Strafrecht
Het bestraffen van verboden gedragingen zoals diefstal, moord, vernieling, mishandeling, etc
Doel: bescherming van onze rechtsorde (rust en veiligheid) door op bepaalde gedragingen
straffen te stellen.
Inhoud van het strafrecht:
Materieel
- Verboden gedragingen (strafbepalingen)
- De straffen en maatregelen die kunnen worden opgelegd
Formeel (strafprocesrecht)
- Bevoegdheden van politie en justitie;
- Dwangmiddelen, zoals aanhouden en voorlopige hechtenis;
- Het verloop van de rechtszaak (procedure);
Strafrecht bied bescherming aan burgers.
Art.1 sr (Legaliteitsbeginsel)
verbod van terugwerkende kracht.
Het vereiste van een wettelijke grondslag.
Alleen de wat kan een gedrag strafbaar stellen. De rechter
kan alleen iemand veroordelen als hij het in het wetboek het
verboden gedrag kan aanwijzen.
Vindplaatsen van het strafrecht (rechtsbronnen)
- Wetten
- Jurisprudentie (rechtelijke uitspraken)
- Internationale verdragen
Hoofdstuk 2:
Wetboek van strafrecht -> materieel strafrecht.
Bestaat uit 3 boeken:
1. Algemene bepalingen
2. Misdrijven (zware strafbare feiten)
3. Overtredingen (lichtere strafbare feiten)
, Reikwijdte van het wetboek van strafrecht: Art.2 Sr tot en met Art.7 Sr.
1. Territorialiteitsbeginsel. Art.2 Sr
Hoofdregel: Nederlandse strafwet van toepassing op het Nederlandse grondgebied.
Iedereen die op Nederlands grondgebied een strafbaar feit pleegt, valt onder het bereik
van het wetboek van strafrecht.
2. Uitbreiding grondgebied (schepen en vliegtuigen). Art.3 Sr
Van toepassing op iedereen die zich aan boord van een Nederlands schip of een
Nederlands vliegtuig bevindt.
3. Universaliteitsbeginsel. Art.4 Sr
Geld ook voor misdrijven door niet-Nederlanders in het buitenland, waarbij
internationale belangen en de internationale veiligheid op het spel staan.
4. Feiten gepleegd tegen een Nederlander. Art.5 Sr
Strafbare feiten tegen Nederlanders, waar ter wereld ze ook gepleegd zijn.
5. Personaliteitsbeginsel. Art.7 Sr
Feiten gepleegd door een Nederlander, waar ook ter wereld.
Hoofdstuk 3:
Strafbepalingen bestaan uit drie onderdelen:
1. De delictsomschrijving beschrijving van het verboden gedrag.
2. De kwalificatie juridische naam voor het strafbaar gedrag.
3. De sanctienorm maximale straf die de rechter mag opleggen.
Wederrechtelijkheid en schuld:
Wederrechtelijkheid het gedrag is in strijd met de wet.
Schuld de daad kan aan de dader verweten worden.
Schuld in ruime zin:
Opzet de dader heeft de bedoeling om de ander te doden.
Schuld in enge zin de dader had niet de bedoeling om de ander kwaad te doen, maar de
daad wordt hem wel verweten.
Drie vormen van opzet:
1. Opzet als oogmerk: de bedoeling hebben om de daad te plegen
2. Opzet als noodzakelijkheidsbewustzijn: de gevolgen voor lief nemen
3. Voorwaardelijke opzet: het risico voor lief nemen
alle drie vormen van opzet zijn strafbaar.
Strafbare poging Art.45 Sr:
- Opzet heeft om een misdrijf te plegen
- Al begonnen is met het uitvoeren van zijn misdrijf
- Niet uit vrije wil besluit te stoppen
Begin van uitvoering 2/3de van de maximumstraf die op het verboden gedrag staat.