Zorgthema 5 - circulatie
Circulatie: de vitale functie om door middel van spierarbeid van het hart, het bloed van en naar de
weefsels/organen te laten stromen.
3 variabele factoren:
- Activiteiten factor: activiteit van de skeletspieren
- Stressfactor: infectie, trauma, ziekte
- Lichaamstemperatuur: koorts, onderkoeling
Law of eight: een model van de circulatie in de vorm van een 8.
1. systemisch veneus
2. pulmonaal arterieel
3. pulmonaal capillair
4. pulmonaal veneus
5. systemisch arterieel
6. systemisch capillair
1. Klinische aandachtspunten
1.1 Veneus aanbod
Veneus aanbod: voortdurende aanvoer van bloed
Veneus compartiment: geheel aan veneuze bloedvaten
Hypovolemie: te weinig aanvoer van veneus bloed (ondervulling)
Normaal bloedvolume: 7.5% van het lichaamsgewicht
Systemisch veneuze compartiment: tijdelijke opslagplaats voor bloed
Functioneel veneus aanbod:
- Spierpomp
Bij aanspanning drukken de skeletspieren het veneuze bloed weg, doordat de bloedvaten
afgesloten worden. De kleppen in de venen zorgen ervoor dat het bloed niet terug stroomt.
- Adempomp
Door het vergroten van de borstkas tijdens de inademing ontstaat niet alleen een vergroting
van de longen, maar ook een verwijding van de bloedvaten in de longen. Dit geeft een
aanzuigende werking, het verhoogt dus het veneus aanbod.
- Arteriepomp
De venen liggen parallel aan de arteriën, door het kloppen van de slagaders stuwt het bloed
weg. Een verhoging van de hartfrequentie heeft dus invloed op het veneus aanbod.
,Functiestoornissen van het veneuze vaatstelsel:
- Ondervulling: totale bloedvolume te laag, veneus aanbod neemt af, slagvolume vermindert. Weinig
druk -> verminderde doorbloeding. Treedt op bij bloedingen, dehydratie.
Milde shock: 20% volume verlies
Matige shock: 20-40% volume verlies
Ernstige shock: >40% volume verlies
- Veneuze stuwing: overvulling, wanneer bloed in een veneus compartiment ophoopt. Vaak door
onvoldoende hartwerking/decompensatie. Kan ook door te groot aanbod of een obstructie.
Pitting oedeem in de onderbenen: vaak bij problemen van de rechterharthelft.
Dyspnoe: bij problemen met de linkerharthelft.
Treedt vaak op bij: hartfalen, nierinsufficiëntie en overmatige infusie/transfusie.
- Vasodilatatie: door hitteberoerte, te lang staan, veneuze klepproblemen.
- Orthostatische hypotensie: bij opstaan een kortdurende duizeligheid voelen. Zwaartekracht zorgt
voor een kortdurende stagnerende veneuze bloedstroom.
1.2 Hartritme
Sinusknoop zorgt voor prikkeling van de atria, die met vertraging wordt doorgegeven aan het
myocard van de ventrikels.
Functie: het elektrisch activeren van de hartspiercellen die zorgen voor de pompfunctie van
het hart.
Depolariseren: het prikkelen van hartspiercellen, in feite een elektrische ontlading.
Elektrocardiogram:
- P-top: sinusknoop – atria trekken samen
- QRS-complex: kamers depolariseren (trekken samen)
- T-top: repolarisatie kamers (ontspannen)
Ritmestoornis: wanneer de sinusknoop niet goed functioneert en een lager gedeelte van
het myocard de prikkelvorming overneemt.
Hoe lager de ritmelocatie, hoe groter het (negatieve) effect op de pompfunctie.
- Sinusritme: regelmatig ritme met duidelijke P-toppen
- Sinusbradycardie: een regelmatig sinusritme met een ventrikelfrequentie van <60/min
, Mogelijke oorzaken:
- Rust /slaap - Braken - Hypoxie
- Sporthart - Intuberen - Bètablokkers
- Sinustachycardie: een regelmatig sinusritme met een ventrikelfrequentie van >100/min
Formule: Maximale hartfrequentie = 220 – leeftijd in jaren
Mogelijke oorzaken:
- Inspanning - Longembolie - Bloeding
- Angst / pijn -Koorts - Decompensatio Cordis
- Boezemfibrillatie/atriumfibrillatie: een onregelmatig ritme zonder duidelijke P-toppen.
Atria van het hart trekken te snel en onregelmatig samen. Frequentie van de atria is hoog (450-
1000/min). Een groot deel van de prikkels wordt geblokkeerd door de AV-knoop. >70% van de
pompfunctie blijft behouden.
Mogelijke oorzaken:
- Mitralisklep lijden - Decompensatio Cordis - Overvulling
- Myocardinfarct - Longziekten - Hoge RR
- SVT (Supraventriculaire tachycardie): P-toppen zijn niet zichtbaar, tussen 100-200/min. QRS-
complex heeft dezelfde vorm, ritme is regulair.
