Zorgthema 6 – Zuurstofvoorziening van het hart
De doorbloeding en zuurstofvoorziening van het hart wordt verzorgd door de coronairen
(arteriën van het hart).
1. Klinische aandachtspunten
1.1 Zuurstofaanvoer
Zuurstofaanvoer: de hartspier moet continu worden voorzien van voldoende zuurstof.
Factoren:
- Conditie van de coronairen
Hoofd coronair voor de linkerkant van het hart en één voor de rechterkant van
het hart.
Atherosclerose: aderverkalking, door de verkalking kan het stollingssysteem
geactiveerd worden en ontstaat een stolsel.
- Diastolische druk
Coronaire perfusiedruk is gelijk aan de diastolische bloeddruk. Hart krijgt zuurstof
in de diastolische fase, de druk in het hart is dan lager dan in de aorta.
- Hartfrequentie
Bij het samentrekken knijpt het hart de eigen bloedvaten dicht. Bij een hoge
hartfrequentie is een korte diastolische fase -> minder doorbloeding eigen
bloedvaten.
- Hb en SO2
Hoe hoger Hb des te meer O2 transport. Tussen 3-13mmol/L
Anemie: concentratie Hb is verlaagd -> minder O2 transport.
- Viscositeit van het bloed
Bepaald door de hoeveelheid water (plasma). Hoe hoger de viscositeit, des te
dikker en dus moeilijkere doorstroming.
Functiestoornissen met betrekking tot de zuurstofaanvoer naar het hart:
- Coronaire vernauwing/afsluiting: binnenwand veranderd, wordt smaller.
- Diastolische hypotensie: lage diastolische druk -> daling perfusie en dus de
zuurstoftoevoer.
- Stuwing in de pulmonale venen: druk te hoog -> negatief effect op de
doorbloeding van het hart.
De doorbloeding en zuurstofvoorziening van het hart wordt verzorgd door de coronairen
(arteriën van het hart).
1. Klinische aandachtspunten
1.1 Zuurstofaanvoer
Zuurstofaanvoer: de hartspier moet continu worden voorzien van voldoende zuurstof.
Factoren:
- Conditie van de coronairen
Hoofd coronair voor de linkerkant van het hart en één voor de rechterkant van
het hart.
Atherosclerose: aderverkalking, door de verkalking kan het stollingssysteem
geactiveerd worden en ontstaat een stolsel.
- Diastolische druk
Coronaire perfusiedruk is gelijk aan de diastolische bloeddruk. Hart krijgt zuurstof
in de diastolische fase, de druk in het hart is dan lager dan in de aorta.
- Hartfrequentie
Bij het samentrekken knijpt het hart de eigen bloedvaten dicht. Bij een hoge
hartfrequentie is een korte diastolische fase -> minder doorbloeding eigen
bloedvaten.
- Hb en SO2
Hoe hoger Hb des te meer O2 transport. Tussen 3-13mmol/L
Anemie: concentratie Hb is verlaagd -> minder O2 transport.
- Viscositeit van het bloed
Bepaald door de hoeveelheid water (plasma). Hoe hoger de viscositeit, des te
dikker en dus moeilijkere doorstroming.
Functiestoornissen met betrekking tot de zuurstofaanvoer naar het hart:
- Coronaire vernauwing/afsluiting: binnenwand veranderd, wordt smaller.
- Diastolische hypotensie: lage diastolische druk -> daling perfusie en dus de
zuurstoftoevoer.
- Stuwing in de pulmonale venen: druk te hoog -> negatief effect op de
doorbloeding van het hart.