Methodisch handelen: observeren en rapporteren
De Bil (2014) h1 t/m h9
Les 1, 31-08-2021
Methodiek: grote ‘container’ begrip
Methode: omschreven en doelgerichte werkwijze om met een cliënt te werken.
Methodisch handelen:
- Altijd maatwerk per cliënt, niet alles is kopieerbaar van doelgroep naar doelgroep of client
naar client of instelling naar instelling
- Planmatig, je wil doelen bereiken, maar moet wel allemaal administratief bij gehouden
- Kaders, het heeft hou vast om te zien of de client hun doelen bereiken
Kennisclip agogische plancyclus (nog een keer thuis kijken)
= een hulpmiddel om de situatie van de client in kaart te brengen
5 stappen
- Orientatie
o Situatie verzameld van de client: meerdere bronnen zoals gesprek, observeren en
rapporten inzien. Er wordt informatie over de client verzameld, het clientsysteem
(vrienden en familie) en eventuele eerdere hulpverlening
Hulpvraag kan gevormd worden (objectief blijven)
Begint met ‘help mij’
- Analyse
o Informatie verder bestuderen en ontleden. Relevante informatie wordt geordend
o Hypothese = vermoeden :
Clientniveau
Clientsysteem
Hulpverlenerssysteem
- Waarderen
o Hypothese kiezen welke het meest relevant is op basis van theorie, ervaring en het
oordeel van anderen
o Doelen opstellen met client, want zo ziet client belang mee en is vaker gemotiveerd
en is meer betrokken wanneer hij het belang van de opgestellen doelen in ziet
- Handelen
o Plan geschreven, zorgt voor duidelijkheid voor doelen, taken en de
verantwoordelijkheden
o Plan is gericht op verandering/verbetering
o Rapportage beschreven op welke manier de doelen zijn behaald
- Evalueren
o Product: is het doel bereikt? Is bereikt wat er bereikt moest worden
o Proces: hoe is het doel bereikt? Op welke wijze is het doel bereikt
o Formatief: er word tussentijds gemeten naar het leerproces van de client zodat er
ingegrepen kan worden
o Summatief: informatie verzameld om aan het eind te evalueren. Alle ingewonnen
informatie leidt tot een bepaald beeld
Cyclus altijd terug kunnen keren naar de vorige stap of die stap daarvoor
, Lezen hoofstuk 1 en 2 en kennisclip
Les 2, 07-09-2021
Voor de les als voorbereiding:
Kennisclip: Wat is observeren?
Observeren = niet door iedereen wordt dezelfde definitie gezegd
- Bewust (gebruik maken van de zintuigen) en doelgericht (duidelijk omschreven doel dient te
hebben) waarnemen
Observatieopzet
- Doel
o Wat wil je bereiken? Moet duidelijk gesteld worden. Moet in 1 zin omschreven
kunnen worden
o Operationaliseren van je observatiedoel en hoofdvraag
Begrippen omzetten in concrete gedragingen
- Hoofdvraag (vraagstelling of onderzoeksvraag)
o Eenduidig en vragend geformuleerd
o Is te herleiden vanuit de doelstelling
o Wordt uitgewerkt in deelvragen
o Concrete gedragingen/sociale vaardigheden: de observatoren moeten
overeenstemming hebben over wat ze observeren, wat versta je onder een bepaald
begrip (moet ook uitgelegd worden in je eigen woorden en duidelijk zijn voor
observatie)
Dmv vakliteratuur (begrippen kennen en naar waarheid kunnen uitleggen)
- Observatieformulier
Soorten observaties
1. Gedragsobservatie: observeren van gedrag van mensen
2. Systematische observatie: duidelijk wie, wanneer, hoelang iemand geobserveerd word dmv
turven
3. Dagelijkse observatie: er wordt niet gezegd wie of wat geobserveerd worden dus gaat over
de hele dag, is vaak subjectief omdat het door de ogen wordt gezien van de observator
4. Participerende observatie: observator maakt deel uit van de observatie. Als groepsleider
neem je deel en ben je tegelijk aan het observeren
Niet-participerende observatie is als je niet deelneemt aan de activiteit maar
bijvoorbeeld vanuit een glazen wand meekijkt (komt vaker voor dan
participerend)
5. Zelfobservatie: jezelf van een afstand bekijken (helikopterview). Waarom heb je zo
gehandeld. Wordt gebruikt naar gedrag, gedachten of gevoel van zichzelf aan clienten. Je
moet dus afgaan van het antwoord van de client
--- voor de toets is het belangrijk aan te kunnen geven of het systematisch of dagelijks is, of
participerend of niet participerend
Observatiesystemen
- Tijdschalen: het koppelen van tijd aan observaties
o Event-sampling
De gebeurtenis staat centraal
De Bil (2014) h1 t/m h9
Les 1, 31-08-2021
Methodiek: grote ‘container’ begrip
Methode: omschreven en doelgerichte werkwijze om met een cliënt te werken.
