Geschiedenis Vwo 4
Hoofdstuk 1 - tijd van jagers en boeren (tot 3000 v.Chr.)
1.1 van jagers-verzamelaars naar boeren
Ontstaan landbouw, in Mesopotamië, (11.000 v.Chr.) in het Midden-Oosten. In Europa pas rond
5.000 v.Chr. Door deze grote verandering spreken we van een Neolithische Revolutie of
landbouwrevolutie. Dit kwam door het klimaatverandering (meer regen).
De Natufiërs, die rond 12.000 v.Chr. in het Midden-Oosten leefden, kenden al permanente
bewoningen. ( ongeveer 150 mensen)
Het leven van jagers-verzamelaars: Nomadisch leven, rondtrekken, kleine groepen, man-vrouw
verdeling, alleen ongeschreven bronnen waardoor er weinig bekend is over deze mensen.
Over het ontstaan van mensen zijn verschillende theorieën. Hiervan zijn weer 2 soorten:
Creationisme: Het idee dat de mens door een God(heid) geschapen is.
Evolutie: Het idee dat de mens zich door ontwikkeling van aap naar mens heeft geëvolueerd.
Door het genoeg aan voedsel gaven de jagers-verzamelaars hun nomadische leven op en gingen zij
sedentair (= op 1 vaste plek) leven. Dit is de Sedentaire Revolutie.
De sedentaire revolutie is dus een onderdeel van de Neolithische Revolutie
Gevolgen:
- Groepen werden groter
- Doordat er overschot hoeft niet iedereen meer boer te zijn. Er kwamen dus meerdere
beroepen.
- Er begonnen verschillen in bezit te ontstaan door de landbouwopbrengsten en de
specialisatie in beroepen. Hierdoor ontstaat een sociale hiërarchie.
1.2 oude beschavingen, steden en staten
In Mesopotamië was de irrigatielandbouw de oorzaak van enorme voedseloverschotten. Bij deze
vorm van landbouw wordt vruchtbare grond van overstroomde rivieren gebruikt aangevuld met vers
rivierwater.
Door de overschotten ontstond specialisatie in beroepen. Niet iedereen hoefde meer boer te zijn.
Er kwam een groep van ambachtslieden, soldaten die het vee en de landbouwgronden verdedigden,
een bestuur aangevoerd door een koning. En er kwam een groep priesters die zich richtten op het
geloof en op het ondersteunen van de koning.
De Soemeriërs kenden een polytheïstische godsdienst: meerderen goden.
Rond 3500 v.Chr. Ontstaan de eerste stadstaten: De bevolking is nu zo groot dat je niet meer van
dorpen spreekt. Het bevat de stad én het omliggende land.
Hoofdstuk 1 - tijd van jagers en boeren (tot 3000 v.Chr.)
1.1 van jagers-verzamelaars naar boeren
Ontstaan landbouw, in Mesopotamië, (11.000 v.Chr.) in het Midden-Oosten. In Europa pas rond
5.000 v.Chr. Door deze grote verandering spreken we van een Neolithische Revolutie of
landbouwrevolutie. Dit kwam door het klimaatverandering (meer regen).
De Natufiërs, die rond 12.000 v.Chr. in het Midden-Oosten leefden, kenden al permanente
bewoningen. ( ongeveer 150 mensen)
Het leven van jagers-verzamelaars: Nomadisch leven, rondtrekken, kleine groepen, man-vrouw
verdeling, alleen ongeschreven bronnen waardoor er weinig bekend is over deze mensen.
Over het ontstaan van mensen zijn verschillende theorieën. Hiervan zijn weer 2 soorten:
Creationisme: Het idee dat de mens door een God(heid) geschapen is.
Evolutie: Het idee dat de mens zich door ontwikkeling van aap naar mens heeft geëvolueerd.
Door het genoeg aan voedsel gaven de jagers-verzamelaars hun nomadische leven op en gingen zij
sedentair (= op 1 vaste plek) leven. Dit is de Sedentaire Revolutie.
De sedentaire revolutie is dus een onderdeel van de Neolithische Revolutie
Gevolgen:
- Groepen werden groter
- Doordat er overschot hoeft niet iedereen meer boer te zijn. Er kwamen dus meerdere
beroepen.
- Er begonnen verschillen in bezit te ontstaan door de landbouwopbrengsten en de
specialisatie in beroepen. Hierdoor ontstaat een sociale hiërarchie.
1.2 oude beschavingen, steden en staten
In Mesopotamië was de irrigatielandbouw de oorzaak van enorme voedseloverschotten. Bij deze
vorm van landbouw wordt vruchtbare grond van overstroomde rivieren gebruikt aangevuld met vers
rivierwater.
Door de overschotten ontstond specialisatie in beroepen. Niet iedereen hoefde meer boer te zijn.
Er kwam een groep van ambachtslieden, soldaten die het vee en de landbouwgronden verdedigden,
een bestuur aangevoerd door een koning. En er kwam een groep priesters die zich richtten op het
geloof en op het ondersteunen van de koning.
De Soemeriërs kenden een polytheïstische godsdienst: meerderen goden.
Rond 3500 v.Chr. Ontstaan de eerste stadstaten: De bevolking is nu zo groot dat je niet meer van
dorpen spreekt. Het bevat de stad én het omliggende land.