Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Other

leerdoelen gedragswetenschappen

Rating
-
Sold
-
Pages
12
Uploaded on
01-11-2021
Written in
2021/2022

in dit document zijn de leerdoelen van gedragswetenschappen van leerjaar 1, periode 1 van windesheim uitgewerkt.

Institution
Course

Content preview

Week 1


1. aangeven waar de psychologische wetenschap zich op richt;
het doel is het verwerven van kennis omtrent het doen en laten van dieren en
mensen, zowel in hun alledaagse omgeving als onder bijzondere omstandigheden.
2. beschrijven waarom kennis van de psychologie belangrijk is voor verpleegkundigen;
doordat psychologie de anatomie en de fysiologie van de geest is.
3. aangeven wat de systematiek in de psychologie is wat betreft het verkrijgen van
kennis;
om de kennis te verkrijgen is het noodzakelijk dat het denken zich verbindt met de
waarneming. En wanneer dat gebeurt, wordt de ware gedachte psychisch
gerealiseerd.
4. de geschiedenis van de psychologie in hoofdlijnen weergeven;
Psychologie was al bekend bij de romeinen, de wetenschappelijke psychologie is pas
vanaf de 19e eeuw ontstaan. Begin 20e eeuw werd het ook voor het publiek bekend
en na de tweede wereld oorlog gingen ook universiteiten zich er in verdiepen.
5. beschrijven wat de nature-nurture kwestie inhoudt en wat de huidige opvattingen
hieromtrent zijn;
het is een discussie tussen twee extremen. Nature vindt dat alle eigenschappen zijn
bepaald door de aanleg en genetisch materiaal. Nurture vindt dat alle eigenschappen
komen door de opvoeding en het milieu.
6. aangeven wat er onder een ‘stroming’ in de psychologie wordt verstaan.
Het is een groep mensen met de zelfde ideeën. Een zienswijze om gedrag te
verklaren.

, Week 2


1. de verschillende uitgangspunten van de psychodynamische benaderingen
beschrijven;
- het driftmodel: legt het accent op verdrongen problemen uit de kindertijd die terug
toe voeren zijn op seksuele en agressieve driften.
- Het objectrelatiemodel: legt de nadruk op eerste relaties in de kindertijd en hoe deze
deel van onszelf zijn geworden.
- Het zelfpsychologisch model: de aandacht gaat naar tekorten uit bijvoorbeeld de
kindertijd waardoor een zwak zelfgevoel of een zwakke identiteit kan ontstaan.
- Het interactioneel model: legt de nadruk op problematische conflicten tussen
mensen.
2. de theorie van Freud en het driftmodel van de psychodynamische benaderingen
beschrijven;
je bent geboren met twee krachten ‘es’ en ‘het’, het es staat voor ons temperament.
Wanneer iemand niet genoeg aandacht heeft gekregen in bepaalde fases kan dit in
de toekomst lijden tot problemen. Er is ook een theorie over ‘id’, ‘ego’ en ‘superego’.
De drie werken samen aan de persoonlijkheid van een persoon, ze zijn alle drie op
andere momenten actief. Het ego werkt als bemiddelaar tussen id en het superego.
3. de ontwikkelingsfasen van het Id, Ego en Superego uitleggen;
- orale fase: het bevredigen van behoeftes staat centraal, wanneer er niet genoeg
aandacht wordt gegeven kunnen de babybehoeftes blijven domineren.
- Anale fase: het kind krijgt een eigen wil en leert deze onder controle te houden. Het
kind moet een evenwicht vinden tussen zijn eigen wil en dat van zijn ouders.
- Fallische fase: het geslachtsverschil staat centraal, een jongentje is geobsedeerd door
zijn moeder en wil hier mee trouwen. De vader stelt hiervoor regels waardoor het
jongentje uiteindelijk gedrag van zijn vader imiteert. Op deze manier ontstaat het
super ego en het mannelijk rolgedrag.
- Latentiefase: er is meer rust, het kind richt zich meer op de buitenwereld en op
school en leeftijdsgenoten.
- Genitale fase: driften en conflicten worden actiever door hormonen en culturele
verwachtingen.
- Regressie en fixatie: wanneer conflicten niet zijn opgelost blijven ze actief en kunnen
ze later terug komen. Er kan een terugval naar kinderlijk gedrag optreden.
4. uitleggen wat er onder afweermechanismen verstaan wordt, en weet de
verschillende mechanismen, en kan deze mechanismen koppelen aan
patiëntengedrag;
ze houden gevoelens en angst onder het oppervlak. Het kan veel energie kosten en
een persoon kan er van geblokkeerd raken.
- Verdringen: gedachten worden weggestopt maar ze blijven wel invloed uitoefenen.
De energie kan niet weg en wordt opgepot, deze komt er vaak op een andere
negatieve manier uit.
- Ontkenning: feiten worden ontkent omdat ze te confronterend zijn, het ego kan de
werkelijkheid niet aan. De werkelijkheid wordt vaak niet onder ogen gezien.

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
November 1, 2021
Number of pages
12
Written in
2021/2022
Type
OTHER
Person
Unknown

Subjects

$4.78
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
miadevente

Get to know the seller

Seller avatar
miadevente Hogeschool Windesheim
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
-
Member since
4 year
Number of followers
0
Documents
1
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions