Vlakken- en bewegingsassen
Vlak van bewegen en bewegings as staan ALTIJD
loodrecht op elkaar. Zie de assen als pijlen waar de
beweging omheen draait.
Abductie/ adductie = frontale vlak = sagitalle as
Rotatie = transversal vlak = longitudinale as
Flexie/ extentie = sagitalle vlak = transversale as
Deelsystemen
Deelsystemen kunnen niet los van elkaar werken!
Musculoskeletaal systeem: botten en spieren. Hierin bieden de botten als stevigheid en
bescherming aan organen en de spieren zorgen dat we kunnen bewegen en een bepaalde
houding aan kunnen nemen.
Cardiovasculair systeem: het hart en een besloten systeem van bloedvaten, slagaders en
haarvaten.
Respiratoir systeem: luchtpijp en longen dienen om de organen te voorzien van zuurstof en het
verwijderen van afvalstoffen zoals CO2
Zenuwstelsel: bestaat uit brein, ruggenmerg en zenuwbaan en zorgt dat het lichaam doet wat
ervan gevraagd wordt.
Urineweg systeem: om afvalstoffen het lichaam uit te krijgen via de nieren, blaas en plasbuis.
Digestief systeem: zorgt via de slokdarm, maag en darmen voor de ontleding en vertering van
voedsel
Endocrien systeem: regelt de hormoonloop in het lichaam via organen en klieren
Lymfvaten systeem: bestaat uit lymfevaten en klieren die belangrijk zijn voor de afweer tegen
infecties, ontstekingen en ziekte
Voortplantingssysteem: zorgt voor voortplanting van het menselijk ras
Vrouw: eierstokken, eileider, baarmoeder, baarmoederhals en vagina
Man: testikels, bijballen, zaadleider, prostaat en penis
Immuunsysteem: ontworpen om het lichaam te beschermen tegen lichaamsvreemde stoffen
dankzij cellen en moleculen
,Vlaggen
Gele vlag: overtuiging en percepties. Emotionele reacties.
Patiënt heeft geen vertrouwen in het herstel en denkt dat het oncontroleerbaar is en zal
verergeren. (ongerustheid)
Medisch shoppen = zelf op internet zoeken wat je denkt te hebben
Oranje vlag: psychiatrische symptomen. Klinische depressie of persoonlijkheidsstoornissen
Zwarte vlag: systeem of contextuele obstakels. Wetgeving, verzekering, familie die niet helpt
Blauwe vlag: perceptie relatie tussen werk en gezondheid.
Te belastend werk, geen ondersteuning van collega’s etc.
Rode vlag: tekenen van ernstige pathologie
Zoals: trauma, ontstekingen, nachtelijk zweten, kanker in voorgeschiedenis
Ehealth
= zorg met online middelen
KNGF: Koninklijk Nederlands Genootschap Fystiotherapie
De maatschappij veranderd dus de zorg veranderd mee. De fysiotherapie maakt zich sterk voor
realisatie en implementatie van innovaties in de praktijk en organisatie
eHealth bestaat mogelijk uit 3 belangrijke domeinen:
1. Health in our hands-> je kunt zelf bepalen over je eigen gezondheid (wat je weet en wat je
gebruikt bijvoorbeeld internet en smartwatch)
2. Interacting for health -> voor fysiotherapeuten om met andere zorg professionals en met de
patiënt te kunnen communiceren (social media, sms, portals en mail)
3. Data enabling health -> vermogen om data te kunnen verzamelen, managen en kunnen
gebruiken (zodat je kan bijhouden hoe het met de patiënt gaat en ook over de gehele
samenleving)
Waarom online?
- Functioneren van mensen als uitgangspunt
- Voorkomen van duurdere zorgkosten
- Verplaatsen van zorg dichter bij huis
Zorg word gepersonaliseerd en geeft duidelijkheid in je eigen gezondheid en efficiëntie
Er bestaan al 3 soorten zorgen: face to face, blended en digital
Medisch fysiotherapeutisch handelen
ICF
(International Classification of Functioning)
Hier worden de lichamelijke, psychologische en sociale factoren die een rol spelen bij iemands
functioneren genoteerd. Deze worden verdeeld in 3 perspectieven: functie/stoornissen, activiteit en
participatie.
