,INLEIDING
Als opdracht voor het vak Verpleegtechnische Vaardigheden maak ik een medicijnwerkstuk. Het doel
van dit werkstuk is dat ik meer inzicht krijg in het hoe en waarom in medicijngebruik, vooral gericht
op de onderdelen die belangrijk zijn voor de verzorgende en verpleegkundige.
In dit werkstuk geef ik antwoorden op een aantal vragen en werk ik verschillende opdrachten uit.
Daarnaast verdiep ik me in verschillende bronnen die betrekking hebben op medicijnen. Deze
bronnen zijn allemaal terug te vinden in de literatuurlijst.
Mijn leerdoel voor dit werkstuk is dat ik aan het einde van periode 4 kan vertellen wat de wetten
rondom medicijnen zijn, welke toedieningswegen en toedieningsvormen er zijn, wat farmacokinetiek
is, wat de gevolgen van medicijnen zijn en kan vertellen welke 5 punten je moet controleren bij het
toedienen van medicijnen. Dit ga ik laten zien door mijn kennis toe te passen in de praktijk (stage en
praktijklessen op school).
Kerntaken verpleegkundige
- Ondersteunen van de zorgvrager bij de persoonlijke basiszorg
- Verpleegtechnisch handelen
- Begeleiden van de zorgvrager op psychosociaal gebied en zingeving
- Ondersteuen van de zorgvrager en mantelzorg bij het voeren van regie over het eigen leven
(zelfmanagment)
- Preventie toepassen door het geven van voorlichting, advies en instructie
- Organiseren van zorg
- Bijdragen aan de organisatie en het beheer van de werkeenheid
- Bijdragen aan bevorderen van kwaliteit van zorg
- Ontwikkelen en professionaliseren van het beroep van verpleegkundige
Compententies verpleegkundige
Vraag- en oplossingsgericht werken
- Stelt behoefte zorgvrager centraal
- Leeft zich in in de situatie van de zorgvrager en betrokkenen
- Analyseert informatie
- Observeert en signaleert
Verplegen en ondersteunen
- Ondersteunen bij ADL
- Begeleiding bieden op psychosociaal gebied
- Stimuleren tot zelfstandigheid
- Vooruit denken en anticiperen
- Voorlichting, advies en instructie geven
- Professioneel werken
- Verpleegtechnische vaardigheden uitvoeren
1
,Communicatie
- Communiceert adequaat
- Brengt informatie en advies op een begrijpelijke manier over
Methodisch en resultaat gericht werken
- Werkt methodisch en resultaatgericht
- Werkt kostenbewust en efficiënt
- Neemt besluiten over de zorgverlening
- Draagt, samen met de betrokkenen partijen (naasten, zorgverlening) bij aan resultaat
Omgaan met grenzen
- Bepaalt grenzen van bekwaamheid
- Gaat regulerend en doelgericht om met grenzen en spanningen
- Bewaakt eigen arbeidsomstandigheden en positie
Professioneel werken
- Begeleidt en ondersteunt nieuwe studenten en collega’s
- Bedenkt en brengt bij knelpunten innovatieve ideeën met overtuiging in
- Neemt ideeën, ontwikkelingen, nieuwe kennis en vaardigheden in zich op
- Werkt vanuit een beroepsvisie
- Reflecteert op het handelen van zichzelf en anderen
- Zet deskundigheid breed in, ook voor gemeenschap als geheel
Wet BIG = Beroepen in de individuele gezondheidszorg. Deze wet geeft regels voor beroepen in de
gezondheidszorg en beschermt patiënten tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen.
2
, Inhoudsopgave
Inleiding...............................................................................................................................................................................1
Opdrachten.........................................................................................................................................................................4
Wetten rondom medicijnen................................................................................................................................................................. 4
BEM-codes medicatie............................................................................................................................................................................. 6
Toedieningswegen.................................................................................................................................................................................. 7
Verschillende toedieningswijzen....................................................................................................................................................... 7
Toedieningsvormen............................................................................................................................................................................. 10
Houdbaarheid van medicijnen........................................................................................................................................................ 14
Effect van medicatie toediening..................................................................................................................................................... 14
Interactie.................................................................................................................................................................................................. 16
Farmacokinetiek................................................................................................................................................................................... 17
Gevolgen van medicijnen................................................................................................................................................................... 19
Verstrekken van medicijnen............................................................................................................................................................. 20
Deel 2: Opdracht 2..........................................................................................................................................................27
Deel 3: Branche Specifieke Opdracht......................................................................................................................29
Medicijnen op de afdeling................................................................................................................................................................. 29
Distributie van medicijnen................................................................................................................................................................ 44
Nawoord............................................................................................................................................................................51
Literatuurlijst..................................................................................................................................................................52
3