Wiskunde A VWO 6 Begrippenlijst Examenwerkwoorden
Roos Wensveen
Dit bestand bevat een begrippenlijst met betrekking tot het examenwerkwoorden. Alle begrippen
vallen onder examenstof en kan dus gebruikt worden ter voorbereiding op het examen. De lijst van
begrippen is afkomstig uit de syllabus voor VWO wiskunde A, te vinden op www.examenblad.nl [1].
Dit dient als overzicht van alle examenwerkwoorden voor VWO wiskunde A en alle erkenning gaat
naar deze bron.
Over het algemeen geldt:
Tenzij anders aangegeven, is de wijze waarop het antwoord gevonden wordt vrij.
Aantonen dat, laten zien dat Het geven van een redenering en/of bepaling en/of
berekening waaruit de juistheid van het gestelde blijkt. Uit de
uitwerking moet blijken welke stappen zijn gezet. In het
algemeen geldt dat het gestelde controleren door middel van
een of meer voorbeelden niet voldoet.
Afleiden van bijvoorbeeld een Het geven van een redenering en/of berekening waaruit de
formule of een eenheid juistheid van de formule of eenheid volgt. Uit de uitwerking
moet blijken welke stappen zijn gezet. Tenzij anders
aangegeven, geldt dat het gestelde controleren door middel
van een of meer voorbeelden niet voldoet.
Bepalen Het gevraagde vaststellen en/of uitrekenen. Uit de uitwerking
moet blijken welke stappen zijn gezet.
Beredeneren, uitleggen Het geven van een uitwerking waarin de denkstappen staan,
waaruit het gestelde/gevraagde blijkt.
Berekenen Het gevraagde uitrekenen. Uit de uitwerking moet blijken
welke stappen zijn gezet.
Herleiden (van een formule) Een formule stap voor stap herschrijven tot deze in de
gevraagde vorm staat, zonder gebruik te maken van
specifieke opties van de grafische rekenmachine.
Noemen, (aan)geven wat, Een eindantwoord geven. Een toelichting is niet vereist tenzij
welke, wanneer, hoeveel anders is aangegeven.
Onderzoeken of Het geven van een redenering en/of bepaling en/of
berekening waaruit de (on)juistheid van het gestelde blijkt. Het
antwoord moet worden afgesloten met een conclusie. Uit de
uitwerking moet blijken welke stappen zijn gezet. In het
algemeen geldt dat het gestelde controleren door middel van
een of meer voorbeelden niet voldoet, tenzij het geven van
een tegenvoorbeeld tot de juiste conclusie leidt.
Oplossen Het bepalen van de waarden van een of meer onbekenden die
voldoen aan de gegeven vergelijking of ongelijkheid. Uit de
uitwerking moet blijken welke stappen zijn gezet.
Schetsen Het geven van een grafische voorstelling die de voor de
probleemsituatie relevante karakteristieke eigenschappen
bevat.
Roos Wensveen
Dit bestand bevat een begrippenlijst met betrekking tot het examenwerkwoorden. Alle begrippen
vallen onder examenstof en kan dus gebruikt worden ter voorbereiding op het examen. De lijst van
begrippen is afkomstig uit de syllabus voor VWO wiskunde A, te vinden op www.examenblad.nl [1].
Dit dient als overzicht van alle examenwerkwoorden voor VWO wiskunde A en alle erkenning gaat
naar deze bron.
Over het algemeen geldt:
Tenzij anders aangegeven, is de wijze waarop het antwoord gevonden wordt vrij.
Aantonen dat, laten zien dat Het geven van een redenering en/of bepaling en/of
berekening waaruit de juistheid van het gestelde blijkt. Uit de
uitwerking moet blijken welke stappen zijn gezet. In het
algemeen geldt dat het gestelde controleren door middel van
een of meer voorbeelden niet voldoet.
Afleiden van bijvoorbeeld een Het geven van een redenering en/of berekening waaruit de
formule of een eenheid juistheid van de formule of eenheid volgt. Uit de uitwerking
moet blijken welke stappen zijn gezet. Tenzij anders
aangegeven, geldt dat het gestelde controleren door middel
van een of meer voorbeelden niet voldoet.
Bepalen Het gevraagde vaststellen en/of uitrekenen. Uit de uitwerking
moet blijken welke stappen zijn gezet.
Beredeneren, uitleggen Het geven van een uitwerking waarin de denkstappen staan,
waaruit het gestelde/gevraagde blijkt.
Berekenen Het gevraagde uitrekenen. Uit de uitwerking moet blijken
welke stappen zijn gezet.
Herleiden (van een formule) Een formule stap voor stap herschrijven tot deze in de
gevraagde vorm staat, zonder gebruik te maken van
specifieke opties van de grafische rekenmachine.
Noemen, (aan)geven wat, Een eindantwoord geven. Een toelichting is niet vereist tenzij
welke, wanneer, hoeveel anders is aangegeven.
Onderzoeken of Het geven van een redenering en/of bepaling en/of
berekening waaruit de (on)juistheid van het gestelde blijkt. Het
antwoord moet worden afgesloten met een conclusie. Uit de
uitwerking moet blijken welke stappen zijn gezet. In het
algemeen geldt dat het gestelde controleren door middel van
een of meer voorbeelden niet voldoet, tenzij het geven van
een tegenvoorbeeld tot de juiste conclusie leidt.
Oplossen Het bepalen van de waarden van een of meer onbekenden die
voldoen aan de gegeven vergelijking of ongelijkheid. Uit de
uitwerking moet blijken welke stappen zijn gezet.
Schetsen Het geven van een grafische voorstelling die de voor de
probleemsituatie relevante karakteristieke eigenschappen
bevat.