Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Klinische Neuropsychologie, ISBN: 9789024402830 Clinical Neuropsychology

Beoordeling
3.0
(1)
Verkocht
2
Pagina's
25
Geüpload op
01-11-2021
Geschreven in
2021/2022

Volledige samenvatting van het boek Klinische Neuropsychologie aangevuld met de stof uit de lectures.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Clinical Neuropsychology
1: Klinische neuropsychologie: een historische schets
Geschiedenis  400 v.C. Hippocrates(afwijkend gedrag door Goden of hersenen)
romeinen/Grieken(balans lichamelijke elementen) 14e eeuw(ziel is zelfstandige eenheid. Descartes)
18e eeuw (fysiognomie, op basis van gelaatstrekken) 19e eeuw(mentale organen in cortex. Gall.
Frenologie, ziel, wiskundeknobbel) 19e eeuw (2 taalsystemen  Broca (taalproductie in frontaalkwab,
motorisch spraaksysteem) Wernicke (taalbegrip, in temporaalkwab, begrijpen geen taal, zelf het
probleem niet door) Vaak een combi). 20e eeuw (Luria  3 interacterende gebieden. I Activatie. II.
Waarneming/input. III. Actie/output.)




2: De neuropsychologische praktijk
DSM 5  6 cognitieve domeinen  leren en geheugen (informatie aanleren), Volgehouden aandacht,
visueel-motorische functies, taal (spraakvermogen), executieve functies, sociale cognitie.

Symptoom Stoornis Limitatie/beperking
Aandacht te kort Volgehouden aandacht Snel afgeleid, maakt niets af
Amnesie Leren en geheugen Vergeten van afspraken, de weg
kwijt raken
Afasie Taal Niet begrijpen
Alexie/agrafie Lezen/schrijven De krant lezen, letters schrijven
Acalculie Rekenen Belastingaangifte, wisselgeld
Agnosie Perceptie  visueel, akoestisch, Gezichten, verkeersgeluiden,
tactiel iets uit de tas vinden
Neglect Aandacht aan één kant Ongelukken, dingen niet vinden
Apraxie Motor planning Wassen, aankleden. Niet weten
hoe of in welke volgorde dingen
doen
Executieve functiestoornissen Executieve functies Slechte planning en anticipatie.

Hersenreserves  hypothese dat een grotere hersenmassa beschermt tegen neurodegeneratie.
Cognitieve reserves  hypothese dat verrijkende ervaringen beschermen tegen cognitieve
degeneratie.

Neurotechnologie in de klinische praktijk
Hersenstimulatie  elektriciteit is basis van neurale en spierfuncties met actiepotentialen.
Hersensignalen meten (invasief of van buiten)

Invasieve hersenstimulatie  deep brain stimuluation (elektrodes inplanteren in hersenen. Kan
activiteit waarnemen, maar ook stimuleren. Behandelen symptomen) Cochlear Implants (CI = voor
doofheid. Twee delen = externe microfoon en geïmplanteerde stimulator. Veel kinderen. Geluid is niet
goed.)



1

,Non-invasieve stimulatie  transcraniele direct current stimulatie (TDCS, lage stroom toegediend op
hersenen. Stimulatie kan negatieve impact hebben). Transcranial magnetic stimulation (TMS, rTMS.
Magnetisch veld door de hersenen. Tijdelijk activeren of deactiveren van bepaalde regio. Effecten zijn
tijdelijk.)

Verschillende doelen  klinische doelen (herstellen van hersenfunctie, vervangen van hersenfunctie,
verbeteren functie). Onderzoeksdoelen.

Brain-computer interfacing  bij locked-in
syndrome. Basisprincipes  versnellen
communicatie. Ideale situatie maakt gebruik
van hersensignalen. Doelen (verschillende
uitkomsten, rijden rolstoel, robot arm
besturen, besturen cursor scherm). Trainen
duurt maanden.

Figuur 1 Brain-computer interfacing

3: Neuropsychologie: de wetenschappelijke aanpak
Diagnostische cyclus  Klachtenanalyse (anamnese en heteroanamnese) Probleemanalyse
(testonderzoek) Diagnosestelling (gegevens integreren en tot een diagnose komen) Indicatiestelling
(Bepalen wat de diagnose voor patiënt betekent en welke hulp er nu nodig is)

Betrouwbaarheid  in hoeverre is het waarschijnlijk dat een nieuwe test op een later moment
dezelfde resultaten geeft.
Validiteit  Meet de test wat hij hoort te meten?

Vraagstellingen  Klinisch neuropsychologisch (Differentiaaldiagnostiekvragen,
behandelingsevaluatie, adviesvragen) Fundamentele vraagstellingen (vragen naar precieze aard
stoornis en onderliggende cognitieve processen)

Onderzoeksopzet
Subtractie hier corrigeer je welke tijd er voor andere processen nodig zijn, door deze ook los te
meten.




Figuur 2 Subtractie principe
Criteria voor dissociatie  A moet significant afwijken
van standaard. B moet niet significant afwijken van
standaard. A en B moeten onderling significant afwijken.




2

, Single case onderzoek bij 1 geval. Beloopstudies  onderzoek over langere termijn.
Figuur 3 Enkelvoudige en dubbele dissociatie




4: Beeldvorming van de hersenen
CT-scan  rond 1970 door Cormack en Hounsfield. Computertomografie. Anatomische delen van de
hersenen werden zichtbaar. Vooral om in acuut stadium bij opname snel uitspraak doen.
Hersenbloeding, contusiehaarden (puntbloedingen), schedelbasisfractuur. Maar laten te weinig zien
van subtiele verschillen in hersenweefsel. Röntgenfoto’s gemaakt al draaiende om hoofd heen. Zowel
2D als 3D. Ventrikels goed te onderscheiden van hersenweefsel. Wetenschappelijke studies naar
afwijkingen die op eeg zichtbaar zijn als vergroten ventrikels bij schizofrenie of patiënten met
subarachnoïdale bloedingen. Enige optie voor mensen met contra-indicatie MRI (metalen inplanten,
claustrafobie of overgewicht). Ontwikkeld binnen 20 min, maar als te snel na trauma, dan misschien
nog niet zichtbaar.

SPECT- en PET-technieken  nucleaire geneeskundige beelvormende technieken. Radioactieve
deeltjes worden ingebracht die aan specifieke neuronen blijven hangen. Met camera’s zichtbaar
maken. Meten of neurotransmittersystemen afwijkend functioneren. Doorbloeding en energieverbruik.

MRI  rond 1970 door Mansfield en Lauterbur. Magnetic Resonance Imaging. Meten van
veranderingen in bloeddoorstroming door te kijken hoe lang het duurt voor elementen om terug naar
hun originele positie te gaan. Goed onderscheiden grijze en witte stof. Met structurele MRI meten hoe
groot de hersenen zijn, hoeveel bestaat uit bedrading en uit neuropil (grijze stof). Wittestofafwijkingen
goed zichtbaar. Hoofd- en bijmagneet. Niet-invasief. Gemiddeld 3-5 tesla. Als iets symmetrisch is, dan
natuurlijk. Asymmetrisch is onnatuurlijk.
T1  contrast vet/water anatomie/verbetering (kwam contrastvloeistof bij hersenen?)
Gebruikt gadolinium en tenzij BBB kapot, dan komt hydrofilische vloeistof er niet doorheen. Voor
meten atrofie.
T2  contrast water/tissue. Zien of er pathologie is, maar niet specifiek. Je weet alleen dat er
schade is.
TFlair  different sequenties. Cerebral spinal fluid (CSF) onderdrukt of pathologie.
DIR  onderdukken van zowel witte stof als CSF. Elke MRI kan dit, maar lastiger
interpreteren. Nog meer contrast dan Flair

Meg en EROS  Magneto-encefalografie maakt gebruik van magnetische velden die worden
geproduceerd tijdens neurale activiteit. Event-related optical signal maakt gebruik van infrarood licht
aan de hand van optische fibers om hersenactiviteit te meten. Ultrasound  geluidsgolven, ook bij
prenataal hersenschade.

Beeldvorming  acquisitie van data. Beeldverwerking  image processing van data. Toepassen
van methode.

Structurele beeldverwerking  volumetrie = volume hersenen bepalen aan de hand van totale witte
en grijze stof. Door middel van T1 gewogen MRI-scans. Vozel-based morfometrie  dichtheid grijze


3

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
1 november 2021
Aantal pagina's
25
Geschreven in
2021/2022
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

Beschikbare oefenvragen

$8.87
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle reviews worden weergegeven
4 jaar geleden

3.0

1 beoordelingen

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Nononoootje Universiteit Leiden
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
27
Lid sinds
4 jaar
Aantal volgers
22
Documenten
17
Laatst verkocht
1 jaar geleden

3.3

3 beoordelingen

5
0
4
1
3
2
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen