Tamara
Diëtetiek blok 3
Werkcollege 1 Voedselovergevoeligheid
Diagnostiek bij zuigelingen:
- Eliminatie; stoffen in voeding weglaten en van voeding moeder als er
borstvoeding gegeven wordt.
- Belasting; stoffen 1 voor 1 introduceren.
- Reeliminatie; stof die reactie geeft, wordt weer weggelaten.
Diagnostiek bij kinderen:
1. Uitgebreider allergietest (huidtest, RAST test)
2. Daarnaast ook eliminatie – belasting – reeliminatie
Dubbelblinde, placebogecontroleerde voedselprovocatie heeft voorkeur.
Je kan over allergie heen groeien, maar kan ook op latere leeftijd ontstaan.
Zuigelingen zijn gevoeliger voor allergieën. Borstvoeding helpt darmen van
baby’s sneller te rijpen en de eiwitten in moedermelk zijn minder
lichaamsvreemd dan in kunstmatige voeding.
Bij een dubbelblinde, placebo gecontroleerde voedsel provocatie worden twee
bijna identieke voedingsmiddelen aangeboden, waarbij de ene wel het allergeen
bevat en de ander niet. Zowel de patiënt, als behandelaar, weet niet in welk
voedingsmiddel het allergeen zit. Ieder half uur krijgt de patiënt in oplopende
hoeveelheid een portie. De provocatie wordt gestopt zodra er reacties optreden.
Deze onderzoeken gebeuren in een ziekenhuis, waarbij de patiënt onder controle
van een arts staat.
Open orale provocatie is dat zowel de patiënt als de arts op de hoogte zijn van de
inhoud van de test.
Eliminatie: verdachte voedingsmiddelen stoppen, klachten nemen af. Verdachte
voedingsmiddelen weer toedienen, klachten nemen toe. Daarna stap 1 weer
herhalen zodat er zekerheid is.
Lactose-intolerantie: Lactase is nodig om lactose te verteren. Wanneer je lichaam
te weinig lactase heeft (erfelijk of fysiologisch) kan je lactose intolerantie krijgen
(primaire). Er kan ook secundaire lactasedeficiëntie optreden. Dit heeft
verschillende oorzaken;
- Bacteriële overgroei in dunne darm na maag- of dunne darmresectie of
stenose
- Beschadiging darmmucosa
- Toxisch effect medicatie/alcohol
Groepen mensen die hier een hoog risico op hebben:
- zuigelingen
- mensen die niet gewend zijn koemelk te drinken (Zuid-Amerikaanse mensen
bijvoorbeeld)
Het Dieet: Lactosebeperkt
- Elimineren grote lactoseleveranciers
- Melkvervangingen
- Lactasepreparaten
- Suppletie van voedingsstoffen
Er ontstaan deficiënties wanneer je alle melkproducten weglaat, zoals vitamine B
en eiwit tekorten.
Dan moet er in het dieet worden toegevoegd:
Vitamine B2 -> peulvruchten, vlees
Vitamine B12 -> vlees
1
,Tamara
Calcium (grootste deficiëntie) -> sojamelk
En als het dan nog niet genoeg is kan er gedacht worden aan tabletten.
Producten die geen lactose bevatten:
- Harde Nederlandse kaassoorten zoals; Goudse kaas
Klachten
Onverteerd lactose trekt water aan en zo kan er hele waterige diarree ontstaan
(osmotische diarree) + fermentatie door colonflora (gisting)
Overig: darmkrampen, buikpijn, opgeblazen gevoel, flatulentie, misselijkheid,
braken
Drempelgevoeligheid: niet iedereen is even gevoelig voor lactose producten
Drempel ligt vaak bij 1-2 glazen melk.
Kerutabs
Kerutabs zijn tabletten die het enzym lactase bevatten. Om de klachten ten
gevolge van lactose-intolerantie te voorkomen, moeten er één of meerdere
tabletten vlak voor of tijdens het gebruik van melk of melkproducten ingenomen
worden. Het enzym (in tabletvorm) komt dan samen met de lactose in de dunne
darm terecht en zorgt voor een goede vertering van de lactose. Kerutabs is met
name bedoeld voor gebruik bij lactose bevattende producten zoals yoghurt, kant-
en klare toetjes, room, ijs, drinkyoghurt etc.
Kerulac
Kerulac bevat eveneens het enzym lactase maar is vloeibaar. Het is niet bedoeld
voor directe inname en kan worden toegevoegd aan melk, chocolademelk,
koffiemelk en vla. De hoeveelheid lactose die omgezet wordt, is afhankelijk van
het aantal druppels Kerulac die aan de melk is toegevoegd en is ongeveer 95%.