Methodisch handelen:
- Altijd maatwerk per cliënt, niet alles is kopieerbaar van doelgroep naar doelgroep of client
naar client of instelling naar instelling
- Planmatig, je wil doelen bereiken, maar moet wel allemaal administratief bij gehouden
- Kaders, het heeft hou vast om te zien of de client hun doelen bereiken
Kennisclip agogische plancyclus (nog een keer thuis kijken)
= een hulpmiddel om de situatie van de client in kaart te brengen
5 stappen
- Orientatie
o Situatie verzameld van de client: meerdere bronnen zoals gesprek, observeren en
rapporten inzien. Er wordt informatie over de client verzameld, het clientsysteem
(vrienden en familie) en eventuele eerdere hulpverlening
Hulpvraag kan gevormd worden (objectief blijven)
Begint met ‘help mij’
- Analyse
o Informatie verder bestuderen en ontleden. Relevante informatie wordt geordend
o Hypothese = vermoeden :
Clientniveau
Clientsysteem
Hulpverlenerssysteem
- Waarderen
o Hypothese kiezen welke het meest relevant is op basis van theorie, ervaring en het
oordeel van anderen
o Doelen opstellen met client, want zo ziet client belang mee en is vaker gemotiveerd
en is meer betrokken wanneer hij het belang van de opgestellen doelen in ziet
- Handelen
o Plan geschreven, zorgt voor duidelijkheid voor doelen, taken en de
verantwoordelijkheden
o Plan is gericht op verandering/verbetering
o Rapportage beschreven op welke manier de doelen zijn behaald
- Evalueren
o Product: is het doel bereikt? Is bereikt wat er bereikt moest worden
o Proces: hoe is het doel bereikt? Op welke wijze is het doel bereikt
o Formatief: er word tussentijds gemeten naar het leerproces van de client zodat er
ingegrepen kan worden
o Summatief: informatie verzameld om aan het eind te evalueren. Alle ingewonnen
informatie leidt tot een bepaald beeld
Cyclus altijd terug kunnen keren naar de vorige stap of die stap daarvoor
, Lezen hoofstuk 1 en 2 en kennisclip
Les 2, 07-09-2021
Voor de les als voorbereiding:
Kennisclip: Wat is observeren?
Observeren = niet door iedereen wordt dezelfde definitie gezegd
- Bewust (gebruik maken van de zintuigen) en doelgericht (duidelijk omschreven doel dient te
hebben) waarnemen
Observatieopzet
- Doel
o Wat wil je bereiken? Moet duidelijk gesteld worden. Moet in 1 zin omschreven
kunnen worden
o Operationaliseren van je observatiedoel en hoofdvraag
Begrippen omzetten in concrete gedragingen
- Hoofdvraag (vraagstelling of onderzoeksvraag)
o Eenduidig en vragend geformuleerd
o Is te herleiden vanuit de doelstelling
o Wordt uitgewerkt in deelvragen
o Concrete gedragingen/sociale vaardigheden: de observatoren moeten
overeenstemming hebben over wat ze observeren, wat versta je onder een bepaald
begrip (moet ook uitgelegd worden in je eigen woorden en duidelijk zijn voor
observatie)
Dmv vakliteratuur (begrippen kennen en naar waarheid kunnen uitleggen)
- Observatieformulier
Soorten observaties
1. Gedragsobservatie: observeren van gedrag van mensen
2. Systematische observatie: duidelijk wie, wanneer, hoelang iemand geobserveerd word dmv
turven
3. Dagelijkse observatie: er wordt niet gezegd wie of wat geobserveerd worden dus gaat over
de hele dag, is vaak subjectief omdat het door de ogen wordt gezien van de observator
4. Participerende observatie: observator maakt deel uit van de observatie. Als groepsleider
neem je deel en ben je tegelijk aan het observeren
Niet-participerende observatie is als je niet deelneemt aan de activiteit maar
bijvoorbeeld vanuit een glazen wand meekijkt (komt vaker voor dan
participerend)
5. Zelfobservatie: jezelf van een afstand bekijken (helikopterview). Waarom heb je zo
gehandeld. Wordt gebruikt naar gedrag, gedachten of gevoel van zichzelf aan clienten. Je
moet dus afgaan van het antwoord van de client
--- voor de toets is het belangrijk aan te kunnen geven of het systematisch of dagelijks is, of
participerend of niet participerend
Observatiesystemen
- Tijdschalen: het koppelen van tijd aan observaties
o Event-sampling
De gebeurtenis staat centraal