex-afferentie → Komt van buiten; wordt toegevoegd; geen automatisch
onderdeel van de uitvoering van beweging.
Bv: laten voelen/ervaren
Re-afferentie → Sensoriek die gekoppeld is aan de uitvoering bewegen.
+ Direct/obligaat: niet weg te denken, automatisch verbonden.
+ Indirect = facultatief: feedback op
● Therapeut
● Trainer
Operante conditionering → Selectie van de juiste reactie op een sensorische
prikkel aan de hand van straf/belonen.
Feedback → Correctie op verstoring, bijvoorbeeld. om niet te vallen na een beuk
van de tegenstander
- Correctie: sneller
Feedforward → Anticiperen, bijvoorbeeld. schijnbeweging maken bij voetbal
- Preventie: langzamer
Knowledge of performance → Informatie over de uitvoering van de beweging.
Knowledge of results → Informatie over resultaat van de beweging.
Wat heeft een persoon nodig:
- Arousal
+ Wakkerheid
- Aandacht
+ Lang genoeg volhouden
+ Alleen gerichte aandacht is effectief
- Emotie
+ Is het leuk
- Cognitie
+ Wat vind je van de oefening
- Motivatie
+ Samenspel tussen arousal, emotie en cognitie
- Persoonlijkheid
+ Wat past bij jou als persoon
Respons → Re-actie. Informatie die (van buiten) komt.
Ex-afferentie → Komt van buiten; wordt toegevoegd; geen automatisch
onderdeel van de uitvoering van beweging.
Bv: laten voelen/ervaren
Re-afferentie → Sensoriek die gekoppeld is aan de uitvoering bewegen.
+ Direct/obligaat: niet weg te denken, automatisch verbonden.
+ Indirect = facultatief: feedback op
● Therapeut
● Trainer
Operante conditionering → Selectie van de juiste reactie op een sensorische
prikkel aan de hand van straf/belonen.
Feedback → Correctie op verstoring, bijvoorbeeld. om niet te vallen na een beuk
van de tegenstander
- Correctie: sneller
Feedforward → Anticiperen, bijvoorbeeld. schijnbeweging maken bij voetbal
- Preventie: langzamer
Knowledge of performance → Informatie over de uitvoering van de beweging.
Knowledge of results → Informatie over resultaat van de beweging.
Wat heeft een persoon nodig:
- Arousal
+ Wakkerheid
- Aandacht
+ Lang genoeg volhouden
+ Alleen gerichte aandacht is effectief
- Emotie
+ Is het leuk
- Cognitie
+ Wat vind je van de oefening
- Motivatie
+ Samenspel tussen arousal, emotie en cognitie
- Persoonlijkheid
+ Wat past bij jou als persoon