Ludmilla Smalbrugge
IPD-Opleidingen
,Recht algemeen en staatsrecht 3
Algemene wet bestuursrecht (Awb) 9
Woningwet 13
Huisvestigingswet 15
Leegstandswet 17
Wet Ruimtelijke Ordening WRO 18
Besluit ruimtelijke ordening BRO 23
Wet voorkeursrechten gemeente WVG 24
Wet inrichting landelijk gebied Wilg 25
Onteigeningswet OW 26
Diverse wetten 28
Wet natuurbescherming Wnb 28
Erfgoedwet/ monumentenwet 28
Wegenwet WW 29
Drank- en Horecawet DHW 30
Belemmeringenwet privaatrecht BP 30
Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen WKPB 30
Wet op huurtoeslag 30
Wet milieubeheer Wm 32
Wet bodembescherming Wbb 36
Wet geluidshinder 37
Waterwet WW 38
Wet algemene bepalingen Omgevingsrecht Wabo 39
Vragen die ik ongeveer onthouden heb vanuit het examen. 44
Wetboeken Publiekrecht 2020-2021 46
,Recht algemeen en staatsrecht
Privaatrecht;
- verhoudingen tussen persoon - persoon en persoon - bedrijf
- Horizontaal
- Partijen zijn gelijk
- Veelal aanvullend, afwijken mag
Publiekrecht;
- verhoudingen tussen overheden - overheden en overheden -
onderdanen
- Verticaal
- Ongelijk
- Dwingend, afwijken mag veelal niet
- Europees recht (gemeenschapsrecht)
- Internationaal recht
- Belastingrecht
- Bestuursrecht
- Omgevingsrecht
- Etc.
Objectief recht;
- Regels voor iedereen “Het recht bepaald dat”
- Geldt voor iedereen
- “Law”
Subjectief recht;
- Regels voor personen “Ik heb recht op”
- Recht aan een bepaald persoon
- “Right”
- Bijv. omdat je eigenaar bent van een huis dat je zelf erover mag beslissen.
Dwingend recht;
- Mag niet van worden afgeweken
- Partijen mogen onderling geen afwijkende afspraak maken
- Meestal betrekking op openbare orde en goede zeden
Semi-dwingend recht;
- binnen beperkte grenzen afwijken van de wet
Aanvullend recht;
- Partijen mogen onderling zelf een regeling maken
, Codi catie = De wetten op schrift zetten. Tot 1 nieuwe wet samenbrengen.
Rechtsbronnen;
- Wet
- Internationale regelingen/ verdragen
- Jurisprudentie
- Gewoonterecht
- Ongeschreven recht
Voorrangsregels;
Hoog > Laag
Jong > Oud
Bijzonder > Algemeen
Internationaal > Nationaal
Wet in formele zin;
- Door wie?
- Wijze van totstandkoming
- Kan ook materieel zijn
Wet in materiële zin:
- Voor wie?
- Inhoud van de wet
Formeel recht;
- Procesrecht
- “Hoe haal ik mijn recht?”
- Handhaving van materieel recht
Materieel recht;
- Inhoudelijke regels
- Rechten en plichten
- “Waar heb ik recht op”?
- Hoe moet je je gedragen tegenover elkaar?
Geschreven recht;
- Door bevoegde autoriteiten (vastgelegde wet)
- Voorgeschreven recht (jurisprudentie)
Gewoonte recht;
- Uit maatschappelijke gewoontes (niet vastgelegd in wet)
- Men moet de overtuiging hebben
fi