WC 1: Premolaren
De anatomische kenmerken v/d premolaren in de permanente dentitie
HOE PAK JE HET AAN?
1. Welke groep? → I, C, P of M
2. Welke kaak? → BK of OK
3. Welke plaats binnen de groep? → P1 of P2
➢ 32 elementen; in totaal 8 premolaren in de mond-> 2 premolaren p/kwadrant, dus P1 of P2.
4. Linker- of rechterkaak?
WELKE GROEP?
Premolaar= heeft meer knobbels: 2 soms 3 knobbels-> altijd 1 knobbel aan de buccale kant.
➢ Bij 3 knobbels: gaat eigenlijk altijd om de P2 OK-> 1 knobbel aan de buccale zijde (wangzijde) en 2
knobbels aan de linguale zijde (tongzijde).
WELKE KAAK?
• Makkelijkst om naar de occlusale vlak(=kauwvlak) te kijken:
➢ Premolaar BK: rechthoekig huisje eromheen kunnen bouwen.
➢ Premolaar OK: rond huisje eromheen kunnen bouwen.
• De kronen v/d premolaren OK vertonen linguo-versie/ kronenflucht= element v.a. de buccale zijde
een beetje omvallen/ naar binnen vallen (richting linguaal/ tongzijde)-> alleen bij OK buccale zijde!
➢ Lengteas v/d kroon maakt een hoek met de lengteas v/d wortel; dat is dan de buccale zijde.
➢ Premolaar BK: beide zijdes (bucaal& palatinaal) lopen ‘recht’ omhoog naar de knobbel-
punten toe (BK geen kronenflucht!)
• Premolaren OK hebben 1 wortel: wortel een beetje rond& conisch v. vorm.
➢ P1 OK: heeft meestal aan beide kanten (mediaal en distaal) groeven.
➢ P2 OK: heeft meestal geen groeven.
• Premolaren BK hebben meer variatie; 1 of 2 wortels:
➢ P1 BK: heeft 2 wortels.
➢ P2 BK: heeft 1 wortel (over het algemeen, er zijn uitzonderingen met 2 wortels).
Crista transversa
WELKE PLAATS BINNEN DE GROEP?
Indien het element uit de onderkaak komt: verschil occlusale vlak bij P1 en P2
• P1 OK: 2 stippen/ ogen-> 34 of 44.
➢ Buccale knobbel met een soort glazuur rug verbonden met de linguale knobbel =crista
transversa-> hierdoor is er geen fissuur maar zijn er 2 stippen.
• P2 OK: heeft een fissuur-> 35 of 45.
➢ Meestal ook 3 knobbels hebben: 1 buccale knobbel en 2 linguale knobbels.
➢ Soms 2 knobbels hebben: 1 buccale knobbel en 1 linguale knobbel.
, Indien het element uit de bovenkaak komt:
• P1 BK heeft over het algemeen 2 wortels: 1 buccale en 1 palatinale wortel-> de splitsing(=bifurcatie)
bevindt zich meestal ± op 1/3e v.a. apicaal/ het puntje v/d radix (=wortel).
• Kijken naar het occlusale vlak: fissuur eindigt normaal in de fossa triangularis (3-hoekige groef)->
loopt soms door in de randlijst(=crista); als die dat doet, zie je het alleen aan de mesiale zijde.
➢ Dan weten dat dat de mesiale kant is+ alleen gebeuren bij P1 BK.
• Kijken naar het zijaanzicht: P2 BK is meer symmetrisch; knobbels (buccaal& palatinaal) ± even hoog.
➢ Bij P1 BK zie je iets meer verschil: buccale knobbel iets hoger dan de palatinale knobbel.
LINKER- OF RECHTERKAAK?
Indien het element uit de onderkaak komt:
1. Linguale plaatje zoeken: meestal 3e plaatje maar niet altijd dus goed checken!
➢ Zien aan de hoogte v/d knobbels (linguale en buccale knobbel)-> buccale knobbel is altijd
hoger-> als je tegen de lage knobbel aankijkt, weet je dat je tegen de linguale zijde aankijkt.
2. Hoogste punt linguale knobbel zoeken-> welke zijde is hoog& kort en welke zijde is laag& lang?
➢ Dus de mesiale zijde zoeken: hoog en kort-> mesiaal is meestal altijd alles hoger, dus ook de
randlijst (=crista) is mesiaal hoger dan aan de distale zijde.
➢ Distale zijde: laag en lang.
3. Element denkbeeldig v/h scherm afhalen en naast je neerzetten.
➢ Alleen naast je neerzetten bij OK want wortel daar goed/ naar beneden staan!!-> bij BK
moet je omdraaien; verwarrend, dus niet naast je neerzetten!
➢ Mesiale zijde naar de mediaanlijn toegekeerd (occlusale aanzicht)-> plek waar het klopt is
waar de tand is/ welke tand het is.
Indien het element uit de bovenkaak komt:
1. Palatinale plaatje zoeken: meestal 3e plaatje maar niet altijd dus goed checken!
➢ Palatinale knobbel wat lager+ iets smaller t.o.v. de buccale knobbel.
2. Hoogste punt palatinale knobbel zoeken: welke zijde is hoog& kort en welke zijde is laag& lang?
➢ Dus de mesiale zijde zoeken: hoog en kort.
➢ Distale zijde: laag en lang.
3. Element denkbeeldig v/h scherm afhalen (niet naast je neerzetten!)
➢ Opengeklapte BK tekenen en dan plaatje occlusale aanzicht op de opengeklapte bovenkaak
plaatsen-> plek waar het klopt is waar de tand is/ welke tand het is.
De term kronenflucht
De kronen v/d premolaren OK vertonen kronenflucht (linguo-versie)= element v.a. de buccale zijde een
beetje omvallen/ naar binnen vallen (richting linguaal/ tongzijde)-> alleen bij OK buccale zijde!