Grammatica blok 1
Taalkundig ontleden
Zelfstandig naamwoord
Geeft een naam aan een zelfstandige dingen. Het zijn namen van mensen, dieren en dingen en woorden voor
concrete en abstracte zaken.
Lidwoord
Lid woord hoort bij zelfstandig naamwoord. Er zijn drie lid woorden: de, het en een.
Bijvoeglijk naamwoord
geeft extra informatie bij een zelfstandig naamwoord. Er wordt dus informatie ‘bijgevoegd’.
Bijwoord
geeft extra informatie ‘bij’een ander ‘woord’ dan een zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld een werkwoord of bij
een bijvoeglijk naamwoord, bij een ander bijwoord of bij een hele zin
Voorzetsel
Is een woord dat je ‘voor’ een element in de zin ‘zet’. Vaak staat voor een zelfstandig naamwoord. Dat voorzetsel
geeft meestal aan waar of wanneer iets is bijvoorbeeld ‘naast’ de ingang, ‘in’ de pauze , ‘tijdens’ het lopen.
Persoonlijk voornaamwoord
Mijn, jouw, onze, jullie, hun
Taalkundig ontleden
Zelfstandig naamwoord
Geeft een naam aan een zelfstandige dingen. Het zijn namen van mensen, dieren en dingen en woorden voor
concrete en abstracte zaken.
Lidwoord
Lid woord hoort bij zelfstandig naamwoord. Er zijn drie lid woorden: de, het en een.
Bijvoeglijk naamwoord
geeft extra informatie bij een zelfstandig naamwoord. Er wordt dus informatie ‘bijgevoegd’.
Bijwoord
geeft extra informatie ‘bij’een ander ‘woord’ dan een zelfstandig naamwoord, bijvoorbeeld een werkwoord of bij
een bijvoeglijk naamwoord, bij een ander bijwoord of bij een hele zin
Voorzetsel
Is een woord dat je ‘voor’ een element in de zin ‘zet’. Vaak staat voor een zelfstandig naamwoord. Dat voorzetsel
geeft meestal aan waar of wanneer iets is bijvoorbeeld ‘naast’ de ingang, ‘in’ de pauze , ‘tijdens’ het lopen.
Persoonlijk voornaamwoord
Mijn, jouw, onze, jullie, hun