Blok 1.2: Inleiding in de
Onderwijswetenschappen
College 18-10-2021
Gelijke kansen in het onderwijs
Gelijke kansen beleid
OCW: Gelijke kansen alliantie (www.gelijke-kansen.nl)
Gemeente Rotterdam: Zomerscholen, Nationaal Programma Rotterdam Zuid
Wat zijn gelijke kansen?
Hoe groot zijn de ongelijke kansen op basis van resultaten?
Het niveau van de ouders is erg bepalend of een kind met >545 cito-score naar vwo gaat.
52% vwo = wo-ouders.
Laagopgeleide ouders: kind zakt af van vwo naar een lager niveau. 90% van vwo-ers met wo-ouders
zit nog steeds op vwo in het derde leerjaar.
Zittenblijven op basis van migratieachtergrond: meer kans op blijven zitten bij migratieachtergrond.
Dit zegt dus ook iets over de kansen die je in het onderwijs hebt (vo).
Superdiversiteit
- Diversiteit binnen diversiteit: interactie tussen etnische achtergrond, verblijfsstatus,
arbeidsmarktpositie, opleidingsniveau, religie, taal, sekse, leeftijd en ruimtelijke verdeling.
- Geen meerderheidsgroep meer in grote steden.
Wat bedoelen we met gelijke kansen?
- Gelijke resultaten: zelfde cognitieve niveau zelfde prestaties
- Equality (meer pedagogisch/beleid): gelijke behandeling, niet discrimineren
- Equity: compenserende maatregelen; leerlingen krijgen wat ze nodig hebben zodat ze op
niveau kunnen presteren
Meritocratie
Je vaardigheden en inzet bepalen je plek in de maatschappij (dus niet je gender, opleidingsniveau van
je ouders, religie, geboortegrond etc.).
Is het onderwijs een doorgeefluik van ongelijke kansen? (Reproductie van ongelijkheid)
Vergroot het onderwijs ongelijke kansen? Verkleint het onderwijs ongelijke kansen (meritocratie)?
Wat bepaalt of verklaart ongelijke kansen?
Verklaren
Drie niveaus:
- Microniveau: de leerling, processen rondom de leerling zelf. Sociaal-psychologische factoren,
zoals voordoordelen, discriminatie en interactie met docenten.
- Mesoniveau: de school. Het curriculum, schoolbeleid, relaties met ouders en in de wijk.
- Macroniveau: maatschappelijke opvattingen over verschillen en integratie en het
onderwijssysteem.
‘Veelkoppig monster’
1
Onderwijswetenschappen
College 18-10-2021
Gelijke kansen in het onderwijs
Gelijke kansen beleid
OCW: Gelijke kansen alliantie (www.gelijke-kansen.nl)
Gemeente Rotterdam: Zomerscholen, Nationaal Programma Rotterdam Zuid
Wat zijn gelijke kansen?
Hoe groot zijn de ongelijke kansen op basis van resultaten?
Het niveau van de ouders is erg bepalend of een kind met >545 cito-score naar vwo gaat.
52% vwo = wo-ouders.
Laagopgeleide ouders: kind zakt af van vwo naar een lager niveau. 90% van vwo-ers met wo-ouders
zit nog steeds op vwo in het derde leerjaar.
Zittenblijven op basis van migratieachtergrond: meer kans op blijven zitten bij migratieachtergrond.
Dit zegt dus ook iets over de kansen die je in het onderwijs hebt (vo).
Superdiversiteit
- Diversiteit binnen diversiteit: interactie tussen etnische achtergrond, verblijfsstatus,
arbeidsmarktpositie, opleidingsniveau, religie, taal, sekse, leeftijd en ruimtelijke verdeling.
- Geen meerderheidsgroep meer in grote steden.
Wat bedoelen we met gelijke kansen?
- Gelijke resultaten: zelfde cognitieve niveau zelfde prestaties
- Equality (meer pedagogisch/beleid): gelijke behandeling, niet discrimineren
- Equity: compenserende maatregelen; leerlingen krijgen wat ze nodig hebben zodat ze op
niveau kunnen presteren
Meritocratie
Je vaardigheden en inzet bepalen je plek in de maatschappij (dus niet je gender, opleidingsniveau van
je ouders, religie, geboortegrond etc.).
Is het onderwijs een doorgeefluik van ongelijke kansen? (Reproductie van ongelijkheid)
Vergroot het onderwijs ongelijke kansen? Verkleint het onderwijs ongelijke kansen (meritocratie)?
Wat bepaalt of verklaart ongelijke kansen?
Verklaren
Drie niveaus:
- Microniveau: de leerling, processen rondom de leerling zelf. Sociaal-psychologische factoren,
zoals voordoordelen, discriminatie en interactie met docenten.
- Mesoniveau: de school. Het curriculum, schoolbeleid, relaties met ouders en in de wijk.
- Macroniveau: maatschappelijke opvattingen over verschillen en integratie en het
onderwijssysteem.
‘Veelkoppig monster’
1