Na 24 uur in de koelkast te hebben gestaan, is het melkproduct lactosearm
geworden en kan worden gedronken of worden gebruikt om gerechten mee te
bereiden. Door de omzetting van lactose in onder andere glucose wordt de melk
iets zoeter van smaak. Alle mineralen en vitaminen die van nature voorkomen
blijven behouden.
Coeliakie: intolerantie voor gluten. Gluten komen voor in tarwe, haver, rogge,
gerst, spelt en kamut (en producten waarin dit verwerkt is). Aandacht voor: evt.
tarwezetmeelvrij, gort-, mout-, of gierstvrij, evt. lactosebeperkt omdat de
darmplooien vaak bijna helemaal weg zijn.
Bij mensen met coeliakie veroorzaken gluten beschadiging van het slijmvlies van
de dunne darm. De darm kan hierdoor zijn werk niet meer goed doen. Een
gezonde dunne darm heeft aan de binnenkant een groot aantal darmplooien met
daarop darmvlokken (villi), die samen een enorm oppervlak voor voedselopname
vormen. De darmvlokken van een coeliakiepatiënt kunnen geen gluten
verdragen. Gluten beschadigt het dunne darmslijmvlies en maakt de vlokken vlak
(vlokatrofie), waardoor een slechte opname van bouwstoffen uit de voeding kan
ontstaan. Het lichaam heeft deze bouwstoffen nodig om normaal te kunnen
functioneren en bij kinderen tevens om te groeien. Ook dit is erfelijk.
2
, Tamara
Vaak zijn mensen ondervoed of hebben ze gewichtsverlies voordat de diagnose
coeliakie word gesteld. Dit komt door de verminderde opname in de darmen. Je
poept te veel voedingsstoffen uit.
Tolerantielimiet is zeer beperkt. Bij bijna iedereen ligt de drempel laag. Maar in de
loop v.d. tijd is het wel mogelijk dat er iemand weer iets met gluten kan
tolereren. Coeliakie kan niet genezen, dit houd je voor altijd.
Met een glutenvrij dieet herstellen de darmvlokken vaak.
Van nature glutenvrij zijn de volgende onbewerkte voedingsmiddelen:
– aardappelen, peulvruchten, groente, fruit;
– naturel melk(producten), kaas (uitgezonderd blauwschimmelkaas);
– vlees, gevogelte, vis, ei, schaal- en schelpdieren;
– olie, roomboter;
– noten, pinda’s.
Van nature zijn de volgende granen, meelsoorten en/of bindmiddelen glutenvrij:
– rijst(meel), mais, maïzena, custard, boekweit, amarant (kiwicha), gierst,
sorghum, teff, quinoa;
– soja, kikkererwten, lupine;
– aardappelzetmeel, tapioca (cassave), arrowroot (pijlwortel), kuzu, maniok;
– guarpitmeel of guargom (E412), johannesbroodpitmeel (E410), kastanje
meel;
– agar-agar (E406), gelatine (E485), pectine (E440), sago;
– xanthaangom (E415).
Let op voldoende vezels in de voeding. Grotere kans op obstipatie.
Klachten: zijn zeer divers.
- Groeiachterstand,
- Gewichtsverlies,
- Anorexie,
- Anemie,
- Afwijkend ontlastingspatroon (diarree, obstipatie),
- Braken,
- Opgezette buik,
- Moe
Belangrijkste symptomen van voedselallergie bij zuigelingen:
De symptomen en verschijnselen van voedselallergie bij zuigelingen zijn in vier
categorieën in te delen:
1. Verschijnselen van het maag-darmkanaal (braken, diarree, obstipatie,
groeivertraging, voedselweigering, kolieken en ontroostbaar huilen);
2. Verschijnselen van de huid (atopisch eczeem, urticaria, vluchtig
exantheem, oedeem);
3. Verschijnselen van de luchtwegen (astma, allergische conjunctivitis,
allergische rinitis);
4. Algemene verschijnselen (kolieken, ontroostbaar huilen, onrustig gedrag,
anafylaxie).
De introductie van bijvoeding vindt bij aangetoonde voedselallergie bij voorkeur
pas plaats vanaf de leeftijd van zes maanden, maar ook niet later. Het is van
oudsher de gewoonte om de introductie van sterk allergene voedingsmiddelen uit
te stellen tot later. Dit geldt dus voor koemelk, kippenei, alle vissoorten, schaal-
en schelpdieren, noten, pinda’s, zaden, pitten en soja. Het is echter niet duidelijk
of dat de kans op het ontstaan van allergie voor die producten inderdaad
verkleint.
