Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Sprekend Verleden VWO 4/5/6 hoofdstuk 7 en 8

Rating
-
Sold
-
Pages
11
Uploaded on
03-11-2021
Written in
2021/2022

Deze samenvatting heb ik gemaakt van hoofdstuk 7 (De Eerste Wereldoorlog) en hoofdstuk 8 (De Tweede Wereldoorlog). Het is vrij veel informatie in het boek dus ik heb het geprobeerd íets korter te maken maar ik heb daarbij de belangrijkste informatie erin gehouden. Sommigen vinden hem misschien wat lang, maar ik vind hem zo fijn!

Show more Read less
Level
Course

Content preview

GESCHIEDENIS SAMENVATTING HFD 7&8 PWW 1:
HOOFDSTUK 1: EERSTE WERELDOORLOG
Paragraaf 1 het Duitse Keizerrijk:
Rijkskanselier  leider van de regering, = Otto von Bismarck in het koninkrijk
Pruisen: hij wist de kleine staten in Duitsland bijeen te brengen door de Frans-
Duitse Oorlog (1870-1871). Terwijl Frankrijk nagenoeg verslagen was, riepen de
Duitse vorsten op 18 januari 1871 in de Spiegelzaal van het paleis in Versailles
het Duitse keizerrijk uit (vernedering voor de Fransen). De Pruisische koning werd
keizer  Wilhelm 1 met Bismarck als rijkskanselier van het keizerrijk.
Duitsland werd hierna verdeeld in kiesdistricten die elk met algemeen kiesrecht
voor mannen een afgevaardigde voor de rijksdag kozen  de
volksvertegenwoordiging. De keizer had grote macht: hij mocht de Rijkskanselier
benoemen/ontslaan en hij was militair opperbevelhebber. De Rijkskanselier
benoemde de ministers. De Rijksdag had beperkte macht: hij mocht wel de
begroting, belastingmaatregelen en wetten goed of afkeuring maar bijv. niet de
Rijkskanselier en zijn ministers ter verantwoording roepen. Het Duitse rijk
bestond uit 25 deelstaten, de regeringen van die deelstaten hadden veel
bevoegdheden voor zichzelf behouden bijv. op het gebied van onderwijs. Ze
hadden ook invloed op het bestuur van het rijk  afgevaardigden van de
deelstaten vormden in Berlijn samen de Bondsraad. Deze had het recht de
begroting, wetten en verdragen met andere landen goed of af te keuren.
De belangrijkste politieke stromingen waren:
De conservatieven en nationaal-liberalen  vooral aanhang onder de
hogere lagen van de bevolking.
De Centrumpartij (het Centrum)  vooral aanhang onder de katholieke
bevolking. Dit was tot 1912 meestal de grootste partij in de Rijksdag.
De socialisten  vooral aanhang onder industrie-arbeiders. Ze vielen in
1918 uiteen in socialisten en communisten.
Gelaagdheid in de bevolking:
Adel, officieren en hoge ambtenaren  beheersten de openbare mening.
De adel ontleende aanzien en rijkdom aan grootgrondbezit.
Grote fabrikanten en bankiers  door sterke groei industrie: veel grote
fabrikanten en bankiers. Door huwelijk met adel raakten zij verbonden.
Werknemers in de dienstensector, lagere ambtenaren, kleine
ondernemers, chefs van afdelingen van grote ondernemingen  niet veel
aanzien, voelde zich bekneld tussen de lagen boven en beneden haar en
keek vooral naar boven.
Boeren, arbeiders in de landbouw/industrie, lagere ambtenaren 
onderaan in de samenleving: meeste boeren waren trouw aan de overheid
en hun religie. Van de toenemende welvaart merkten deze groepen maar
weinig in eigen kring.
Het nieuwe Duitse keizerrijk was een politieke, militaire, economische
grootmacht. Rijkskanselier Bismarck was tevreden met de bestaande grenzen
maar zag wel dat Duitsland werd omsingeld door sterke mogendheden:
Alliantiepolitiek  door het sluiten van allianties wilde hij Duitslands positie in