Circulatie: de vitale functie om door middel van spierarbeid van het hart, het bloed van en naar de
weefsels/organen te laten stromen.
3 variabele factoren:
- Activiteiten factor: activiteit van de skeletspieren
- Stressfactor: infectie, trauma, ziekte
- Lichaamstemperatuur: koorts, onderkoeling
Law of eight: een model van de circulatie in de vorm van een 8.
1. systemisch veneus
2. pulmonaal arterieel
3. pulmonaal capillair
4. pulmonaal veneus
5. systemisch arterieel
6. systemisch capillair
1. Klinische aandachtspunten
1.1 Veneus aanbod
Veneus aanbod: voortdurende aanvoer van bloed
Veneus compartiment: geheel aan veneuze bloedvaten
Hypovolemie: te weinig aanvoer van veneus bloed (ondervulling)
Normaal bloedvolume: 7.5% van het lichaamsgewicht
Systemisch veneuze compartiment: tijdelijke opslagplaats voor bloed
Functioneel veneus aanbod:
- Spierpomp
Bij aanspanning drukken de skeletspieren het veneuze bloed weg, doordat de bloedvaten
afgesloten worden. De kleppen in de venen zorgen ervoor dat het bloed niet terug stroomt.
- Adempomp
Door het vergroten van de borstkas tijdens de inademing ontstaat niet alleen een vergroting
van de longen, maar ook een verwijding van de bloedvaten in de longen. Dit geeft een
aanzuigende werking, het verhoogt dus het veneus aanbod.
- Arteriepomp
De venen liggen parallel aan de arteriën, door het kloppen van de slagaders stuwt het bloed
weg. Een verhoging van de hartfrequentie heeft dus invloed op het veneus aanbod.
,Functiestoornissen van het veneuze vaatstelsel:
- Ondervulling: totale bloedvolume te laag, veneus aanbod neemt af, slagvolume vermindert. Weinig
druk -> verminderde doorbloeding. Treedt op bij bloedingen, dehydratie.
Milde shock: 20% volume verlies
Matige shock: 20-40% volume verlies
Ernstige shock: >40% volume verlies
- Veneuze stuwing: overvulling, wanneer bloed in een veneus compartiment ophoopt. Vaak door
onvoldoende hartwerking/decompensatie. Kan ook door te groot aanbod of een obstructie.
Pitting oedeem in de onderbenen: vaak bij problemen van de rechterharthelft.
Dyspnoe: bij problemen met de linkerharthelft.
Treedt vaak op bij: hartfalen, nierinsufficiëntie en overmatige infusie/transfusie.
- Vasodilatatie: door hitteberoerte, te lang staan, veneuze klepproblemen.
- Orthostatische hypotensie: bij opstaan een kortdurende duizeligheid voelen. Zwaartekracht zorgt
voor een kortdurende stagnerende veneuze bloedstroom.
1.2 Hartritme
Sinusknoop zorgt voor prikkeling van de atria, die met vertraging wordt doorgegeven aan het
myocard van de ventrikels.
Functie: het elektrisch activeren van de hartspiercellen die zorgen voor de pompfunctie van
het hart.
Depolariseren: het prikkelen van hartspiercellen, in feite een elektrische ontlading.
Elektrocardiogram:
- P-top: sinusknoop – atria trekken samen
- QRS-complex: kamers depolariseren (trekken samen)
- T-top: repolarisatie kamers (ontspannen)
Ritmestoornis: wanneer de sinusknoop niet goed functioneert en een lager gedeelte van
het myocard de prikkelvorming overneemt.
Hoe lager de ritmelocatie, hoe groter het (negatieve) effect op de pompfunctie.
- Sinusritme: regelmatig ritme met duidelijke P-toppen
- Sinusbradycardie: een regelmatig sinusritme met een ventrikelfrequentie van <60/min
, Mogelijke oorzaken:
- Rust /slaap - Braken - Hypoxie
- Sporthart - Intuberen - Bètablokkers
- Sinustachycardie: een regelmatig sinusritme met een ventrikelfrequentie van >100/min
Formule: Maximale hartfrequentie = 220 – leeftijd in jaren
Mogelijke oorzaken:
- Inspanning - Longembolie - Bloeding
- Angst / pijn -Koorts - Decompensatio Cordis
- Boezemfibrillatie/atriumfibrillatie: een onregelmatig ritme zonder duidelijke P-toppen.
Atria van het hart trekken te snel en onregelmatig samen. Frequentie van de atria is hoog (450-
1000/min). Een groot deel van de prikkels wordt geblokkeerd door de AV-knoop. >70% van de
pompfunctie blijft behouden.
Mogelijke oorzaken:
- Mitralisklep lijden - Decompensatio Cordis - Overvulling
- Myocardinfarct - Longziekten - Hoge RR
- SVT (Supraventriculaire tachycardie): P-toppen zijn niet zichtbaar, tussen 100-200/min. QRS-
complex heeft dezelfde vorm, ritme is regulair.