Maatschappijwetenschappen samenvatting tentamen B:
Hoofdstuk 1: De samenleving en ik
P. 1: Identiteit
Iedereen beleeft en ziet de wereld op zijn eigen manier. Dat heeft te maken met je
referentiekader. Een referentiekader is het geheel van kennis, ideeën, ervaringen
en overtuigingen waaruit iemand denkt en handelt. Je referentiekader maakt ook
deel uit van je identiteit. Identiteit: het beeld dat iemand van zichzelf heeft, dat
beeld dat hij uitdraagt en anderen voorhoudt.
Drie aspecten van identiteit:
1. Persoonlijke identiteit: Het beeld dat iemand van zichzelf heeft; het
zelfbeeld. Je draagt dit ook uit naar anderen. Naarmate je ouder wordt
verandert dit ook en gaan andere mensen een belangrijke rol spelen in de
ontwikkeling van het zelfbeeld.
2. Sociale identiteit: Het deel van onze identiteit die past bij groepen waar we
deel uit maken. (‘’groepsidentificatie’’) Doordat veel mensen graag bij een
groep horen kan de sociale identiteit de persoonlijke identiteit versterken.
Soms is er een dilemma tussen sociale en persoonlijke identiteit; aanpassen
aan de groep of de groep verlaten.
3. Collectieve identiteit: Het beeld dat de samenleving heeft van een groep.
Soms zijn er bepaalde verwachtingen gebonden aan je gedrag als je bij een
groep hoort. Als leerling wordt er bijvoorbeeld verwacht dat je je best doet.
Ook verwacht je bij Afrika dat het arme mensen zijn en bij Duitsland
bijvoorbeeld rijke mensen. Dat beeld is heel anders.
Het kan ook zijn dat de verwachtingen bij iemands identiteit tot spanningen leiden.
Moslims > mensen die met bommen gooien
1
Hoofdstuk 1: De samenleving en ik
P. 1: Identiteit
Iedereen beleeft en ziet de wereld op zijn eigen manier. Dat heeft te maken met je
referentiekader. Een referentiekader is het geheel van kennis, ideeën, ervaringen
en overtuigingen waaruit iemand denkt en handelt. Je referentiekader maakt ook
deel uit van je identiteit. Identiteit: het beeld dat iemand van zichzelf heeft, dat
beeld dat hij uitdraagt en anderen voorhoudt.
Drie aspecten van identiteit:
1. Persoonlijke identiteit: Het beeld dat iemand van zichzelf heeft; het
zelfbeeld. Je draagt dit ook uit naar anderen. Naarmate je ouder wordt
verandert dit ook en gaan andere mensen een belangrijke rol spelen in de
ontwikkeling van het zelfbeeld.
2. Sociale identiteit: Het deel van onze identiteit die past bij groepen waar we
deel uit maken. (‘’groepsidentificatie’’) Doordat veel mensen graag bij een
groep horen kan de sociale identiteit de persoonlijke identiteit versterken.
Soms is er een dilemma tussen sociale en persoonlijke identiteit; aanpassen
aan de groep of de groep verlaten.
3. Collectieve identiteit: Het beeld dat de samenleving heeft van een groep.
Soms zijn er bepaalde verwachtingen gebonden aan je gedrag als je bij een
groep hoort. Als leerling wordt er bijvoorbeeld verwacht dat je je best doet.
Ook verwacht je bij Afrika dat het arme mensen zijn en bij Duitsland
bijvoorbeeld rijke mensen. Dat beeld is heel anders.
Het kan ook zijn dat de verwachtingen bij iemands identiteit tot spanningen leiden.
Moslims > mensen die met bommen gooien
1