,Raamwerk
1. Aanmelding, orientatie hulpvraag, screening en informatie aan patient
2. Anamnesegesprek (bevragen)
3. Fysiotherapeutisch onderzoek
4. Formulering fysiotherapeutische diagnosde en indicatiestelling
5. Behandelplan
6. Uitvoering van de bahandeling
7. Evaluatie
8. Afsluiting
LET OP BIJ DTF SCREENING
Symptoms: verschijnselen die door de patiënt verteld of beleefd zijn
Signs: tekenen die via lichamelijk onderzoek verkregen worden
Doe dit door klinisch te redeneren via EBP. Hierbij houd je rekening met wetenschappelijke kennis,
ervaring en de voorkeur van de patiënt.
Inspectie (in rust)
= het visueel waarnemen van afwijkingen aan de stand, vorm en huid van het lichaam volgens een
schema, waarna deze afwijkingen in verband worden gebracht met de klachten van de patiënt
- Gewoontehouding
- Fysiologische leeftijd -> kalenderleeftijd
- Lichaamsbouw
, - Voedingstoestand
- Prothesen of andere hulpmiddelen
- Psychische gesteldheid
Performance test: hierbij kijk je op functie niveau de kwaliteit van de beweging is en deze bekijk je
altijd in een keten van meerdere aspecten samen. Ook hoort hier een fysieke meetwaarde bij die je
vast legt. (bijvoorbeeld shuttle run, euro fit test of FMS)
FMS = een instrument dat doormiddel van 7 verschillende testen inzicht geeft in de beperkingen van
het bewegen.
Functioneel onderzoek: oriënterende testen gericht op problematische handelingen en elementaire
basisvaardigheden. Observeren en beoordelen van de kwaliteit van bewegen en hoe de patiënt zich
erbij voelt. Je kijkt hoe iemand een beweging uitvoert en op basis daarvan redeneert wat hiervoor
nodig is. Kijk naar het globale plaatje op activiteit en participatie niveau en het gaat erom dat de
patiënt de beweging zo natuurlijk mogelijk uitvoert. (bijvoorbeeld traplopen, iets optillen of fietsen)
De uiting van bepaalde bewegingen kunnen bij onderzoek in de praktijk anders zijn als in dagelijks
leven door intentie en relevante omgeving
HOACII
=een model om klinisch redeneren systematisch te beschrijven
Door systematiek aan te brengen wordt inzichtelijk gemaakt welke stappen nodig zijn om tot een
aannemelijke diagnose te komen. Voor beroepsbeoefenaar is het een manier om de stappen,
genomen tijdens het proces van diagnosticeren, te controleren.
1. Systematisch ordenen van gegevens, waarbij huidige en te verwachten (toekomstige)
problemen stapsgewijs kunnen worden geïnventariseerd.
2. Gegevens uit het onderzoek kunnen gekoppeld worden aan de kennis vanuit de wetenschap
w.o. klinimetrie
3. Gaat niet alleen om kennis van therapieën maar over wanneer je bij iemand een bepaalde
theorie wel of niet toe moet passen
4. Fysiotherapeuten onderzoeken en wegen bewegingsproblemen en de effecten daarvan op
het functioneren in de sociaal-maatschappelijke context.
5. Opvattingen en wensen van de patiënt zijn daarin even belangrijke elementen als de
objectieve bevindingen tijdens het lichamelijk onderzoek
Al vanaf het eerste contact vind hypothesevorming plaats en deze wordt steeds uitgewerkt tot er een
definitieve hypothese is en dan wordt een behandeling gekozen.
Terminologie HOACII (hypotheses):
Aannemen-> aanwezig
Aanhouden -> nog niet zeker
Verwerpen -> niet meer van belang
Toevoegen -> nieuwe informatie
PIPs (patiënt- indentified problems) : meetbaar