Samenvattend luidt het advies ten aanzien van de introductie van sterk allergene
voedingsmiddelen:
3
Diëtetiek blok 3
Werkcollege 1 Voedselovergevoeligheid
Diagnostiek bij zuigelingen:
- Eliminatie; stoffen in voeding weglaten en van voeding moeder als er
borstvoeding gegeven wordt.
- Belasting; stoffen 1 voor 1 introduceren.
- Reeliminatie; stof die reactie geeft, wordt weer weggelaten.
Diagnostiek bij kinderen:
1. Uitgebreider allergietest (huidtest, RAST test)
2. Daarnaast ook eliminatie – belasting – reeliminatie
Dubbelblinde, placebogecontroleerde voedselprovocatie heeft voorkeur.
Je kan over allergie heen groeien, maar kan ook op latere leeftijd ontstaan.
Zuigelingen zijn gevoeliger voor allergieën. Borstvoeding helpt darmen van
baby’s sneller te rijpen en de eiwitten in moedermelk zijn minder
lichaamsvreemd dan in kunstmatige voeding.
Bij een dubbelblinde, placebo gecontroleerde voedsel provocatie worden twee
bijna identieke voedingsmiddelen aangeboden, waarbij de ene wel het allergeen
bevat en de ander niet. Zowel de patiënt, als behandelaar, weet niet in welk
voedingsmiddel het allergeen zit. Ieder half uur krijgt de patiënt in oplopende
hoeveelheid een portie. De provocatie wordt gestopt zodra er reacties optreden.
Deze onderzoeken gebeuren in een ziekenhuis, waarbij de patiënt onder controle
van een arts staat.
Open orale provocatie is dat zowel de patiënt als de arts op de hoogte zijn van de
inhoud van de test.
Eliminatie: verdachte voedingsmiddelen stoppen, klachten nemen af. Verdachte
voedingsmiddelen weer toedienen, klachten nemen toe. Daarna stap 1 weer
herhalen zodat er zekerheid is.
Lactose-intolerantie: Lactase is nodig om lactose te verteren. Wanneer je lichaam
te weinig lactase heeft (erfelijk of fysiologisch) kan je lactose intolerantie krijgen
(primaire). Er kan ook secundaire lactasedeficiëntie optreden. Dit heeft
verschillende oorzaken;
- Bacteriële overgroei in dunne darm na maag- of dunne darmresectie of
stenose
- Beschadiging darmmucosa
- Toxisch effect medicatie/alcohol
Groepen mensen die hier een hoog risico op hebben:
- zuigelingen
- mensen die niet gewend zijn koemelk te drinken (Zuid-Amerikaanse mensen
bijvoorbeeld)
Het Dieet: Lactosebeperkt
- Elimineren grote lactoseleveranciers
- Melkvervangingen
- Lactasepreparaten
- Suppletie van voedingsstoffen
Er ontstaan deficiënties wanneer je alle melkproducten weglaat, zoals vitamine B
en eiwit tekorten.
Dan moet er in het dieet worden toegevoegd:
Vitamine B2 -> peulvruchten, vlees
Vitamine B12 -> vlees
1
,Tamara
Calcium (grootste deficiëntie) -> sojamelk
En als het dan nog niet genoeg is kan er gedacht worden aan tabletten.
Producten die geen lactose bevatten:
- Harde Nederlandse kaassoorten zoals; Goudse kaas
Klachten
Onverteerd lactose trekt water aan en zo kan er hele waterige diarree ontstaan
(osmotische diarree) + fermentatie door colonflora (gisting)
Overig: darmkrampen, buikpijn, opgeblazen gevoel, flatulentie, misselijkheid,
braken
Drempelgevoeligheid: niet iedereen is even gevoelig voor lactose producten
Drempel ligt vaak bij 1-2 glazen melk.
Kerutabs
Kerutabs zijn tabletten die het enzym lactase bevatten. Om de klachten ten
gevolge van lactose-intolerantie te voorkomen, moeten er één of meerdere
tabletten vlak voor of tijdens het gebruik van melk of melkproducten ingenomen
worden. Het enzym (in tabletvorm) komt dan samen met de lactose in de dunne
darm terecht en zorgt voor een goede vertering van de lactose. Kerutabs is met
name bedoeld voor gebruik bij lactose bevattende producten zoals yoghurt, kant-
en klare toetjes, room, ijs, drinkyoghurt etc.
Kerulac
Kerulac bevat eveneens het enzym lactase maar is vloeibaar. Het is niet bedoeld
voor directe inname en kan worden toegevoegd aan melk, chocolademelk,
koffiemelk en vla. De hoeveelheid lactose die omgezet wordt, is afhankelijk van
het aantal druppels Kerulac die aan de melk is toegevoegd en is ongeveer 95%.
