Economie leerdoelen vraag en aanbod
Hoofdstuk 1&2:
Het verschil kunnen uitleggen tussen een concrete en abstracte markt.
Op een concrete markt komen vragers en aanbieders op bepaalde tijden
direct met elkaar in contact, bijvoorbeeld op een rommelmarkt,
veemarkt of veiling.
Een abstracte markt is het geheel van vraag naar en aanbod van een
bepaald product, er is dus geen sprake van een plaats waar vragers en
aanbieders elkaar ontmoeten. Bijvoorbeeld computermarkt, oliemarkt
etc. Een abstracte markt is opgebouwd uit zeer veel kleine concrete
markten, warenhuizen, supermarkten, marktplaats etc.
De omzet en de afzet kunnen berekenen met getallen en met
indexcijfers.
Afzet is de hoeveelheid spullen die er wordt verkocht.
Omzet is de prijs die in totaal verdiend wordt.
Omzet = prijs X afzet (p X q)
IC Omzet = IC prijs X IC afzet
Indexcijfer is geen procent!
Voorbeeld:
omzet -12% IC= 88
afzet -11% IC= 89
Prijs = omzet: afzet X 100% = 98,9 dus is de prijs met 1,1% gedaald.
Kunnen uitleggen welke factoren de vraag naar een product bepalen.
1. De prijs
Bij prijsdaling meer vraag, bij stijging minder vraag.
2. Populariteit
Of het in de mode is, ja -> meer vraag.
3. Inkomen
Meer inkomen, meer kunnen kopen, meer vraag.
4. Prijs van andere producten
Bij een stijging van de prijs van substitutie goederen -> vraag stijgt
Bij een stijging van de prijs van complementaire goederen -> vraag
stijgt.
Substitutie goederen; goederen die elkaar kunnen vervangen, alternatieven
(koffie & thee, suiker & zoetjes)
Complementaire goederen; goederen die elkaar aanvullen (koffie & koffiemelk,
auto & benzine, ps4 & ps4 spel)
, Kunnen uitleggen waarom een vraaglijn een dalend verloop heeft.
Een vraaglijn heeft altijd een dalend verloop, want als de prijs stijgt daalt
de vraag en andersom. Het zou niet erg logisch zijn dat de vraag om hoog
gaat als de prijs om hoog gaat.
Kunnen uitleggen of door een gebeurtenis er een verschuiving over de
lijn plaatsvindt of een verschuiving van de lijn.
De prijs
Een verschuiving over de lijn.
Populariteit
Een verschuiving van de lijn.
Inkomen
Een verschuiving van de lijn.
Prijs van andere producten
Een verschuiving van de lijn.
Kunnen uitleggen wat het begrip Ceteris Paribus betekent.
Ceteris paribus is de veronderstelling dat de andere factoren die de vraag
beïnvloeden constant blijven.
De elasticiteit van de vraag berekenen en aangeven of deze in-elastisch
of elastisch is.
Prijselasticiteit is hoe sterk reageert de vraag op een verandering van de
prijs.
Ev (elasticiteit van de vraag) = verandering vraag
verandering prijs
N-O : O X 100%
Als de Ev tussen 0 en -1 ligt = inelastisch
Als de Ev -1 of kleiner is = elastisch
Inelastisch: de % verandering van de prijs is groter dan de % verandering
van de vraag
Elastisch: de % verandering van de prijs is kleiner dan de % verandering
van de vraag.
Inelastisch: prijs verhogen voor omzetverhoging
Elastisch: prijs verlagen voor omzetverhoging
Beredeneren waarom de uitkomst van de Ev altijd negatief is.
De uitkomst van de Ev is altijd negatief, omdat er altijd een van de
getallen een – getal is, nooit allebei. Want bij een hoge prijs, een lage
vraag en bij een lage prijs een hoge vraag.
, Het effect van een prijsverandering bij een (in)elastische vraag op de
omzet kunnen toelichten en hierbij de begrippen meer of minder dan
evenredig kunnen toepassen.
Bij elastisch reageert de vraag meer dan evenredig op een daling/stijging
van de prijs. Bij inelastisch reageert de vraag minder dan evenredig op
een daling/stijging van de prijs.
Beredeneren waarom de uitkomst van de Ek bij substitutie
respectievelijk complementaire goederen positief of negatief is.
Ek( Kruislingse elasticiteit) = hoe reageert de vraag van mijn product op
een prijsverandering van een ander product
Ek = % verandering vraag A
% verandering prijs B
Als de Ek positief is zijn het substitutie goederen omdat als de prijs van
product B stijgt, stijgt de vraag van product A dus zijn het producten die
elkaar kunnen vervangen.
Als de Ek negatief is zijn het complementaire goederen, omdat op het
moment dat de prijs van product B stijgt mensen product A minder gaan
kopen, het zijn dan dus goederen die elkaar aanvullen.
Kruislingse elasticiteit berekenen en kunnen aangeven of het gaat om
een substitutie of een complementair goed.
Kruislingse elasticiteit is hoe sterk reageert de vraag van mijn product op
een prijsverandering van een ander product.
Ek = % verandering vraag A
% verandering prijs B
Ek positief --> substitutie goederen
EK negatief --> complementaire goederen
Inkomenselasticiteit berekenen en kunnen aangeven of het gaat om
een inferieur, normaal of luxe goed.
Ey= % verandering vraag (gevolg)
%verandering inkomen (oorzaak)
Ey= < 0 Inferieure goederen Als het inkomen stijgt, gaat de vraag
omlaag. Als het inkomen daalt gaat de vraag omhoog.
Ey= 0-1 primaire producten op het moment dat je inkomen stijgt,
stijgt de vraag een klein beetje.
Ey= >1 luxe producten Inkomen stijgt in % meer dan de vraag.
Hoofdstuk 1&2:
Het verschil kunnen uitleggen tussen een concrete en abstracte markt.
Op een concrete markt komen vragers en aanbieders op bepaalde tijden
direct met elkaar in contact, bijvoorbeeld op een rommelmarkt,
veemarkt of veiling.
Een abstracte markt is het geheel van vraag naar en aanbod van een
bepaald product, er is dus geen sprake van een plaats waar vragers en
aanbieders elkaar ontmoeten. Bijvoorbeeld computermarkt, oliemarkt
etc. Een abstracte markt is opgebouwd uit zeer veel kleine concrete
markten, warenhuizen, supermarkten, marktplaats etc.
De omzet en de afzet kunnen berekenen met getallen en met
indexcijfers.
Afzet is de hoeveelheid spullen die er wordt verkocht.
Omzet is de prijs die in totaal verdiend wordt.
Omzet = prijs X afzet (p X q)
IC Omzet = IC prijs X IC afzet
Indexcijfer is geen procent!
Voorbeeld:
omzet -12% IC= 88
afzet -11% IC= 89
Prijs = omzet: afzet X 100% = 98,9 dus is de prijs met 1,1% gedaald.
Kunnen uitleggen welke factoren de vraag naar een product bepalen.
1. De prijs
Bij prijsdaling meer vraag, bij stijging minder vraag.
2. Populariteit
Of het in de mode is, ja -> meer vraag.
3. Inkomen
Meer inkomen, meer kunnen kopen, meer vraag.
4. Prijs van andere producten
Bij een stijging van de prijs van substitutie goederen -> vraag stijgt
Bij een stijging van de prijs van complementaire goederen -> vraag
stijgt.
Substitutie goederen; goederen die elkaar kunnen vervangen, alternatieven
(koffie & thee, suiker & zoetjes)
Complementaire goederen; goederen die elkaar aanvullen (koffie & koffiemelk,
auto & benzine, ps4 & ps4 spel)
, Kunnen uitleggen waarom een vraaglijn een dalend verloop heeft.
Een vraaglijn heeft altijd een dalend verloop, want als de prijs stijgt daalt
de vraag en andersom. Het zou niet erg logisch zijn dat de vraag om hoog
gaat als de prijs om hoog gaat.
Kunnen uitleggen of door een gebeurtenis er een verschuiving over de
lijn plaatsvindt of een verschuiving van de lijn.
De prijs
Een verschuiving over de lijn.
Populariteit
Een verschuiving van de lijn.
Inkomen
Een verschuiving van de lijn.
Prijs van andere producten
Een verschuiving van de lijn.
Kunnen uitleggen wat het begrip Ceteris Paribus betekent.
Ceteris paribus is de veronderstelling dat de andere factoren die de vraag
beïnvloeden constant blijven.
De elasticiteit van de vraag berekenen en aangeven of deze in-elastisch
of elastisch is.
Prijselasticiteit is hoe sterk reageert de vraag op een verandering van de
prijs.
Ev (elasticiteit van de vraag) = verandering vraag
verandering prijs
N-O : O X 100%
Als de Ev tussen 0 en -1 ligt = inelastisch
Als de Ev -1 of kleiner is = elastisch
Inelastisch: de % verandering van de prijs is groter dan de % verandering
van de vraag
Elastisch: de % verandering van de prijs is kleiner dan de % verandering
van de vraag.
Inelastisch: prijs verhogen voor omzetverhoging
Elastisch: prijs verlagen voor omzetverhoging
Beredeneren waarom de uitkomst van de Ev altijd negatief is.
De uitkomst van de Ev is altijd negatief, omdat er altijd een van de
getallen een – getal is, nooit allebei. Want bij een hoge prijs, een lage
vraag en bij een lage prijs een hoge vraag.
, Het effect van een prijsverandering bij een (in)elastische vraag op de
omzet kunnen toelichten en hierbij de begrippen meer of minder dan
evenredig kunnen toepassen.
Bij elastisch reageert de vraag meer dan evenredig op een daling/stijging
van de prijs. Bij inelastisch reageert de vraag minder dan evenredig op
een daling/stijging van de prijs.
Beredeneren waarom de uitkomst van de Ek bij substitutie
respectievelijk complementaire goederen positief of negatief is.
Ek( Kruislingse elasticiteit) = hoe reageert de vraag van mijn product op
een prijsverandering van een ander product
Ek = % verandering vraag A
% verandering prijs B
Als de Ek positief is zijn het substitutie goederen omdat als de prijs van
product B stijgt, stijgt de vraag van product A dus zijn het producten die
elkaar kunnen vervangen.
Als de Ek negatief is zijn het complementaire goederen, omdat op het
moment dat de prijs van product B stijgt mensen product A minder gaan
kopen, het zijn dan dus goederen die elkaar aanvullen.
Kruislingse elasticiteit berekenen en kunnen aangeven of het gaat om
een substitutie of een complementair goed.
Kruislingse elasticiteit is hoe sterk reageert de vraag van mijn product op
een prijsverandering van een ander product.
Ek = % verandering vraag A
% verandering prijs B
Ek positief --> substitutie goederen
EK negatief --> complementaire goederen
Inkomenselasticiteit berekenen en kunnen aangeven of het gaat om
een inferieur, normaal of luxe goed.
Ey= % verandering vraag (gevolg)
%verandering inkomen (oorzaak)
Ey= < 0 Inferieure goederen Als het inkomen stijgt, gaat de vraag
omlaag. Als het inkomen daalt gaat de vraag omhoog.
Ey= 0-1 primaire producten op het moment dat je inkomen stijgt,
stijgt de vraag een klein beetje.
Ey= >1 luxe producten Inkomen stijgt in % meer dan de vraag.