, de wereld versterken en de vrede handhaven. Hij organiseerde in 1878 een
bijeenkomst van staten die bij problemen op de Balkan betrokken waren:
problemen tijdelijk opgelost maar dit zou uiteindelijk toch bijdragen tot het
ontstaan van de 1e WO. Om het machtsevenwicht ook in Afrika te verzekeren riep
Bismarck in 1884 de Conferentie van Berlijn bijeen  15 Europese staten en
de VS maken afspraken over de verdeling van Afrika.
Troonbestijging van keizer Wilhelm 2 in 1888 zorgde voor een nieuw tijdperk. Hij
versterkte de positie van de keizer en zijn regering kreeg steeds meer
autocratische trekken. Bismarck werd in 1890 ontslagen. Duitsland was niet
langer tevreden met de bestaande situatie: ze wilden een belangrijkere plaats in
de wereld = de Duitse Weltpolitik  deze was in 1e instantie gericht op
overzees imperialisme (het verkrijgen van kolonies). Na de Duitse Vlootwet van
1898 werd een oorlogsvloot gebouwd met slagschepen die het tegen de vloot
van Groot-Brittannië moesten gaan opnemen (= koloniale grootmacht). Groot-
Brittannië en Frankrijk bleken te sterk dus toen ging Duitsland zijn blik meer op
het Europese continent richten.

Paragraaf 2 Oorzaken van de Eerste Wereldoorlog:
Militarisme  toenemend militarisme vergrootte de kans op oorlog. Oorlog
werd gezien als een middel om macht en invloed veilig te stellen. De
Franse en Duitse regeringen vonden een sterk leger noodzakelijk 
streefden ook naar krijgshaftige geest onder de bevolking.
Imperialisme  toenemend imperialisme leidde tot conflicten tussen
Engeland, Frankrijk en Duitsland. Frankrijk en Duitsland wilden zich niet
neerleggen bij het Engelse overwicht: er ontstond een wedloop om zoveel
mogelijk koloniaal gebied in Afrika te verwerven. Keizer Wilhelm wilde
meer koloniën voor Duitsland: hij knoopte bijv. goede betrekkingen aan
met de Turken waarmee Engeland en Frankrijk oo gespannen voet
stonden. Hij steunde ook de sultan van Marokko in zijn verzet tegen
onderwerping door Frankrijk. Hij versterkte de Duitse marine tot ergernis
van de Engelsen (zij waren oppermachtig op zee). Tussen Engeland en
Frankrijk kwam het in 1904 tot een verzoening. Beide niet met Duitsland.
Nationalisme  sommige bevolkingsgroepen wilden zich losmaken van de
staat waarin ze leefden en gingen samenwerken met aan hen verwanten
staten. Bijv. op de balkan werden spanningen veroorzaakt door het
nationalisme van de Slaven  etnische bevolkingsgroep die verspreid
over verschillende landen leefde. De Slavische staat Servië steunde
Slavische groepen in andere landen in hun streven naar onafhankelijkheid,
ook kregen de slaven steun van Rusland.
Bewapeningswedloop  regeringen gingen steeds meer geld uitgeven aan
de versterking van hun leger, zo ontstond er een bewapeningswedloop.
Bondgenootschappen vergroten de kans op conflicten  door de
hierboven genoemde zaken nam de angst in de Europese staten voor
elkaar toe. Daarom gingen regeringen op zoek naar bondgenoten. Men
dacht dat niemand een oorlog zou durven beginnen als men wist dat het
aangevallen land kon rekenen op steun van bondgenoten. Maar door de
bondgenootschpapen werd de kans op een groot conflict juist groter,
omdat bondgenoten zich onvoorzichtiger gingen gedragen. Ook kon
onenigheid tussen 2 landen uitgroeien tot een groot conflict doordat beide

Connected book

Written for

Institution
Secondary school
Level
Course
School year
5

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
7 t/m 8
Uploaded on
November 3, 2021
Number of pages
11
Written in
2021/2022
Type
SUMMARY

Subjects

$8.67
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
sofiaberhitu

Get to know the seller

Seller avatar
sofiaberhitu
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
-
Member since
4 year
Number of followers
0
Documents
2
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions