K2.01 – verdiepen in vakdidactieken
OJW – Natuur & Techniek
Hoofdstuk 6 – Technische inzichten
6.1 Wat is techniek?
Techniek wordt vaak geassocieerd met ingewikkelde apparatuur en hightech. Heel veel
dingen in onze materiële omgeving behoren tot techniek. Je kunt technische producten
ordenen in een groot aantal technische gebieden. In het basisonderwijs staan vier
technische gebieden centraal. Je ziet deze gebieden terug in de leerstof en de lesmaterialen
die gebruikt worden voor het techniekonderwijs op de basisschool.
1. Constructies
Bij het gebied constructies gaat het om het maken en onderzoeken van structuren. Elk
product heeft een structuur; een unieke combinatie van vormen, materialen en verbindingen
in relatie tot een functie. Bij het maken van grote constructies heb je te maken met allerlei
krachten; interne (het eigen gewicht van de constructie) en externe (krachten van buitenaf)
krachten. Je kunt onder andere vaste en beweegbare constructies onderscheiden. Om
stevigheidsprincipes te onderzoeken, wordt vaak gekozen voor het onderzoeken van vaste
constructies, zoals huizen, bruggen en torens.
2. Transport
Transporteren is en een bewegingsactiviteit om mensen, materialen en energie van de ene
plaats naar de andere te brengen. Daarbij worden vervoermiddelen gebruikt, die met behulp
van diverse vormen van energie over transportwegen gaan. Bij transport gaat het niet alleen
over de vervoermiddelen zelf, maar ook over de infrastructuur van transport. De nadruk ligt
echter wel op vervoermiddelen en beweegbare constructies en op de wijze waarop deze
technische producten bewegen.
3. Productie
Produceren is de activiteit waarbij materialen worden omgezet in bruikbare producten. Bij dit
derde technische gebied staat het proces van het maken centraal. Tegenwoordig kennen we
vooral geautomatiseerde productielijnen, waarbij producten in serie worden gemaakt en
vervolgens verspreid en verkocht. Bij productie komt het bewerken en verrijken van ruwe
materialen aan de orde.
4. Communicatie
Bij communicatie gaat het om het vervoeren van informatie. Een zender stuurt een bepaalde
boodschap naar een ontvanger. Onder het technische gebied communicatie valt ook de
communicatie tussen apparaten onderling. Sensoren spelen daarbij een belangrijke rol. Als
een sensor van een beveiligingssysteem een bepaalde beweging waarneemt, zal het
elektrische signaal een alarmsysteem in werking zetten.
Er is geen strikte scheiding tussen de genoemde technische gebieden. De meeste
technische producten zijn onder te brengen in meerdere gebieden. Om technische producten
uit deze vier gebieden te maken en te onderzoeken, zijn de volgende technische inzichten
van belang;
1. Bij het maken van een technisch product bepaalt de functie van dit product de keuze en
toepassing van materialen, verbindingen en vormen.
2. Bij veel technische producten is er sprake van energieomzettingen. Met behulp van een
apparaat kun je een bepaalde energievorm omzetten in een andere, door ons gewenste
energievorm.
3. Als een voorwerp bewegende onderdelen heeft, wordt er ook gebruik gemaakt van
bewegings- en overbrengingsprincipes om bewegingsenergie naar de plaats te brengen
waar zij nodig is.
4. Veel moderne apparaten maken gebruik van geautomatiseerde systemen, waardoor zij
automatisch op de omgeving kunnen reageren. Hierbij wordt gebruik gemaakt van sensoren.
OJW – Natuur & Techniek
Hoofdstuk 6 – Technische inzichten
6.1 Wat is techniek?
Techniek wordt vaak geassocieerd met ingewikkelde apparatuur en hightech. Heel veel
dingen in onze materiële omgeving behoren tot techniek. Je kunt technische producten
ordenen in een groot aantal technische gebieden. In het basisonderwijs staan vier
technische gebieden centraal. Je ziet deze gebieden terug in de leerstof en de lesmaterialen
die gebruikt worden voor het techniekonderwijs op de basisschool.
1. Constructies
Bij het gebied constructies gaat het om het maken en onderzoeken van structuren. Elk
product heeft een structuur; een unieke combinatie van vormen, materialen en verbindingen
in relatie tot een functie. Bij het maken van grote constructies heb je te maken met allerlei
krachten; interne (het eigen gewicht van de constructie) en externe (krachten van buitenaf)
krachten. Je kunt onder andere vaste en beweegbare constructies onderscheiden. Om
stevigheidsprincipes te onderzoeken, wordt vaak gekozen voor het onderzoeken van vaste
constructies, zoals huizen, bruggen en torens.
2. Transport
Transporteren is en een bewegingsactiviteit om mensen, materialen en energie van de ene
plaats naar de andere te brengen. Daarbij worden vervoermiddelen gebruikt, die met behulp
van diverse vormen van energie over transportwegen gaan. Bij transport gaat het niet alleen
over de vervoermiddelen zelf, maar ook over de infrastructuur van transport. De nadruk ligt
echter wel op vervoermiddelen en beweegbare constructies en op de wijze waarop deze
technische producten bewegen.
3. Productie
Produceren is de activiteit waarbij materialen worden omgezet in bruikbare producten. Bij dit
derde technische gebied staat het proces van het maken centraal. Tegenwoordig kennen we
vooral geautomatiseerde productielijnen, waarbij producten in serie worden gemaakt en
vervolgens verspreid en verkocht. Bij productie komt het bewerken en verrijken van ruwe
materialen aan de orde.
4. Communicatie
Bij communicatie gaat het om het vervoeren van informatie. Een zender stuurt een bepaalde
boodschap naar een ontvanger. Onder het technische gebied communicatie valt ook de
communicatie tussen apparaten onderling. Sensoren spelen daarbij een belangrijke rol. Als
een sensor van een beveiligingssysteem een bepaalde beweging waarneemt, zal het
elektrische signaal een alarmsysteem in werking zetten.
Er is geen strikte scheiding tussen de genoemde technische gebieden. De meeste
technische producten zijn onder te brengen in meerdere gebieden. Om technische producten
uit deze vier gebieden te maken en te onderzoeken, zijn de volgende technische inzichten
van belang;
1. Bij het maken van een technisch product bepaalt de functie van dit product de keuze en
toepassing van materialen, verbindingen en vormen.
2. Bij veel technische producten is er sprake van energieomzettingen. Met behulp van een
apparaat kun je een bepaalde energievorm omzetten in een andere, door ons gewenste
energievorm.
3. Als een voorwerp bewegende onderdelen heeft, wordt er ook gebruik gemaakt van
bewegings- en overbrengingsprincipes om bewegingsenergie naar de plaats te brengen
waar zij nodig is.
4. Veel moderne apparaten maken gebruik van geautomatiseerde systemen, waardoor zij
automatisch op de omgeving kunnen reageren. Hierbij wordt gebruik gemaakt van sensoren.