Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Bijeenkomst 1 Bewijs in strafzaken

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
24
Geüpload op
30-10-2021
Geschreven in
2021/2022

Een volledige samenvatting van alle voorgeschreven literatuur, rechtspraak, uitgewerkte kennisclips, en de uitwerking met aanvullende aantekeningen van de onderwijsgroep, voor bijeenkomst 1 voor het vak Bewijs in strafzaken.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Bewijs in strafzaken
Bijeenkomst 1: Waarheidsvinding in strafzaken
De absolute waarheid bestaat niet. Zoals de Romeinse keizer Marcus Aurelius (heel) lang
geleden al zei “Alles wat we horen is een mening, geen feit. Alles wat we zien is
perspectief, niet de waarheid”. Dat geldt zeker ook voor de waarheidsvinding in
strafzaken.

Hoe een bepaald strafbaar feit zich heeft voorgedaan en wie daarvan strafrechtelijk een
verwijt kan worden gemaakt, dient te worden gereconstrueerd. Dat betekent dat de
waarheid – zoals betrokkenen zich die herinneren – moet worden beschreven. Soms is dat
betrekkelijk eenvoudig: bijvoorbeeld als het gaat om de vaststelling van ‘kale feiten’ die
objectief vast te stellen zijn, zoals de constatering dat iemand op een bepaalde datum
letsel heeft opgelopen. Voor andere onderdelen van delictsomschrijvingen – zoals
subjectieve bestanddelen als opzet en schuld – is dat ingewikkelder.

Het proces van waarheidsvinding vangt aan in het vooronderzoek, als politie en justitie
bewijsmateriaal verzamelen. Uiteindelijk is het de strafrechter die naar aanleiding van het
onderzoek ter terechtzitting de feiten vaststelt. Dat gebeurt grotendeels op basis van het
bewijsmateriaal dat in het vooronderzoek is verzameld. De bewijsmiddelen die de
strafrechter ter beschikking staan, moeten worden geselecteerd, geïnterpreteerd en
gewaardeerd. De Nederlandse strafrechter is daarbij aan regels gebonden die beogen te
verzekeren dat de bewijsbeslissing zoveel mogelijk overeenstemt met de waarheid. Het
bestaan van dergelijke regels is niet vanzelfsprekend: er zijn ook bewijsstelsels die
gebaseerd zijn op de veronderstelling dat waarheidsvinding niet kan worden gebonden
aan algemene regels en dus noodgedwongen moet worden overgelaten aan de wijsheid
van de rechter.

In deze bijeenkomst zal in algemene zin nader worden ingegaan op de verschillende
soorten bewijsstelsels, de kenmerken van het Nederlandse bewijsstelsel en het proces
van waarheidsvinding in strafzaken.

Literatuur
C.P.M. Cleiren, De rechterlijke overtuiging. Een sprong met hindernissen.

Inleiding
Bij de problematiek van strafrechtelijke waarheidsvinding en dwalingen is sprake van een
veelheid en samenstel van factoren, gecombineerd met een samenspel van actoren. Een
van de potentieel risicovolle factoren waaraan in het juridisch debat weinig aandacht is
besteed, betreft de in artikel 338 Sv genoemde rechterlijke overtuiging. De overtuiging is
volgens artikel 338 Sv een voorwaarde voor het bewijs van elk strafbaar feit en vormt dus
in iedere zaak die aan de rechter wordt voorgelegd het sluitstuk van zijn
oordeelsvorming.

De rechterlijke overtuiging: een oriëntatie op wet, literatuur en praktijk
Uit art. 338 Sv kan worden afgeleid dat de rechterlijke overtuiging onderdeel vormt van
het proces dat leidt tot de bewijsbeslissing. Veelal – en bijna als vanzelfsprekend – wordt
die notie gekoppeld aan het woord ‘slechts’ uit artikel 338 Sv en meegenomen bij de
bespreking van het negatief-wettelijk karakter van ons bewijsstelsel. Daarbij gaat het om
de norm dat ook bij voldoende wettig bewijs de rechter niet verplicht is te veroordelen.
Deze gedachte herkent men ook in het adagium ‘in dubio pro reo’, bij twijfel geen
veroordeling. Op basis van de formulering van artikel 338 Sv en het adagium ‘in dubio
pro reo’ kan gerechtvaardigd als uitgangspositie worden genomen dat de rechterlijke
overtuiging minimaal heeft te gelden als een conditio sine qua non voor een positieve
bewijsbeslissing.

, Wet en literatuur
Betekent dit nu dat wij de in art. 338 bedoelde overtuiging moeten opvatten als een
subjectieve graad van zekerheid, afhankelijk van de persoonlijke waarderingen en
inzichten van de rechter? In beginsel is dat inderdaad het geval, maar het is niet het
enige dat hier een rol speelt. De verplichting tot motivering is daarom in zijn visie
doorslaggevend. Aan die eis is voldaan indien de juistheid van de tenlastelegging op
grond van de in de motivering aangegeven resultaten van een zorgvuldig onderzoek
‘buiten redelijke twijfel’ ondubbelzinnig vaststelbaar is.
Corstens stelt dat de overtuiging, anders dan in het Franse stelsel waar men uitgaat van
de conviction intime, beredeneerd moet zijn: de conviction raisonnée. De overtuiging
moet op bewijsmiddelen zijn gebaseerd.

De rechtspraktijk
In de motivering van de bewijsbeslissing die krachtens artikel 350 jo. 359 Sv in het vonnis
wordt opgenomen, wordt veelal volstaan met een standaardformule. Volgens Buruma
blijkt uit twee recente uitspraken van de Hoge Raad dat ‘verantwoording en
controleerbaarheid mogelijk zijn voor zover het gaat om de kwaliteit van gebruikte
bewijsmiddelen, maar heel problematisch wordt waar het gaat om de kwaliteit van de
overtuiging. Die overtuiging is eigenlijk één met de selectie en waardering van de
bewijsmiddelen.

Bevindingen
Functies rechterlijke overtuiging:
- Een opdracht aan de rechter om zich bewust te blijven van zijn rechterlijke
verantwoordelijkheden in het kader van de waarheidsvinding (een
inscherpingsfunctie, de referentie aan het geweten);
- Een vereiste dat bemiddelt tussen de onvermijdelijke scheiding tussen feiten en
recht (een normatieve brugfunctie);
- Een vereiste dat bemiddelt tussen de onvermijdelijke scheiding tussen een (grote)
mate van waarschijnlijkheid en het categorisch ja/nee-oordeel dat de rechter in
zijn bewijsbeslissing vormgeeft (een wetenschappelijke/inductieve brugfunctie);
- Een extra vereiste (bovenop de bewijsmiddelen), dat geldt als conditio sine qua
non voor de bewijsbeslissing en waarbij wordt erkend dat de rechter ruimte heeft
voor zijn eigen persoonlijke waardering of voor zijn morele of ‘praktische’ wijsheid
(een surplus, een constituerende voorwaarde, een complementaire functie);
- Een maatstaf ter bevordering van het ‘waarheidsgehalte’ van de bewijsbeslissing
door een bepaalde standaard, een niveau van waarschijnlijkheid te eisen (een
empirische en betrouwbaarheidsfunctie);
- Een opdracht om de aanvaardbaarheid van de bewijsbeslissing te ondersteunen
door het achteraf verantwoorden van de beslissing naar veroordeelde en
samenleving (motiverings-, legitimerings- en argumentatieve functie).

De vereisten van artikel 338 Sv
De beperking tot de inhoud van wettige bewijsmiddelen en het onderzoek ter
terechtzitting
Bij beschouwingen over de beperking tot de inhoud van wettige bewijsmiddelen wordt
met name aandacht besteed aan het feit dat de wet geen beperkingen aanbrengt ten
aanzien van een overtuiging die van invloed is op het aannemen van
strafuitsluitingsgronden of het bepalen van de strafsoort of -maat. Daarnaast wordt deze
aanwijzing betrokken op de invulling van de motiveringsverplichting krachtens artikel 350
jo. artikel 359 Sv.
De beperking tot het onderzoek ter terechtzitting sluit aan op het gegeven dat in
ons stelsel de rechter beslist of de verdachte het in de tenlastelegging omschreven feit
heeft begaan. Het bewijsoordeel vormt het sluitstuk in een keten van bewijsgaring en de
rechter ter terechtzitting is de beslissende actor te midden van een veelheid van actoren
die zich bezighouden met waarheidsvinding.

De beperkingen in het tot stand brengen van een zekerheidsoordeel

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
30 oktober 2021
Aantal pagina's
24
Geschreven in
2021/2022
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$10.66
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF


Ook beschikbaar in voordeelbundel

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
shannonstiels Maastricht University
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
316
Lid sinds
8 jaar
Aantal volgers
180
Documenten
103
Laatst verkocht
1 maand geleden

3.2

67 beoordelingen

5
22
4
11
3
11
2
4
1
19

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen