§2.2 het zintuigstelsel
*kijk leerdoelen in het boek*
Zintuigstelsel binas 87 a t/m b
Het zintuigstelsel is een onderdeel van het zenuwstelsel en werkt als meetinstrument
waarmee het lichaam stoffen en energie kan waarnemen.
Een zintuig bestaat uit een receptor, bijbehorende zenuwcellen en een deel van de hersenen
die desbetreffende informatie verwerkt.
Een externe prikkel is een invloed uit de omgeving op een organisme. Zintuigen voor
externe prikkels zijn:
Horen, voelen, zien, ruiken, proeven en balans.
Een interne prikkel is afkomstig uit het lichaam zelf. Zintuigen voor externe prikkels zijn:
bloeddruk, ph waarde van je bloed en CO2 gehalte in je bloed.
Adequate prikkel: een prikkel die gevoelig is voor een bepaalde zintuigcel. Dus het oog voor
licht bijvoorbeeld. Het betekent niet dat hij niet op andere dingen kan reageren. Je oog kan
bijvoorbeeld ook reageren op
druk maar daar heeft die een
hardere prikkel voor nodig.
Drempelwaarde is de minimale sterkte die een prikkel moet hebben zodat je hem kan
waarnemen en dan in een impuls kan worden omgezet. Je drempelwaarde staat niet vast,
deze kan je aanpassen. Houdt een prikkel langere tijd aan dan kan je drempelwaarde hoger
worden en de impulsfrequentie lager. Hierdoor voel je na een tijdje bepaalde prikkel niet,
dit verschijnsel noemen we adaptie/gewenning
, Er zijn verschillende groepen receptoren:
- Mechanische receptoren
Reageren op mechanische energie: druk, beweging, spierspanning, geluidstrillingen
of aanraking.
- Chemische receptoren
Kunnen bepaalde moleculen uit de omgeving binden: geur en smaakstoffen en CO2
gehalte in de bloed.
- Temperatuur receptoren
Registeren de verandering in warmte en kou. Komt de temperatuur boven of onder
de normtemperatuur ontstaat er een impuls.
- Lichtreceptoren
Reageren op licht.
Relatie tussen zintuigstelsel en zenuwstelsel
Om dat goed te begrijpen kaan we kijken wanneer deze niet zo goed samen werken:
Evenwichtszintuig binas 87D
Met het ampulla orgaan en het statolieorgaan registeren we bewegingen maar ook om ons
evenwicht te bewaren.
De haarcellen zijn de evenwichtsreceptoren. Daarboven op zit een gelmassa die eraan vast
zit en die heen en weer beweegt als jij ook beweegt en die beweegt de haarcellen ook mee.
Statolieten: kalksteentjes op gelatine massa. Impulsen ontstaan door verbuiging van de
haarcellen