Hoofd- en bijzinnen
Kenmerken van een hoofdzin zijn:
- Een hoofdzin is een zelfstandige zin; de zin staat op zichzelf
- De persoonsvorm staat meestal tussen de tweede, soms op de eerste zinsplaats
- Tussen persoonsvorm en onderwerp kan geen ander zinsdeel staan
- De hoofdzin kan nooit vervangen worden door een woord of woordgroep
Kenmerken van een bijzin zijn:
- Een bijzin is een afhankelijke zin; de bijzin heeft de hoofdzin nodig om betekenis te krijgen
- De bijzin kan een onderdeel van een zin zijn. Voorbeeld: Olivia blijft thuis, omdat ze ziek is.
- De bijzin kan een zinsdeel zijn in een zin. Voorbeeld: Jackson weet niet dat zijn buurmeisje
jarig is. De bijzin vervult de functie van lijdend voorwerp
- De bijzin heeft een woordvolgorde waarbij de persoonsvorm achteraan staat. Voorbeeld:
Jeffrey vertelde me dat zijn laptop gisteren gestolen is. Het onderwerp van de bij zijn is zijn
laptop. De persoonsvorm die daarbij hoort (is), staat achteraan
- Tussen onderwerp en persoonsvorm staat een ander zinsdeel of kan een ander zinsdeel
gezet worden
- Een bijzin kan vervangen worden door een woord of woordgroep. In het voorbeeld
hierboven kan de bijzin vervangen worden door het woordje dat: Jackson weet dat niet
Enkelvoudige en samengestelde zinnen
Enkelvoudige zin heeft één vervoegd werkwoord (persoonsvorm) en één onderwerp, samengestelde
zinnen hebben meer dan één vervoegd werkwoord en één onderwerp.
Naamwoordelijk gezegde
Het naamwoordelijk gezegde bestaat uit een werkwoordelijk deel en een naamwoordelijk deel. Alle
werkwoordelijke vormen van het naamwoordelijk gezegde samen (waarvan er één het
koppelwerkwoord is) noemen we het werkwoordelijk deel. De koppelwerkwoorden zijn: zijn,
worden, blijven, blijken, lijken, schijnen, heten, dunken, voorkomen. Het koppelwerkwoord op zich is
niet betekenisvol. Het krijgt pas betekenis in combinatie met een naamwoord. Voorbeeld:
David was erg arm.
was op zich betekent niets
arm zijn betekent wel iets
was = persoonsvorm
was erg arm = naamwoordelijk gezegde (was = werkwoordelijk deel; erg arm = naamwoordelijk
deel)
Bijwoordelijke bepaling
Een bijwoordelijke bepaling zegt iets over het gezegde. Een bijwoordelijke bepaling heeft altijd
betekenis; de meeste bijwoordelijke bepalingen hebben betrekking op tijd, plaats, richting,
hoeveelheid en hoedanigheid.
Nog enkele bijwoordelijke bepalingen:
- Van reden
- Van doel