Na 24 uur in de koelkast te hebben gestaan, is het melkproduct lactosearm
geworden en kan worden gedronken of worden gebruikt om gerechten mee te
bereiden. Door de omzetting van lactose in onder andere glucose wordt de melk
iets zoeter van smaak. Alle mineralen en vitaminen die van nature voorkomen
blijven behouden.
Coeliakie: intolerantie voor gluten. Gluten komen voor in tarwe, haver, rogge,
gerst, spelt en kamut (en producten waarin dit verwerkt is). Aandacht voor: evt.
tarwezetmeelvrij, gort-, mout-, of gierstvrij, evt. lactosebeperkt omdat de
darmplooien vaak bijna helemaal weg zijn.
Bij mensen met coeliakie veroorzaken gluten beschadiging van het slijmvlies van
de dunne darm. De darm kan hierdoor zijn werk niet meer goed doen. Een
gezonde dunne darm heeft aan de binnenkant een groot aantal darmplooien met
daarop darmvlokken (villi), die samen een enorm oppervlak voor voedselopname
vormen. De darmvlokken van een coeliakiepatiënt kunnen geen gluten
verdragen. Gluten beschadigt het dunne darmslijmvlies en maakt de vlokken vlak
(vlokatrofie), waardoor een slechte opname van bouwstoffen uit de voeding kan
ontstaan. Het lichaam heeft deze bouwstoffen nodig om normaal te kunnen
functioneren en bij kinderen tevens om te groeien. Ook dit is erfelijk.
2
, Tamara
Vaak zijn mensen ondervoed of hebben ze gewichtsverlies voordat de diagnose
coeliakie word gesteld. Dit komt door de verminderde opname in de darmen. Je
poept te veel voedingsstoffen uit.
Tolerantielimiet is zeer beperkt. Bij bijna iedereen ligt de drempel laag. Maar in de
loop v.d. tijd is het wel mogelijk dat er iemand weer iets met gluten kan
tolereren. Coeliakie kan niet genezen, dit houd je voor altijd.
Met een glutenvrij dieet herstellen de darmvlokken vaak.
Van nature glutenvrij zijn de volgende onbewerkte voedingsmiddelen:
– aardappelen, peulvruchten, groente, fruit;
– naturel melk(producten), kaas (uitgezonderd blauwschimmelkaas);
– vlees, gevogelte, vis, ei, schaal- en schelpdieren;
– olie, roomboter;
– noten, pinda’s.
Van nature zijn de volgende granen, meelsoorten en/of bindmiddelen glutenvrij:
– rijst(meel), mais, maïzena, custard, boekweit, amarant (kiwicha), gierst,
sorghum, teff, quinoa;
– soja, kikkererwten, lupine;
– aardappelzetmeel, tapioca (cassave), arrowroot (pijlwortel), kuzu, maniok;
– guarpitmeel of guargom (E412), johannesbroodpitmeel (E410), kastanje
meel;
– agar-agar (E406), gelatine (E485), pectine (E440), sago;
– xanthaangom (E415).
Let op voldoende vezels in de voeding. Grotere kans op obstipatie.
Klachten: zijn zeer divers.
- Groeiachterstand,
- Gewichtsverlies,
- Anorexie,
- Anemie,
- Afwijkend ontlastingspatroon (diarree, obstipatie),
- Braken,
- Opgezette buik,
- Moe
Belangrijkste symptomen van voedselallergie bij zuigelingen:
De symptomen en verschijnselen van voedselallergie bij zuigelingen zijn in vier
categorieën in te delen:
1. Verschijnselen van het maag-darmkanaal (braken, diarree, obstipatie,
groeivertraging, voedselweigering, kolieken en ontroostbaar huilen);
2. Verschijnselen van de huid (atopisch eczeem, urticaria, vluchtig
exantheem, oedeem);
3. Verschijnselen van de luchtwegen (astma, allergische conjunctivitis,
allergische rinitis);
4. Algemene verschijnselen (kolieken, ontroostbaar huilen, onrustig gedrag,
anafylaxie).
De introductie van bijvoeding vindt bij aangetoonde voedselallergie bij voorkeur
pas plaats vanaf de leeftijd van zes maanden, maar ook niet later. Het is van
oudsher de gewoonte om de introductie van sterk allergene voedingsmiddelen uit
te stellen tot later. Dit geldt dus voor koemelk, kippenei, alle vissoorten, schaal-
en schelpdieren, noten, pinda’s, zaden, pitten en soja. Het is echter niet duidelijk
of dat de kans op het ontstaan van allergie voor die producten inderdaad
verkleint.
Samenvattend luidt het advies ten aanzien van de introductie van sterk allergene
voedingsmiddelen:
3