Stralingsdeskundigheid
Zelfstudie SD 06-001
Z = aantal personen in een populatie
N = hoeveelheid personen in een populatie
D = aantal personen dat overlijdt
H = Equivalente dosis in Sv
D = Geabsorbeerde dosis in Gy
Wr = stralingsweegfactor
A = activiteit
E(50) = Effectieve volgdosis in Sv
I = Intake in Bq
e(50) = dosisconversiefactor in Sv
De volgdosiscoëfficient is afhankelijk van het nuclide, welke chemische verbindingen en fysische
vormen, de wijze van inname en de leeftijd en het biologische gedrag van de patiënt. Deze mag niet
worden gebruik bij:
a. Een inwendige besmetting van een patiënt: patiënten kunnen een afwijkend biologisch
gedrag hebben.
b. Een intraveneuze besmetting van een laborant op een afdeling nucleaire geneeskunde:
besmettingsroute is niet opgenomen
c. De volgdosis kan wel worden berekend met de ICRP tabellen
De volgdosiscoëfficient is afhankelijk van de leeftijd van
de patiënt, omdat celdeling is van invloed op de kans en
de tijdsperiode waarin iemand kanker kan ontwikkelen,
voor een jong iemand is deze dus groter.
Een aërosol is een stof- of vloeistofdeeltje in gas, in dit
geval een nuclide in lucht, afhankelijk van de grootte
uiteindelijk in de longblaasjes.
- F = Fast
- M = Moderate
- S = Slow
Na inwendige besmetting met een radioactieve stof ten
gevolge van inhalatie van een radioactieve stof
neergeslagen in de ademhalingswegen, deze stof kan
worden uitgeademd of via bloed-gas uitwisseling komt
deze in het bloed en hierdoor in de rest van het lichaam.
SR-0: niet reactief, SR-I: matig reactief en minder goed oplosbaar en SR-2: sterk reactief of goed
oplosbaar.
, College SD 06-002
Een externe bestraling is een bestraling van buitenaf, dus bijvoorbeeld door een lineaire versneller.
Een inwendige besmetting is een bestraling waarbij de activiteit in het lichaam is gekomen en er dus
van binnen uit wordt bestraald.
De inwendige besmetting kan worden berekend met de E 50, dit is de effectieve volgdosis. Met de
formule E50 = e50 x Ain. Dit is ook wel de dosis gedurende 50 jaar na inname van een bepaalde
activiteit.
De uitwendige bestraling word berekend met de E, dit is de effectieve dosis berekend met de
formule E = ΣWT x ΣWR x D. Dit is de dosis gecorrigeerd voor het soort straling en het soort weefsel.
De totale dosis kan dan worden berekend met E tot = E + E50.
De E50 is afhankelijk van de:
- Fysische eigenschappen radionuclide
- Fysische eigenschappen uitgezonden straling
- Metabool gedrag stof (waar)
- Anatomie en metabool gedrag van menselijk lichaam
- Radiobiologische gegevens bestraalde organen
De e50 (effectieve volgdosiscoëfficient) is afhankelijk van de:
- Soort nuclide
- Chemische verbindingen en fysische vorm
- Wijze van inname
- Leeftijd en biologisch gedrag van de patiënt
De e50 is op te zoeken in tabellen, dit zijn de besluit stralingsbescherming modellen, deze zijn via
wiskunde modellen bepaald, en natuurlijk ook wel de ICRP, deze zijn de epidemiologisch onderzoek,
ook wel de Life Span Study en de kernbomslachtoffers WOII. ICRP geeft een lagere dosis dan bij de
modellen.
Zelfstudie SD 06-001
Z = aantal personen in een populatie
N = hoeveelheid personen in een populatie
D = aantal personen dat overlijdt
H = Equivalente dosis in Sv
D = Geabsorbeerde dosis in Gy
Wr = stralingsweegfactor
A = activiteit
E(50) = Effectieve volgdosis in Sv
I = Intake in Bq
e(50) = dosisconversiefactor in Sv
De volgdosiscoëfficient is afhankelijk van het nuclide, welke chemische verbindingen en fysische
vormen, de wijze van inname en de leeftijd en het biologische gedrag van de patiënt. Deze mag niet
worden gebruik bij:
a. Een inwendige besmetting van een patiënt: patiënten kunnen een afwijkend biologisch
gedrag hebben.
b. Een intraveneuze besmetting van een laborant op een afdeling nucleaire geneeskunde:
besmettingsroute is niet opgenomen
c. De volgdosis kan wel worden berekend met de ICRP tabellen
De volgdosiscoëfficient is afhankelijk van de leeftijd van
de patiënt, omdat celdeling is van invloed op de kans en
de tijdsperiode waarin iemand kanker kan ontwikkelen,
voor een jong iemand is deze dus groter.
Een aërosol is een stof- of vloeistofdeeltje in gas, in dit
geval een nuclide in lucht, afhankelijk van de grootte
uiteindelijk in de longblaasjes.
- F = Fast
- M = Moderate
- S = Slow
Na inwendige besmetting met een radioactieve stof ten
gevolge van inhalatie van een radioactieve stof
neergeslagen in de ademhalingswegen, deze stof kan
worden uitgeademd of via bloed-gas uitwisseling komt
deze in het bloed en hierdoor in de rest van het lichaam.
SR-0: niet reactief, SR-I: matig reactief en minder goed oplosbaar en SR-2: sterk reactief of goed
oplosbaar.
, College SD 06-002
Een externe bestraling is een bestraling van buitenaf, dus bijvoorbeeld door een lineaire versneller.
Een inwendige besmetting is een bestraling waarbij de activiteit in het lichaam is gekomen en er dus
van binnen uit wordt bestraald.
De inwendige besmetting kan worden berekend met de E 50, dit is de effectieve volgdosis. Met de
formule E50 = e50 x Ain. Dit is ook wel de dosis gedurende 50 jaar na inname van een bepaalde
activiteit.
De uitwendige bestraling word berekend met de E, dit is de effectieve dosis berekend met de
formule E = ΣWT x ΣWR x D. Dit is de dosis gecorrigeerd voor het soort straling en het soort weefsel.
De totale dosis kan dan worden berekend met E tot = E + E50.
De E50 is afhankelijk van de:
- Fysische eigenschappen radionuclide
- Fysische eigenschappen uitgezonden straling
- Metabool gedrag stof (waar)
- Anatomie en metabool gedrag van menselijk lichaam
- Radiobiologische gegevens bestraalde organen
De e50 (effectieve volgdosiscoëfficient) is afhankelijk van de:
- Soort nuclide
- Chemische verbindingen en fysische vorm
- Wijze van inname
- Leeftijd en biologisch gedrag van de patiënt
De e50 is op te zoeken in tabellen, dit zijn de besluit stralingsbescherming modellen, deze zijn via
wiskunde modellen bepaald, en natuurlijk ook wel de ICRP, deze zijn de epidemiologisch onderzoek,
ook wel de Life Span Study en de kernbomslachtoffers WOII. ICRP geeft een lagere dosis dan bij de
modellen.