Les 3. Pathologie hart (1)
1. Begrippenlijst
Artherosclerose Slagaderverkalking
Sclerose Verharding
Cholesterol Vet in bloed
Plaque Ophoping van cholesterol en andere stoffen tegen de
binnenkant van de vaatwand
Ischemie Verminderde doorbloeding
Trombose Bloedstolsel in een bloedvat
Emobolie Een stukje van een trombus die losgelaten heeft en weer
vast komt te zitten op een andere plaats in het lichaam
Infarct Blokkade van de bloedsomloop op een specifieke plaats,
waardoor weefsel afsterft
Hypercholesterolemie Te hoog cholesterolgehalte in het bloed
Hypertensie Te hoge bloeddruk
a. coronaria Kransslagader
Nitroglycerine Geneesmiddel dat zorgt voor vasodilatatie
Sublinguaal Onder de tong
Dotteren Een (gedeeltelijke) blokkade in een bloedvat open maken
m.b.v. een ballonnetje. Eventueel met achterlating van
een stent
Bypass m.b.v. een bloedvat (b.v uit een been) een omleiding om
een geblokkeerd bloedvat maken
MI Myocardinfarct
Shockverschijnselen Symptomen die zich voordoen bij een tekort aan
circulerend volume in het bloedvatenstelsel (b.v.
tensiedaling, grauwe kleur en klam zijn)
Decompensatio cordis Hartfalen
Dyspnoe Kortademigheid
Longoedeem Vochtophoping in de alveoli
Extrasystole Een verlate hartslag waardoor er meer bloed in één keer
weggepompt wordt. Dit geeft een ‘bonk’ in het lichaam
Tachycardie Te snelle hartslag
(hart) block Een (tijdelijke) blokkade in de prikkelgeleiding van het
hart
Geleidingsstoornis Een verstoring in de prikkelgeleiding van het hart
Pacemaker Een apparaatje dat onder het sleutelbeen wordt
ingebracht en dat ervoor zorgt dat er met elektrische
impulsen voor zorgt dat er een regelmatige hartslag
ontstaat
Cardioloog Arts die zich gespecialiseerd heeft in hartziekten
Holterregistratie 24-uurs ECG
CVA Cerebro vasculair accident
Antiarithmica Geneesmiddelen die een regelmatige hartslag
bevorderen
Cardioversie Onder sedatie een uitwendige elektrische impuls geven
aan een patiënt die last heeft van ritmestoornissen
Anatomie/pathologie. DA Leerjaar 1. Periode 4.
1. Begrippenlijst
Artherosclerose Slagaderverkalking
Sclerose Verharding
Cholesterol Vet in bloed
Plaque Ophoping van cholesterol en andere stoffen tegen de
binnenkant van de vaatwand
Ischemie Verminderde doorbloeding
Trombose Bloedstolsel in een bloedvat
Emobolie Een stukje van een trombus die losgelaten heeft en weer
vast komt te zitten op een andere plaats in het lichaam
Infarct Blokkade van de bloedsomloop op een specifieke plaats,
waardoor weefsel afsterft
Hypercholesterolemie Te hoog cholesterolgehalte in het bloed
Hypertensie Te hoge bloeddruk
a. coronaria Kransslagader
Nitroglycerine Geneesmiddel dat zorgt voor vasodilatatie
Sublinguaal Onder de tong
Dotteren Een (gedeeltelijke) blokkade in een bloedvat open maken
m.b.v. een ballonnetje. Eventueel met achterlating van
een stent
Bypass m.b.v. een bloedvat (b.v uit een been) een omleiding om
een geblokkeerd bloedvat maken
MI Myocardinfarct
Shockverschijnselen Symptomen die zich voordoen bij een tekort aan
circulerend volume in het bloedvatenstelsel (b.v.
tensiedaling, grauwe kleur en klam zijn)
Decompensatio cordis Hartfalen
Dyspnoe Kortademigheid
Longoedeem Vochtophoping in de alveoli
Extrasystole Een verlate hartslag waardoor er meer bloed in één keer
weggepompt wordt. Dit geeft een ‘bonk’ in het lichaam
Tachycardie Te snelle hartslag
(hart) block Een (tijdelijke) blokkade in de prikkelgeleiding van het
hart
Geleidingsstoornis Een verstoring in de prikkelgeleiding van het hart
Pacemaker Een apparaatje dat onder het sleutelbeen wordt
ingebracht en dat ervoor zorgt dat er met elektrische
impulsen voor zorgt dat er een regelmatige hartslag
ontstaat
Cardioloog Arts die zich gespecialiseerd heeft in hartziekten
Holterregistratie 24-uurs ECG
CVA Cerebro vasculair accident
Antiarithmica Geneesmiddelen die een regelmatige hartslag
bevorderen
Cardioversie Onder sedatie een uitwendige elektrische impuls geven
aan een patiënt die last heeft van ritmestoornissen
Anatomie/pathologie. DA Leerjaar 1. Periode 4.