Leesvaardigheid H1
Leesstrategie:
➔ Oriënterend lezen
◆ Leesdoel
● Onderwerp vaststellen
● Snel bepalen of een tekst bruikbaar of interessant is.
◆ Aanpak:
● Bij boek: - Bij artikel:
○ Titel > titel
○ Auteur > lead
○ flaptekst > eerste en laatste alinea
○ inhoudsopgave > tussenkoppen
○ voorwoord > illustraties
> bron
> auteur
➔ Globaal lezen:
◆ Leesdoel:
● Deelonderwerpen vaststellen
◆ Aanpak:
● Lees de voorkeursplaatsen:
○ Eerste en laatste alinea
○ Eerste en laatste zin van iedere alinea.
○ Let op de tussenkoppen en witte regels
➔ Intensief lezen
◆ Leesdoel:
● Tekst goed begrijpen
● Hoofdzaken tekst vinden
◆ Aanpak:
● Tekst helemaal lezen
● Betekenis moeilijke woorden achterhalen
● Zoek de kernzinnen en signaalwoorden die verbanden aangeven
(middenstuk)
● Bepaal de hoofdgedachte (inleiding/slot)
➔ Zoekend lezen:
◆ Leesdoel:
● Bruikbare informatie in een tekst vinden.
◆ Aanpak:
● Kijk naar opvallende tekens en letters.
➔ Kritisch lezen:
◆ Leesdoel:
● Betrouwbaarheid van informatie en argumentatie in een tekst
beoordelen.
◆ Aanpak:
● Stel vast:
○ Is de informatie juist, volledig en niet eenzijdig?
○ Is de auteur deskundig en onpartijdig?
○ Noemt de auteur bronnen? Actuele bronnen?
○ Voldoende onderbouwde argumenten?
, ○ Tegenargumenten genoemd en weerlegd?
○ Bevat de tekst drogredenen?
➔ Studerend lezen:
◆ Leesdoel
● Inhoud van de tekst onthouden
◆ Aanpak
● Lees oriënterend, globaal en intensief.
● Maak overhoorvragen
● Maak een uittreksel en die doorlezen
● probeer de vragen te beantwoorden
Schrijfdoel + tekstsoorten
➔ Amuseren
◆ Lezers vermaken
➔ Informeren
◆ Lezers vertellen wat er is gebeurd of gaat gebeuren, uitleggen hoe iets werkt.
● Uiteenzetting, handleiding, gebruiksaanwijzing, instructie, recept,
studieboek, informatieve folder, rapport, nieuwsbericht, notulen,
familiebericht.
➔ Opiniëren
◆ Lezers de gelegenheid geven zich een mening te vormen over een
onderwerp
● Beschouwing, recensie, verslag, discussiestuk
➔ Overtuigen
◆ Lezeres met argumenten overhalen tot een bepaalde mening, een standpunt
● Betoog, ingezonden brief, redactioneel commentaar, column
➔ Activeren:
◆ Lezers aanzetten om iets te gaan doen
● Reclamefolder, brochure, directe mail, advertentie, affiche/poster, flyer
Tekst en publiek
➔ Rekening houden met: Als je een tekst voor een bepaalde doelgroep schrijft.
◆ Onderwerp
◆ Inhoud
◆ Bron
◆ Taalgebruik
◆ Toon
◆ Lay-out
Hoofdstuk 2 leesvaardigheid
Indeling van een tekst
➔ Inleiding
◆ Bestaat uit de eerste twee à drie alinea’s. Herken je aan:
● Inhoudelijke kenmerken van de inleiding:
○ Trekt de aandacht door:
◆ Actualiteit (aanleiding om tekst te schrijven)
◆ Geschiedenis ( situatie uit verleden beschreven en
vergelijken met situatie van nu)
Leesstrategie:
➔ Oriënterend lezen
◆ Leesdoel
● Onderwerp vaststellen
● Snel bepalen of een tekst bruikbaar of interessant is.
◆ Aanpak:
● Bij boek: - Bij artikel:
○ Titel > titel
○ Auteur > lead
○ flaptekst > eerste en laatste alinea
○ inhoudsopgave > tussenkoppen
○ voorwoord > illustraties
> bron
> auteur
➔ Globaal lezen:
◆ Leesdoel:
● Deelonderwerpen vaststellen
◆ Aanpak:
● Lees de voorkeursplaatsen:
○ Eerste en laatste alinea
○ Eerste en laatste zin van iedere alinea.
○ Let op de tussenkoppen en witte regels
➔ Intensief lezen
◆ Leesdoel:
● Tekst goed begrijpen
● Hoofdzaken tekst vinden
◆ Aanpak:
● Tekst helemaal lezen
● Betekenis moeilijke woorden achterhalen
● Zoek de kernzinnen en signaalwoorden die verbanden aangeven
(middenstuk)
● Bepaal de hoofdgedachte (inleiding/slot)
➔ Zoekend lezen:
◆ Leesdoel:
● Bruikbare informatie in een tekst vinden.
◆ Aanpak:
● Kijk naar opvallende tekens en letters.
➔ Kritisch lezen:
◆ Leesdoel:
● Betrouwbaarheid van informatie en argumentatie in een tekst
beoordelen.
◆ Aanpak:
● Stel vast:
○ Is de informatie juist, volledig en niet eenzijdig?
○ Is de auteur deskundig en onpartijdig?
○ Noemt de auteur bronnen? Actuele bronnen?
○ Voldoende onderbouwde argumenten?
, ○ Tegenargumenten genoemd en weerlegd?
○ Bevat de tekst drogredenen?
➔ Studerend lezen:
◆ Leesdoel
● Inhoud van de tekst onthouden
◆ Aanpak
● Lees oriënterend, globaal en intensief.
● Maak overhoorvragen
● Maak een uittreksel en die doorlezen
● probeer de vragen te beantwoorden
Schrijfdoel + tekstsoorten
➔ Amuseren
◆ Lezers vermaken
➔ Informeren
◆ Lezers vertellen wat er is gebeurd of gaat gebeuren, uitleggen hoe iets werkt.
● Uiteenzetting, handleiding, gebruiksaanwijzing, instructie, recept,
studieboek, informatieve folder, rapport, nieuwsbericht, notulen,
familiebericht.
➔ Opiniëren
◆ Lezers de gelegenheid geven zich een mening te vormen over een
onderwerp
● Beschouwing, recensie, verslag, discussiestuk
➔ Overtuigen
◆ Lezeres met argumenten overhalen tot een bepaalde mening, een standpunt
● Betoog, ingezonden brief, redactioneel commentaar, column
➔ Activeren:
◆ Lezers aanzetten om iets te gaan doen
● Reclamefolder, brochure, directe mail, advertentie, affiche/poster, flyer
Tekst en publiek
➔ Rekening houden met: Als je een tekst voor een bepaalde doelgroep schrijft.
◆ Onderwerp
◆ Inhoud
◆ Bron
◆ Taalgebruik
◆ Toon
◆ Lay-out
Hoofdstuk 2 leesvaardigheid
Indeling van een tekst
➔ Inleiding
◆ Bestaat uit de eerste twee à drie alinea’s. Herken je aan:
● Inhoudelijke kenmerken van de inleiding:
○ Trekt de aandacht door:
◆ Actualiteit (aanleiding om tekst te schrijven)
◆ Geschiedenis ( situatie uit verleden beschreven en
vergelijken met situatie van nu)