10.1: INLEIDING
Artikel 107 lid 1 VWEU verbiedt lidstaten om staatssteun aan
ondernemingen te verlenen, waardoor de concurrentie op de interne
markt wordt vervalst en de handel tussen de lidstaten wordt beïnvloed.
Willen staten dit toch verlenen? Moeten zij dit melden bij de Commissie.
Steun verlenen zonder goedkeuring is verboden o.g.v. artikel 108 lid 3
VWEU. De commissie kan de staatssteun vervolgens goedkeuren o.g.v.
artikel 107 lid 2 en 3 VWEU.
10.2: HET VERBOD OP CONCURRENTIEVERVALSENDE
STAATSSTEUN
Artikel 107 lid 1 VWEU bevat het verbod op concurrentievervalsende
staatssteun. Voor toepasselijkheid van dit verbod moet sprake zijn van
een aantal criteria:
1. Er moet sprake zijn van staatssteun;
- Soort steun/maatregel
Gaat niet alleen om positieve prestaties zoals subsidies, maar om
elke maatregel die. De lasten verlicht, die normaal gesproken op het
budget van een onderneming drukken. Een lening onder zeer
gunstige voorwaarde, kan dus ook al staatssteun opleveren.
- Market economy operator
Hoe bepaal je nou of een transactie met de overheid een voordeel
oplevert? Dit behandel je aan de hand van het criterium van ‘de
marktdeelnemer in een markteconomie’: zou een particuliere
investeerder de transactie in kwestie onder vergelijkbare
omstandigheden zijn aangegaan?
- Selectiviteitsvereiste
Bij dit criterium gaat het erom dat een bepaalde (groep)
onderneming(en) profiteert van het toegekende economische
voordeel. Indien bijvoorbeeld vennootbelasting van alle
ondernemingen wordt verlaagd, is er geen sprake van selectiviteit
en ook geen staatssteun.
2. De steun is verleend door de staat of uit middelen van de staat;
De steun moet kunnen worden toegerekend aan de Staat: de
verleende steun moet, hetzij direct of indirect, ten koste gaan van
Staatsmiddelen. Als aan dit vereiste is voldaan, en aan het eerste
vereiste, is er voldaan aan staatssteun. Dit wil nog niet zeggen dat
daarmee vaststaat dat het verbod geschonden is, omdat ook nog
, nagegaan dient te worden of de concurrentie op de interne markt is
belemmerd en of de handel tussen de lidstaten is beïnvloed.
3. De mededinging op de interne markt wordt beperkt;
In het kader van de beperking van de concurrentie op de interne
markt moet de positie van de begunstigde onderneming vergeleken
worden met die van concurrerende ondernemingen in het
intracommunautaire handelsverkeer.
4. De handel tussen de lidstaten wordt beïnvloed.
Ook hierbij moet positie van de begunstigde onderneming
vergeleken worden met die van concurrenten in het communautaire
handelsverkeer. Een potentiele beinvloeding is reeds voldoende om
een effect op de handel tussen de lidstaten aan te nemen.
- Minimis-verordening:
De Commissie heeft een verordening vastgesteld op grond
waarvan steun van geringe omvang niet geacht wordt aan alle
criteria van artikel 107 lid 1 VWEU te voldoen. Steun niet hoger
dan 200.000 EU over een periode van drie jaar, is gewoon
toegestaan. Steun hoeft dus niet worden aangemeld.
10.3: DIENSTEN VAN ALGEMEEN ECONOMISCH BELANG EN HET
SAATSSTEUNVERBOD
Een speciale positie in de rechtspraak over artikel 107 lid 1 VWEU wordt
ingenomen door de diensten van algemeen economisch belang. De
overheid kan toegang tot dergelijke diensten verzekeren met de
financiering ervan. Het probleem is echter dat dit kan leiden tot
problemen met de staatssteunregels. In beginsel dient de financiering van
ondernemingen die diensten van algemeen belang te worden aangemeld
bij de Commissie ter goedkeuring.
- HvJ EU Altmark: het Hof heeft beslist dat in bepaalde
omstandigheden lidstaten niet verplicht zijn om de steun die zij
verleend hebben aan bedrijven met een taak van algemeen
economisch belang, aan te melden. Deze financiering levert
volgens het hof geen staatssteun op in de zin van artikel 107 lid 1
VWEU.
- Het Hof heeft vier cumulatieve voorwaarden geformuleerd,
waaraan voldaan moet worden voordat geconcludeerd kan worden
dat de financiering van een speciale taak geen staatssteun
oplevert: