• Juiste Zorg Op De Juiste Plek (JZODJP):
- Zorg dichterbij huis -Functioneren van mens als uitgangspunt
- Voorkomen van (duurdere zorg) -Zorg vervangen door e-health
• Eerste lijn fysiotherapeuten:
- 43% mannen (gemiddeld 43 jaar)
- 57% vrouwen (gemiddeld 40 jaar)
• Top 3 “bijzondere” fysiotherapeuten:
- 17% manueel therapeut -6% kindertherapeut -8% oedeem therapeut
• 17.800 extramuraal werkende fysiotherapeuten:
- Dit aantal zal blijven groeien omdat er meer vraag naar is
Hoorcollege 2: Inleiding neuropathologie (CNA)
Functionele anatomie hersenen:
• Grote hersenen
- Hersenschors (cortex cerebri)
- Basale kernen
- Limbisch systeem
• Tussenhersenen
- Thalamus
- Hypothalamus
- Hypofyse
• Kleine hersenen
• Hersenstam
Cortex cerebri:
• Motorische schors (actie):
1. Keuzes maken
2. Bewegen
3. Spreken
• Sensorische schors (waarneming):
4. Voelen
5. Taal
6. Horen
7. Zien
,Voorbeeld bewegen:
• Keuze maken → Programmeren wat er moet gebeuren (grote stappen onderverdeeld
in kleinere stappen) → Aansturing vanuit primaire motorische schors
Primaire motorische schors:
• Linkerhelft hersenen stuurt rechterhelft lichaam aan en andersom
• Homunculus (motorische en sensorische)
Sensomotorische kring:
• Constante samenwerking tussen
sensoriek en motoriek
Start beweging vanuit:
1. Sensorische informatie (S1)
2. Limbisch systeem (emotie)
3. Prefrontale cortex (M3)
Centraal Motorisch Neuron (CMN):
• Cortex cerebri / hersenschors
Perifeer Motorisch Neuron (PMN) (alpha- en gammaneuronen):
• Medulla spinalis / ruggenmerg
Tractus corticospinalis:
- Directe verbinding tussen cortex cerebri en het ruggenmerg (interneuronen)
- Schakelt niet over!
• Lateralis: 85%, gekruist, naar heup, schouder en extremiteiten (10% direct naar hand)
• Anterior: 15%, ongekruist, naar axiale spieren (nek en romp)
(Overige banen uit hersenstam/basale kernen lopen ongekruist en indirect naar axiale
spieren)
Terugkoppeling (bijsturing):
• Somatosensorische cortex (feedback dmv zintuigen)
• Cerebellum:
1. feedback: vergelijk instructie met effect (langzaam)
2. feedforward: onderschept instructie en stuurt bij op basis van verwachting (snel)
CNA aandoeningen:
• Motorisch (Spierkracht, Spiertonus, Sturing)
• Sensorisch (Sensibiliteit)
• Cognitief (komt pas in volgende module)
,Klinische beelden:
• Cortex Cerebri:
- Schade links → uitval rechts → vaak een ‘Hemibeeld’ (halfzijdig)
• Spierkracht:
- Uitval: (distaal > proximaal = fijne motoriek > grove motoriek) (romp relatief
gespaard)
• Sensibiliteit:
- Homunculus! (distaal > proximaal) (vermindering sensibiliteit)
• Spiertonus:
- Hypotonie: (slappe parese) (lagere spiertonus)
- Spasticiteit: (spastische parase) (hogere spiertonus):
- Verhoogde reflexactiviteit (in rust) → nog verder versterkt bij activatie en beweging
- Antizwaartekrachtspieren: (flexie arm, extensie been)
- Synergievorming (patroon gekoppeld aan beweging)
• Sturing:
- Ontremming reflexen ruggenmerg (pathologische of primitieve reflexen)
- Verminderde sturing:
-Combinatie kracht, tonus en reflexen (=selectiviteit)
-Fijne motoriek (tractus corticospinalis)
Ruggenmerg:
• Uitval op en onder het niveau van de laesie! (volledig of
gedeeltelijk)
• Spiekracht: parese/paralyse
• Sensibiliteit: plus en min
• Spiertonus:
- Hypotonie & hyporeflexie (vaak een slappe parese)
- Secundair hypertonie & hyperreflexie:
-Geen inhibitie uit cortex
-Geen synergievorming
• Sturing: uitval sturing vanuit de cortex
, Basale kernen:
- Motorische functies ‘apart’ van tractus corticospinalis
- Afdalende banen vanuit de hersenstam (bulbospinale banen)
- Paleoniveau: oud systeem, vroeg ontwikkeld (motoriek jonge kinderen)
Functie:
Faciliteren en inhiberen van het automatisch bewegen (aangeleerd)
- Invloed op hersenstam en ruggenmerg (houding & tonus)
- Invloed op motorische cortex (initiatie, planning & programmering)
- Invloed op frontale cortex (cognitie, emotie en motivatie)
Klinisch beeld:
Effect op sturing & spiertonus
- Hypokinetisch rigide beed: (praktijk &
kennistoets)
• Gehele lichaam stijf en traag (spiertonus
verhoogd → rigiditeit)
• Automatisch bewegen verstoord (te weinig
sturing):
-Kleine bewegingen (hypokinesie)
-Traag (bradykynesie)
-Moeite starten/stoppen (akinesie)
-Houdingsproblemen
- Hyperkinetisch beeld: (alleen kennistoets)
• Te veel & ongestuurde, onwillekeurige bewegingen
Cerebellum:
Zorgt voor vloeiend verloop van een beweging
Functie: sturing (coördinatie)
- Atactisch beeld:
-Ongecontroleerd bewegen (onhandigheid &
doorschieten)